Stimuleren van Europese datacentra

De regering moet onderzoeken hoe de vergunning voor datacentra kan helpen om meer Europese capaciteit te stimuleren. Nu is Nederland te afhankelijk van bedrijven van buiten Europa. Dit is riskant voor de privacy en de veiligheid van gegevens van de overheid en de zorg. Meer Europese datacentra zorgen voor een betere digitale zelfstandigheid.

Motie van het lid El Boujdaini c.s. over verkennen hoe bij de vergunningverlening voor datacentra het vergroten van Europees-autonome datacentercapaciteit kan worden gestimuleerd

De kamer, constaterende dat er plannen zijn aangekondigd voor de bouw van meerdere grootschalige datacentra in Nederland, terwijl onduidelijk is welke partijen hiervan gebruik zullen maken; constaterende dat datacentra een essentieel onderdeel vormen van de digitale infrastructuur en van groot belang zijn voor de opslag en verwerking van gevoelige en kritieke gegevens van onder meer overheden, zorginstellingen en bedrijven; overwegende dat afhankelijkheid van niet-Europese aanbieders van digitale infrastructuur risico’s met zich brengt voor digitale soevereiniteit, privacy en continuïteit van dienstverlening; overwegende dat het wenselijk is om bij de ontwikkeling en exploitatie van datacentra strategische autonomie en Europese samenwerking te bevorderen; verzoekt de regering om te verkennen of en hoe bij de vergunningverlening voor datacentra het vergroten van Europees-autonome datacentercapaciteit kan worden gestimuleerd.
17 juni | D66, CDA, VVD | Aangenomen: 115–34 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma VVD

Stemverwachting: voor (erg zeker, 95%)

Argumenten voor: De partij streeft ernaar dat Nederland en Europa minder afhankelijk worden van Amerikaanse software, clouddiensten en datacentra om de autonomie te behouden, risico's te beperken en vitale processen te beschermen [1]. Er wordt benadrukt dat Nederlanders niet volledig afhankelijk moeten zijn van de technologie om hen heen [2] en dat de afhankelijkheid van de VS en China, bijvoorbeeld bij kunstmatige intelligentie, voorkomen moet worden [3]. Daarnaast wil de partij technologie uit risicolanden weren uit kritieke sectoren om de nationale veiligheid te waarborgen [4].

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma biedt geen argumenten om tegen het versterken van de Europese digitale infrastructuur of het verminderen van de afhankelijkheid van niet-Europese aanbieders te stemmen.

Bronnen:

  1. "Nederland en Europa moeten minder afhankelijk worden van Amerikaanse software, clouddiensten en datacentra: De VVD pleit daarom voor versterking van de Europese digitale infrastructuur en eigen technologische alternatieven (Nederlandse en Europese clouds), zodat we onze autonomie behouden, risico's beperken en vitale processen niet in buitenlandse handen leggen."
  2. "Nationale en internationale veiligheid zijn meer dan ooit met elkaar verbonden door digitale dreigingen. Cyberaanvallen, buitenlandse spionage en desinformatie raken direct aan onze vrijheid, economie en democratische rechtsstaat. Nederlanders moeten niet volledig afhankelijk zijn van de technologie om hen heen. De overheid en de hele samenleving moet wennen aan de nieuwe werkelijkheid vol dreigingen en anticiperen op de risico's die dit met zich meebrengt."
  3. "Vol inzetten op kunstmatige intelligentie: Kunstmatige intelligentie heeft de toekomst. Het is tijd dat we meer redeneren vanuit kansen, dan vanuit angst. We doen daarom investeringen in kunstmatige intelligentie via de investeringsagenda voor nationale groei en de investeringsmaatschappij. Anders worden we sterk afhankelijk van de VS en China. Dit fonds moet, naast de komst van een 'normale' AI-fabriek in Groningen, een AI-gigafabriek mogelijk maken. Ook realiseren we met dit fonds een AI-hub, naar voorbeeld van het Franse Station F. We helpen het mkb volop de kansen van kunstmatige intelligentie te benutten. Door de inzet op kunstmatige intelligentie krijgt het hele land een impuls."
  4. "Spionage harder straffen: Om onze nationale veiligheid te beschermen, blijven we in kritieke sectoren digitale apparatuur weren uit landen met een offensieve cyberagenda. Kritieke sectoren zoals havens, luchthavens, telecombedrijven en bewakingssystemen mogen geen technologie uit risicolanden gebruiken. Tegelijkertijd verhogen we de straffen fors voor statelijke spionage. We verbeteren de opsporing, sluiten bedrijven en personen met banden met vijandige regimes uit van strategische sectoren, en beperken diplomatieke toegang. Spionage vanuit ambassades wordt niet getolereerd: bij aantoonbare ondermijning gaan we vaker over tot uitwijzing."