De regering moet onderzoeken of rijksvastgoedlocaties als vaste opvang voor kinderen gebruikt kunnen worden. Nu zitten meer dan 7.000 kinderen in noodopvang. Verblijf in deze noodopvang belemmert de ontwikkeling van kinderen en kan zelfs blijvende schade veroorzaken.
Motie van de leden Westerveld en Ceder over onderzoeken of rijksvastgoedlocaties ingezet kunnen worden als langjarige opvanglocatie zodat kinderen niet in de (crisis)noodopvang terechtkomen
De kamer,
constaterende dat het aantal kinderen in (crisis)noodopvang na meerdere
aangenomen moties niet is teruggenomen maar is gegroeid naar meer
dan 7.000;
overwegende dat verblijf in (crisis)noodopvang de ontwikkeling van
kinderen belemmert en zelfs permanente schade kan doen;
verzoekt de regering te onderzoeken of rijksvastgoedlocaties ingezet
zouden kunnen worden als langjarige opvanglocatie met adequate
voorzieningen voor kinderen zodat zij niet meer in de (crisis)noodopvang
terechtkomen.
Argumenten voor: De partij wil een einde maken aan de opvangcrisis en het voortdurend verplaatsen van mensen, wat met name voor kinderen zeer schadelijk is [1]. Ook wil de partij een Rijksgrondfaciliteit oprichten om rijksgrond in te zetten voor de woningbouw [3]. Daarnaast streeft de partij naar een integrale aanpak die domeinen zoals wonen en jeugd overstijgt [4], met als doel kinderen de nodige structuur en een stabiele basis te bieden [2].
Argumenten tegen:
Bronnen:
"We maken een einde aan de opvangcrisis en het continue verplaatsen van mensen. Zeker voor kinderen is dat vreselijk. We kiezen voor opvang die past bij de wijk of de buurt, met open deuren en voorzieningen waarvan ook de buurt profiteert."
"Te veel kinderen beginnen met een achterstand op de basisschool. Daarom investeren we vanaf het allereerste begin in een stevige basis en in sociale ontwikkeling. Want juist jonge kinderen hebben structuur nodig, een rijke plek om te leren en contact met leeftijdsgenoten. We bouwen aan één publieke voorziening voor alle kinderen van 1 tot 15 jaar. Daarin kan ieder kind, in eigen tempo en vanuit de eigen achtergrond, groeien. Zo verdwijnt ook het verschil tussen kinderopvang en peuteropvang of voor- en vroegschoolse educatie."
"We richten een Rijksgrondfaciliteit (een landelijke grondbank) op, zodat de grond die het Rijk in bezit heeft of krijgt, ingezet kan worden om sneller huizen te bouwen. We maken jaarlijks €2 miljard euro vrij om de woningbouw uit het slop te halen. Om te voorkomen dat dit geld vooral bij vastgoedondernemers terechtkomt, krijgen gemeenten meer ruimte om zelf grond te kopen en te ontwikkelen. Ook krijgen gemeenten meer mogelijkheden om grondspeculaties te voorkomen en te zorgen dat er niet alleen huizen komen, maar ook speelplaatsen en groen."
"We werken aan beleid voor jeugd en gezinnen dat domeinen overstijgt, bij alle ministeries en bestuurslagen: van wonen tot onderwijs, van sociale zekerheid tot jeugdcriminaliteit."