De regering moet het GSA-netwerk versterken met geld uit de begroting van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). GSA's zijn groepen op scholen die zich inzetten voor lhbti+-jongeren. Deze groepen helpen om pesten tegen te gaan. Ook zorgen ze ervoor dat deze jongeren zich veiliger en beter thuis voelen op school.
Motie van het lid Moorman over de versterking van het GSA-netwerk in de OCW-begroting opnemen
De kamer,
overwegende dat 41% van de jongeren niet gelooft in gelijkwaardigheid
van lhbti+-personen, dat de acceptatie van homoseksualiteit in verschillende regio’s fors afneemt en dat lhbti+-jongeren tot drie keer vaker
worden gepest;
overwegende dat uit onderzoek blijkt dat GSA’s helpen om de situatie
voor lhbti+-personen op Nederlandse scholen te verbeteren en dat op
scholen met een GSA de houding tegenover lhbti+-mensen positiever is
en lhbti+-jongeren minder gepest worden en zich op school beter thuis
voelen;
verzoekt de regering om de versterking van het GSA-netwerk in de
OCW-begroting op te nemen.
Argumenten voor: De partij streeft naar inclusiever onderwijs waarbij de behoefte van het kind centraal staat en alle kinderen zoveel mogelijk naar dezelfde school gaan [1]. Om gelijke kansen te creëren, wil de partij gericht investeren en extra middelen vrijmaken voor scholen die te maken hebben met uitdagingen en achterstanden [3]. Daarnaast wil de partij de pedagogische ondersteuning binnen de school beschikbaar maken en op een collectieve manier financieren [2]. Ook is er aandacht voor de druk op jongeren om te voldoen aan maatschappelijke normen [4].
Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma geeft geen specifieke standpunten over lhbti+-personen of GSA's. Bij de transitie naar inclusiever onderwijs waarschuwt de partij wel voor bureaucratie en het 'geschuif met budgetten' [1].
Bronnen:
"Ieder kind, ongeacht thuissituatie, achtergrond of leerproblemen, heeft recht op goed onderwijs dat bijdraagt aan een brede ontwikkeling, met ondersteuning die aansluit bij zijn of haar mogelijkheden. De behoefte van het kind staat centraal. We blijven stappen zetten richting inclusiever onderwijs, waarbij alle kinderen zoveel mogelijk naar dezelfde school gaan. Voorwaarde is dat de scholen dit kunnen doen zonder bureaucratie en geschuif met budgetten. Er wordt gekeken naar wat een kind nodig heeft om tot leren te komen en niet naar labels en indicaties. Dit vraagt nauwe samenwerking tussen onderwijs, ouders, jeugdhulpverlening en zorg, met bijbehorende gecombineerde financieringsstromen. Schoolgebouwen dienen beter te worden ingericht op inclusief onderwijs. De overheid zorgt voor voldoende speciaal onderwijs (primair en voortgezet) in elke regio, inclusief volwaardig voortgezet speciaal onderwijs op havo- en vwo-niveau. In het primair onderwijs komt een landsdekkend passend onderwijsaanbod voor (hoog)begaafden met een extra ondersteuningsbehoefte om schooluitval in deze groep terug te dringen. Er wordt aandacht besteed aan soepele terugkeer en doorstroming naar regulier onderwijs, waarbij het leerrecht van kinderen even centraal staat als de leerplicht. Door in te zetten op later selecteren zal de overgang van PO naar VO soepeler verlopen en worden de kansen voor ieder kind eerlijker. Daarvoor kan nu al ingezet worden op brede en verlengde brugklassen."
"Op school ontwikkelen kinderen en jongeren zich en doen ze belangrijke vaardigheden op voor het leven. Maar niet elk maatschappelijk probleem wordt opgelost door het onderwijs. We stoppen met over-diagnostisering en geven het onderwijs ruimte voor brede persoonsontwikkeling. Gemeenten, scholen en samenwerkingsverbanden werken samen aan een goede pedagogische basis, waarin pedagogische relaties worden aangegaan en op elkaar afgestemd. De pedagogische ondersteuning is binnen de school beschikbaar en wordt op een collectieve manier aangeboden en gefinancierd. Zo halen we zorg erbij in de eigen omgeving van het kind, in plaats van dat we kinderen verwijzen naar individuele zorgtrajecten buiten de school."
"Voor het creëren van gelijke kansen is het belangrijk om gericht te investeren. Via de bekostiging en het onderwijsachterstandenbeleid blijven we extra middelen vrijmaken voor scholen waar veel uitdagingen en achterstanden zijn. De ouderbijdrage blijft vrijwillig en de inspectie ziet erop toe dat scholen dit respecteren, niet discrimineren, en dat het vrijwillig karakter voor iedereen duidelijk is. Komen scholen tekort, dan kunnen ze worden gecompenseerd zodat er geen onacceptabele verschillen tussen scholen ontstaan. Het is onwenselijk als er een omvangrijk buitenschools circuit van bijlesorganisaties ontstaat ('schaduwonderwijs'), mede als symptoom van een prestatiecultuur. Als een leerling bijles of extra ondersteuning nodig"
"De druk in onze samenleving is hoog, ook voor kinderen en jongeren. Onder invloed van de prestatiecultuur en sociale media lijkt alles goed en snel te moeten. In veel situaties is de boodschap dat afwijken van de norm niet oké is. Zo leggen we elkaar en vooral kinderen en jongeren veel druk op. En als het even niet gaat, kijken we al gauw naar professionele hulp. Daarmee geven we kinderen ten onrechte de boodschap dat zij het probleem zijn en worden steeds meer kinderen afhankelijk van professionele zorg. De vraag naar jeugdhulp neemt al jaren toe. Dat is geen goed teken en is niet vol te houden. Als 1 op de 7 kinderen jeugdhulp nodig heeft om op te groeien, is er wat aan de hand in de samenleving."