Aanpak uitbuiting van leerlingen op scholen

De regering moet zorgen voor betere trainingen op scholen. Leerlingen zijn slachtoffer van seksuele of criminele uitbuiting. Dit gebeurt vaak in het geheim en is moeilijk te zien. Vertrouwenspersonen op scholen zijn erg belangrijk om deze signalen te herkennen. Scholen moeten ook beter leren hoe ze met meldingen van misbruik om moeten gaan.

Motie van het lid Boomsma over vertrouwenspersonen op scholen beter in staat stellen signalen van misbruik of uitbuiting te herkennen

De kamer, constaterende dat leerlingen slachtoffer zijn van seksuele of criminele uitbuiting, maar dat zich vaak in de verborgenheid afspeelt en moeilijk te herkennen is; constaterende dat criminele uitbuiting van jongeren de afgelopen jaren sterk is toegenomen; overwegende dat het recente onderzoek Van kwaad tot erger van het Centrum Kinderhandel en Mensenhandel en ook andere rapporten constateren dat vertrouwenspersonen op scholen een cruciale rol hebben in het herkennen van signalen van misbruik en/of uitbuiting om zo snel mogelijk op te kunnen treden; verzoekt de regering met een voorstel te komen om vertrouwenspersonen en andere betrokkenen op scholen via trainingen en/of anderszins beter in staat te stellen om signalen van misbruik of uitbuiting te herkennen, en er daarbij ook zorg voor te dragen dat scholen ook weten hoe om te gaan met die signalen en meldingen.
17 juni | JA21 | Aangenomen: 150–0 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij vindt het onacceptabel dat minderjarige slachtoffers van seksuele uitbuiting buiten beeld raken [1] en ziet seksueel kindermisbruik als een groot probleem [2]. Daarnaast stelt de partij dat pedagogische ondersteuning binnen de school beschikbaar moet zijn, zodat zorg dichter bij de eigen omgeving van het kind wordt gehaald [3]. Ook wordt benadrukt dat bewustwordingscampagnes op scholen en persoonlijke begeleiding van groot belang zijn om te voorkomen dat jongeren afglijden in criminaliteit of uitbuiting [4].

Argumenten tegen: Het programma bevat geen informatie die duidt op een tegenstand tegen het trainen van schoolpersoneel of het verbeteren van de herkenning van misbruik op scholen.

Bronnen:

  1. "Het is onacceptabel dat minderjarige slachtoffers van seksuele uitbuiting de laatste jaren vrijwel volledig buiten beeld raken. Hierdoor blijven deze kinderen verstoken van hulp, terwijl mensenhandelaren en klanten vrij spel hebben. We investeren daarom structureel in (anonieme) online hulpverlening."
  2. "Kinderen zijn het kostbaarste dat we hebben. Dat zij misbruikt worden is onverteerbaar. Transnationaal seksueel kindermisbruik is een groot probleem, met volgens het WODC jaarlijks maar liefst 20.000 daders uit Nederland. Een harde strafrechtelijke aanpak is noodzakelijk, inclusief laagdrempelige multinationale uitwisseling van gegevens en samenwerking in opsporing en vervolging. Niet alleen daders, ook (rechts)personen die seksueel kindermisbruik faciliteren worden daarom strafrechtelijk en zo mogelijk ook civielrechtelijk aansprakelijk gesteld. Nergens ter wereld wordt er meer kinderporno gehost dan in Nederland. Dat is een schande. Datacenters, hostingbedrijven en providers verdienen geld aan het hosten van kinderporno. Het direct verantwoordelijk stellen van hostingbedrijven is nodig om dit onrecht een halt toe te roepen."
  3. "Op school ontwikkelen kinderen en jongeren zich en doen ze belangrijke vaardigheden op voor het leven. Maar niet elk maatschappelijk probleem wordt opgelost door het onderwijs. We stoppen met over-diagnostisering en geven het onderwijs ruimte voor brede persoonsontwikkeling. Gemeenten, scholen en samenwerkingsverbanden werken samen aan een goede pedagogische basis, waarin pedagogische relaties worden aangegaan en op elkaar afgestemd. De pedagogische ondersteuning is binnen de school beschikbaar en wordt op een collectieve manier aangeboden en gefinancierd. Zo halen we zorg erbij in de eigen omgeving van het kind, in plaats van dat we kinderen verwijzen naar individuele zorgtrajecten buiten de school."
  4. "Als we niet willen dat Nederland afglijdt tot een narcostaat, moeten we drugs zonder uitzondering verbieden en zorgen voor een stevige strafrechtelijke aanpak van productie en handel. Daarvoor is het ook nodig dat we adequaat kunnen inspelen op het verbieden van nieuwe vormen van (synthetische) drugs. Ondermijnende drugscriminaliteit en criminele uitbuiting zijn nauw met elkaar verweven. We willen voorkomen dat jongeren afglijden in de criminaliteit en verslaving. Bewustwordingscampagnes op scholen, persoonlijke begeleiding, een passend zorgaanbod en steun bij het vinden en behouden van opleiding en werk zijn daarbij van groot belang. Hogere (maximum)straffen"