Betere samenwerking tussen opvang en onderwijs

De regering moet zorgen voor een doorlopende lijn tussen de kinderopvang, het voorschoolse onderwijs en de scholen. Nu staan deze sectoren te los van elkaar, wat de ontwikkeling van kinderen remt. De eerste jaren zijn namelijk cruciaal voor de taal, het spel en de sociale vaardigheden van een kind.

Motie van het lid Rooderkerk over toewerken naar een samenwerking tussen kinderopvang, voorschoolse voorzieningen en onderwijs met één doorgaande ontwikkellijn voor kinderen

De kamer, overwegende dat ieder kind recht heeft op een sterke start in een rijke pedagogische omgeving die bijdraagt aan brede ontwikkeling; overwegende dat de eerste levensjaren cruciaal zijn voor de samenhangende ontwikkeling van taal, spel en sociale en emotionele vaardigheden; overwegende dat uit onder meer het IELS-onderzoek van de OECD blijkt dat de kwaliteit van de vroege omgeving bepalend is voor latere ontwikkelkansen; overwegende dat een integrale benadering van de ontwikkeling van kinderen van 0 tot 12 jaar vraagt om meer samenhang tussen kinderopvang, voorschoolse voorzieningen en onderwijs; overwegende dat de huidige institutionele scheidslijnen tussen kinderopvang, voorschool en onderwijs een doorlopende ontwikkellijn kunnen belemmeren; verzoekt de regering toe te werken naar een samenwerking tussen kinderopvang, voorschoolse voorzieningen en onderwijs structureel binnen één doorgaande ontwikkellijn waarin de brede ontwikkeling van kinderen centraal wordt gesteld, en waarin taal, spel en sociale en emotionele ontwikkeling integraal wordt benaderd.
17 juni | D66 |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij streeft naar een brede ontwikkeling van elk kind [2] en benadrukt dat de overheid moet zorgen voor samenhang in het beleid met betrekking tot de eerste leefomgeving van een kind [3]. Er is behoefte aan nauwe samenwerking tussen onderwijs, zorg en andere instanties, inclusief gecombineerde financieringsstromen [2], waarbij zorg en ondersteuning bij voorkeur in de eigen omgeving van het kind, zoals op school, worden geboden [4]. Daarnaast worden kinderopvang en voorschoolse educatie gezien als essentiële onderdelen voor de ontwikkeling van kinderen [1], en wordt samenwerking tussen diverse partijen (zoals scholen, ouders en buurtorganisaties) aangemoedigd om de pedagogische basis te versterken [6].

Argumenten tegen: De partij legt een sterke nadruk op de verantwoordelijkheid van ouders voor de opvoeding en het recht op onderwijsvrijheid om kinderen op te voeden volgens eigen normen en waarden [5][7]. Een te sterke integratie of overheidssturing zou in theorie de autonomie van het gezin kunnen beperken.

Bronnen:

  1. "Ouders moeten zelf kunnen kiezen hoe zij werk en zorg combineren. Daarvoor zijn een eerlijk belastingstelsel en kwalitatief goede en betaalbare kinderopvang (waaronder gastouderopvang) noodzakelijk. Door hervorming van de kinderopvangtoeslag, maken de het kinderopvangstelsel eenvoudiger en betaalbaar. De herziening van de kinderopvangtoeslag wordt doorgezet. Een winstoogmerk is, gezien de maatschappelijke functie van kinderopvang en financiering met veel gemeenschapsgeld, niet gepast. Alle kinderopvangorganisaties worden daarom non-profit. Dit betekent ook een einde van private equity partijen in de kinderopvang. Kinderopvang is meer dan een arbeidsmarktinstrument. Samen met voorschoolse educatie en peuteropvang vormt het een plek waar kinderen zich ontwikkelen. We onderzoeken de mogelijkheid om de arbeidseis in de kinderopvangtoeslag te vervangen door een maatschappelijke participatie-eis. Eenvoudigere financiering van alle vormen van voorschoolse opvang is nodig om segregatie te voorkomen."
  2. "Ieder kind, ongeacht thuissituatie, achtergrond of leerproblemen, heeft recht op goed onderwijs dat bijdraagt aan een brede ontwikkeling, met ondersteuning die aansluit bij zijn of haar mogelijkheden. De behoefte van het kind staat centraal. We blijven stappen zetten richting inclusiever onderwijs, waarbij alle kinderen zoveel mogelijk naar dezelfde school gaan. Voorwaarde is dat de scholen dit kunnen doen zonder bureaucratie en geschuif met budgetten. Er wordt gekeken naar wat een kind nodig heeft om tot leren te komen en niet naar labels en indicaties. Dit vraagt nauwe samenwerking tussen onderwijs, ouders, jeugdhulpverlening en zorg, met bijbehorende gecombineerde financieringsstromen. Schoolgebouwen dienen beter te worden ingericht op inclusief onderwijs. De overheid zorgt voor voldoende speciaal onderwijs (primair en voortgezet) in elke regio, inclusief volwaardig voortgezet speciaal onderwijs op havo- en vwo-niveau. In het primair onderwijs komt een landsdekkend passend onderwijsaanbod voor (hoog)begaafden met een extra ondersteuningsbehoefte om schooluitval in deze groep terug te dringen. Er wordt aandacht besteed aan soepele terugkeer en doorstroming naar regulier onderwijs, waarbij het leerrecht van kinderen even centraal staat als de leerplicht. Door in te zetten op later selecteren zal de overgang van PO naar VO soepeler verlopen en worden de kansen voor ieder kind eerlijker. Daarvoor kan nu al ingezet worden op brede en verlengde brugklassen."
  3. "Gezinnen moeten voorop staan, maar worden te vaak vergeten in de visie en het beleid van de overheid. Terwijl het gezin en familie de plek is waar kinderen opgroeien en familieleden op elkaar terugvallen als iemand hulp nodig heeft. De overheid moet families en gezinnen waarderen in plaats van al het beleid op de mens als individu te richten. Dit begint met samenhang in de visie en beleid op wat de eerste leefomgeving is voor de meeste mensen. Er wordt beleid gemaakt om de positie van families te ondersteunen, bijvoorbeeld financieel. Ook wordt de positie en bescherming van het gezin verankerd in de Grondwet. Een minister wordt weer expliciet verantwoordelijk voor het realiseren van samenhangend gezinsbeleid. Er komt een jaarlijkse 'Staat van het gezin' waarin wordt gemonitord hoe gebruik wordt gemaakt van kind- en verlofregelingen, kinderopvang, het aanbod van GGD, Jeugdgezondheidszorg en lokale teams."
  4. "Op school ontwikkelen kinderen en jongeren zich en doen ze belangrijke vaardigheden op voor het leven. Maar niet elk maatschappelijk probleem wordt opgelost door het onderwijs. We stoppen met over-diagnostisering en geven het onderwijs ruimte voor brede persoonsontwikkeling. Gemeenten, scholen en samenwerkingsverbanden werken samen aan een goede pedagogische basis, waarin pedagogische relaties worden aangegaan en op elkaar afgestemd. De pedagogische ondersteuning is binnen de school beschikbaar en wordt op een collectieve manier aangeboden en gefinancierd. Zo halen we zorg erbij in de eigen omgeving van het kind, in plaats van dat we kinderen verwijzen naar individuele zorgtrajecten buiten de school."
  5. "Het is niet de taak van de overheid om te bepalen hoe kinderen worden opgevoed. Die verantwoordelijkheid ligt bij de ouders. Zij kennen hun kinderen het best en dragen zorg voor hun ontwikkeling. De opvoeding is primair de plek voor het overdragen van diepere waarden en zingeving. Pedagogische relaties in het gezin en rondom het gezin moeten beschermd worden zodat ze deze taak kunnen volbrengen. Ouders en andere opvoeders hebben ruimte en vrijheid nodig om hun kinderen op te voeden volgens hun eigen normen, waarden en (geloofs)overtuiging. Juist ook in de keuze voor onderwijs. Onderwijsvrijheid is een fundamenteel recht dat bescherming nodig heeft."
  6. "We investeren in nabije zorg die pedagogische relaties rond jeugd versterkt. Geen losse programma's, maar samenwerking tussen ouders, scholen, kerken en buurtorganisaties. Denk aan gezamenlijke opvoedgesprekken over thema's als social media en prestatiedruk en ondersteuning bij kinderen met onbegrepen gedrag. Kerken, scholen, lokale teams, opbouwwerkers en jongerenwerkers spelen daarin een belangrijke rol."
  7. "Onderwijs is meer dan het overdragen van kennis. Het vormt kinderen en jongeren tot wie ze zijn, hoe ze in het leven staan en hoe ze bijdragen aan de maatschappij. De verantwoordelijkheid voor die vorming ligt in de eerste plaats bij de ouders. Ouders hebben het recht hun kinderen qua normen, waarden en (geloofs)overtuiging op te voeden zoals zij dat willen. Dat recht werkt door in het onderwijs. Het grondwettelijke recht op onderwijsvrijheid maakt het mogelijk dat verschillende levensbeschouwelijke en pedagogische visies naast elkaar bestaan en versterkt de diversiteit en keuzevrijheid in het onderwijs. Het biedt een sterke garantie voor vormend onderwijs en betrokkenheid van ouders."