De regering moet het proces voor de terugkeer van Syriërs en het opnieuw beoordelen van hun asielvergunningen niet versnellen. Er is nog geen juridische basis voor terugkeer omdat er in delen van Syrië nog steeds geweld is. Versnellen zorgt voor onnodige onzekerheid en druk op mensen die bescherming nodig hebben.
Motie van de leden Ergin en Van Baarle over de terugkeer van Syriërs en herbeoordeling van asielvergunningen in geen enkel geval versnellen
De kamer,
constaterende dat het kabinet voornemens is in het vierde kwartaal met
een nieuw ambtsbericht over Syrië te komen;
constaterende dat het kabinet in de brief van 22 mei 2026 aan de Kamer in
het kader van de JBZ-Raad stelt dat het, gelet op de geweldsuitbarstingen
die in delen van Syrië plaatsvinden, nog niet kan concluderen dat er
sprake is van een «niet-voorbijgaande» situatie;
overwegende dat het versneld inzetten op het versnellen van het proces
voor de terugkeer en herbeoordeling van Syriërs, terwijl de feitelijke en
juridische basis daarvoor ontbreekt, leidt tot onzekerheid en onnodige
druk op mensen die bescherming nodig hebben;
verzoekt de regering om het proces voor de terugkeer van Syriërs en
herbeoordeling van asielvergunningen in geen enkel geval te versnellen.
Argumenten voor: De partij stelt dat vluchtelingen pas moeten terugkeren als dit veilig kan [1] en pleit voor het verstrekken van verblijfsvergunningen aan kinderen die in Nederland geworteld zijn [2].
Argumenten tegen: De partij wil dat terugkeer een actieve functie heeft binnen de opvang [3] en wil de capaciteit voor terugkeer, bijvoorbeeld via de Dienst Terugkeer en Vertrek, vergroten [3].
Bronnen:
"Vluchtelingen eerlijk verdelen in Europa. Als vluchtelingen niet veilig in de eigen regio kunnen worden opgevangen, dan nemen we ze op in de EU tot ze veilig kunnen terugkeren. Alle lidstaten moeten hier een bijdrage aan leveren. Dit doen landen naar draagkracht, ook ons land. Dat betekent dat vluchtelingen beter verdeeld worden."
"Opvang met oog voor kinderen. Er zijn nog te veel opvanglocaties, met name noodopvanglocaties, die niet geschikt zijn voor kinderen. Kinderen moeten de mogelijkheid krijgen om normaal op te groeien, buiten te kunnen spelen en les te krijgen. Er moet toegang zijn tot kwalitatief goed onderwijs voor vluchtelingenkinderen en jongeren, zodat zij de kans krijgen om zich te ontwikkelen en vaardigheden op te doen. De afspraken uit de Kinderpardonregeling moeten worden nagekomen. De in ons land gewortelde kinderen die nog steeds niet weten waar ze aan toe zijn, moeten alsnog een verblijfsvergunning krijgen."
"Mensen uit veilige landen apart opvangen. We moeten effectiever omgaan met mensen uit veilige landen. Individuen uit deze groep zorgen vaak voor de meeste overlast en overtredingen op en rondom aanmeld- en opvangcentra. Dit verstoort de asielprocedure en is funest voor het draagvlak. Aparte en strenge opvang moet terugkeer als functie hebben en ervoor zorgen dat mensen uit veilige landen niet meer in of rondom aanmeld- en opvangcentra blijven. Meer capaciteit bij de Dienst Terugkeer en Vertrek is nodig. Over terugkeer worden, indien mogelijk in EU-verband, afspraken gemaakt met de landen van herkomst."