De regering moet zorgen voor betere trainingen op scholen. Leerlingen zijn slachtoffer van seksuele of criminele uitbuiting. Dit gebeurt vaak in het geheim en is moeilijk te zien. Vertrouwenspersonen op scholen zijn erg belangrijk om deze signalen te herkennen. Scholen moeten ook beter leren hoe ze met meldingen van misbruik om moeten gaan.
Motie van het lid Boomsma over vertrouwenspersonen op scholen beter in staat stellen signalen van misbruik of uitbuiting te herkennen
De kamer,
constaterende dat leerlingen slachtoffer zijn van seksuele of criminele
uitbuiting, maar dat zich vaak in de verborgenheid afspeelt en moeilijk te
herkennen is;
constaterende dat criminele uitbuiting van jongeren de afgelopen jaren
sterk is toegenomen;
overwegende dat het recente onderzoek Van kwaad tot erger van het
Centrum Kinderhandel en Mensenhandel en ook andere rapporten
constateren dat vertrouwenspersonen op scholen een cruciale rol hebben
in het herkennen van signalen van misbruik en/of uitbuiting om zo snel
mogelijk op te kunnen treden;
verzoekt de regering met een voorstel te komen om vertrouwenspersonen
en andere betrokkenen op scholen via trainingen en/of anderszins beter in
staat te stellen om signalen van misbruik of uitbuiting te herkennen, en er
daarbij ook zorg voor te dragen dat scholen ook weten hoe om te gaan
met die signalen en meldingen.
Argumenten voor: De partij stelt dat wanneer de thuissituatie van een kind bedreigend is, ingrijpen noodzakelijk is en de overheid verantwoordelijk is voor de beschikbaarheid van voldoende goede hulp en deugdelijk toezicht op het kind [1].
Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten tegen het trainen van schoolpersoneel of het beter in staat stellen van betrokkenen om signalen van misbruik en uitbuiting te herkennen.
Bronnen:
"Het is een pijnlijke realiteit dat het ondersteunen van gezinnen en gemeenschappen en de inzet van vrijwillige jeugdhulp niet altijd toereikend is om kinderen een veilige situatie te bieden. De omstandigheden thuis kunnen zo bedreigend worden dat ingrijpen noodzakelijk is. Die situaties dienen zoveel mogelijk beperkt te worden. Als toch ingegrepen moet worden, is de overheid verantwoordelijk voor deugdelijk toezicht op het kind en beschikbaarheid van voldoende goede hulp. De inzet is zoveel mogelijk gericht op terugkeer naar het gezin, tenzij duidelijk blijkt dat dit in strijd is met het belang van het kind."