De regering moet boerenorganisaties zoals BoerenNatuur vanaf het begin betrekken bij nieuwe regels voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb). Natuurbeheer werkt namelijk alleen als de uitvoering praktisch haalbaar is en er draagvlak is bij de boeren. Ook moet de regering de Kamer vooraf informeren over de verdeling van de middelen.
Motie van het lid Grinwis c.s. over bij de verdeling van ANLb-middelen aandacht besteden aan alle doelen en soorten waarvoor het ANLb relevant is
De kamer,
constaterende dat Leidraad 2.0 en het advies van de commissie-Osinga
richtinggevend zijn voor de inzet van aanvullende middelen voor
agrarisch natuur- en landschapsbeheer, ANLb;
overwegende dat keuzes over de toekomstige uitbreiding en inzet van
ANLb- middelen gevolgen hebben voor het behalen van Europese en
nationale natuurdoelen;
overwegende dat voor effectief agrarisch natuur- en landschapsbeheer
niet alleen ecologische opgaven, maar ook uitvoerbaarheid, draagvlak,
beschikbaarheid van instrumentarium en de kennis van collectieven en
andere uitvoerende partijen van doorslaggevend belang zijn;
verzoekt de regering om bij de voorbereiding van een eventuele Leidraad
3.0 en toekomstige adviezen over de verdeling van ANLb-middelen
expliciet aandacht te besteden aan alle doelen en soorten waarvoor het
ANLb relevant is, aan de potentiële en verwachte bijdrage aan doelbereik
en aan de randvoorwaarden voor effectieve uitvoering en de inhoudelijke
betrokkenheid van collectieven en BoerenNatuur vanaf de start van het
proces, en de Kamer hierover voorafgaand aan nieuwe besluitvorming te
informeren.
Argumenten voor: De partij wil dat boeren landschapselementen beheren en daarvoor een eerlijke financiële vergoeding ontvangen [1]. Daarnaast streeft de partij naar een landbouw die samenwerkt met de natuur [2][3] en wil zij het natuurbeheer versterken met meer geld en personeel [5]. Het uitgangspunt van een rechtvaardige transitie, waarbij de focus ligt op duurzame boerenbedrijven [4] en subsidies direct naar boeren gaan voor de omschakeling naar duurzame landbouw [6], sluit aan bij het verzoek om bij de verdeling van middelen expliciet aandacht te besteden aan de effectieve uitvoering en de betrokkenheid van collectieven en boerenorganisaties.
Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten die tegen een integrale benadering van de middelenverdeling of de betrokkenheid van uitvoerende partijen en collectieven zijn.
Bronnen:
"Meer ruimte voor natuur. Op tien procent van de landbouwgrond komt ruimte voor natuur: houtwallen, schone sloten, bloemrijke bermen en akkerranden versterken het netwerk van natuurgebieden. Boeren beheren deze landschapselementen en krijgen daarvoor een eerlijke financiële vergoeding."
"Een eerlijke landbouw werkt samen met de natuur en zorgt voor gezond voedsel, een leefbaar platteland en een goed inkomen voor boeren. Te lang hebben de grote agroindustrie, supermarkten en banken de boeren aan alle kanten uitgeknepen. Dit terwijl boeren ontzettend belangrijk zijn voor ons land. We kiezen voor kleinere, duurzame bedrijven in plaats van grootschalige export en bioindustrie. We kiezen voor boeren die een eerlijke prijs voor hun voedsel krijgen en op een goede manier hun werk kunnen doen in plaats van de winstmarges van aandeelhouders. Zo bouwen we aan een landbouw die toekomst heeft - voor boer, dier en natuur."
"Landbouw kan een krachtige bondgenoot van de natuur zijn. Met gezonde bodems, schoon water en meer biodiversiteit bouwen we aan een toekomstbestendige landbouw. Zo zorgen we samen voor veilig voedsel, sterke natuur en een mooi landschap om trots op te zijn."
"Rechtvaardige transitie: voor boeren en natuur. De overheid grijpt actief in op de grondmarkt, zodat gronden beschikbaar blijven voor boeren die duurzaam en in balans met hun omgeving willen werken. Niet de individuele boer, maar de agroconcerns, supermarkten en banken die decennialang hebben verdiend aan schaalvergroting en overproductie, gaan meebetalen aan deze omslag. Zij hebben het falende systeem mede opgebouwd en mogen nu bijdragen aan de oplossing. De omschakeling naar een boerenlandbouw staat centraal: gezinsbedrijven in plaats van megastallen, gesloten kringlopen op regionale schaal, meer biodiversiteit in plaats van monoculturen. Eerlijke voedselprijzen zorgen ervoor dat boeren kunnen leven van hun werk. Stikstofreductie is geen keuze meer, maar noodzaak voor onze natuur, onze gezondheid én voor het voortbestaan van de landbouw. De SP maakt die omslag rechtvaardig: niet minder boeren, maar minder dieren en meer grip op hoe we zorgen voor onze grond, ons voedsel en ons land."
"Sterker natuurbeheer. Natuurbeheer wordt versterkt om biodiversiteit te herstellen en natuurgebieden beter te beschermen. Er komt meer geld en personeel voor onderhoud, toezicht en herstel van natuur, zodat planten en dieren de ruimte krijgen en onze leefomgeving groener en gezonder wordt."
"Landbouwsubsidies voor boeren, niet voor banken. Geld dat bedoeld is voor verduurzaming, hoort bij de boer en niet bij de bank. Banken die boeren in de schulden hebben gestoken, dragen hun eerlijke deel bij. Landbouwsubsidies worden volledig ingezet voor omschakeling naar duurzame en biologische landbouw. Omschakelaars krijgen de eerste jaren financiële steun."