Controle op lozingen van schadelijke stoffen

De regering moet zorgen dat instanties zoals Rijkswaterstaat en waterschappen genoeg mensen hebben voor hun werk. De overheid heeft nu te weinig zicht op welke schadelijke stoffen, zoals PFAS en ZZS (zeer zorgwekkende stoffen), bedrijven in het water lozen. Zo blijven vergunningen voor deze lozingen maximaal vijf jaar oud.

Motie van de leden Zalinyan en Kostić over voldoende capaciteit voor uitvoeringsinstanties als Rijkswaterstaat, omgevingsdiensten en waterschappen

De kamer, overwegende dat sinds 2016 een landelijke minimalisatieplicht geldt voor lozingen van zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) en pfas, waarbij bedrijven verplicht zijn om elke vijf jaar een vermijdings- en reductieprogramma (VRP) op te stellen; overwegende dat in 2020 in de Delta-aanpak Waterkwaliteit bestuurlijk is bekrachtigd dat vergunningen en lozingen minimaal iedere vijf jaar kritisch tegen het licht worden gehouden; overwegende dat het rapport Focus op industriële lozingen van de Algemene Rekenkamer uit maart 2026 constateert dat de overheid ondanks deze afspraken geen goed zicht heeft op wat bedrijven in het oppervlaktewater lozen; verzoekt de regering om te borgen dat uitvoeringsinstanties als Rijkswaterstaat, omgevingsdiensten en waterschappen voldoende capaciteit hebben om hun wettelijke taken uit te voeren, zodat vergunningen voor lozingen van ZZS en pfas hooguit vijf jaar oud zijn.
17 juni | PvdD |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 95%)

Argumenten voor: De partij vindt dat de overheid de sociale grondrechten op het gebied van leefmilieu en volksgezondheid moet garanderen door zelf normen te stellen en deze te handhaven [1]. Er wordt expliciet gesteld dat omgevingsdiensten onvoldoende in staat zijn om snel en adequaat te handelen en dat zij beter toegerust moeten worden om handhavend op te treden en vergunningen te beheren [1]. Daarnaast is er een grote noodzaak om PFAS-vervuiling aan te pakken [4][2] en om te voldoen aan de Europese kaderrichtlijn water [3]. Ook wordt gesteld dat bij nieuwe vergunningen het waterbelang dwingender moet doorwerken [5].

Argumenten tegen: Op basis van de verstrekte fragmenten zijn er geen argumenten te vinden om tegen de motie te stemmen.

Bronnen:

  1. "De laatste jaren zijn er te veel incidenten met bedrijven geweest waarbij uitstoot van stoffen werd geconstateerd die schadelijk zijn voor het milieu, zoals PFAS, (ultra)fijnstof of staalslakken. De overheid moet de sociale grondrechten op het gebied van leefmilieu en volksgezondheid garanderen door zelf normen te stellen en deze te handhaven. Omgevingsdiensten en de GGD zijn onvoldoende in staat gebleken snel en adequaat te handelen. Zij moeten beter toegerust worden om schadelijke uitstoot te voorkomen, handhavend op te treden en vergunningen in te kunnen trekken. Bedrijven houden zich helaas niet vanzelf aan de regels, we gaan minder uit van zelfregulering. Leefomgeving en ruimte gaan hand in hand. Daarom voegen we milieu weer toe aan het ministerie van VRO en herstellen we het succesvolle model van het voormalige ministerie van VROM."
  2. "Aanstichters van milieuvervuiling, zoals Chemours en TATA Steel, worden aangesproken op en verantwoordelijk gehouden voor de gevolgen van de vervuiling: kosten voor reiniging en eventuele gezondheidseffecten worden op hen verhaald. Bij nieuwe stoffen wordt het voorzorgsprincipe strikt gehanteerd. Er wordt een inventarisatie uitgevoerd naar stoffen waarvan onbekend is of ze schadelijk zijn voor mens en natuur. Daarmee voorkomen we situaties zoals bij PFAS, waarbij na decennia de gevolgen bijna niet meer te overzien zijn. Bermen en struiken liggen vol met plastic verpakkingsmateriaal. Al dit plastic afval draagt bij aan de wereldwijde plasticsoep. Er wordt daarom toegewerkt naar een verbod op het gebruik van niet-afbreekbaar plastic ten behoeve van eenmalige verpakkingen."
  3. "In 2027 moeten we voldoen aan de Europese kaderrichtlijn water (KRW). Op dit moment voldoet Nederland er nog niet aan. Dat heeft niet alleen consequenties voor de chemische en ecologische kwaliteit van het water en wat daarin leeft, maar ook voor de vergunningverlening. Er komt een snelle en geïntegreerde aanpak om de KRWdoelen te halen. Dit werkt door in het beleid voor mest, gewasbescherming en geneesmiddelen en de inrichting van de waterlopen. De KRW-doelen en bijbehorende normen worden expliciet en bindend opgenomen in wet- en regelgeving en in besluitvorming op alle relevante beleidsterreinen."
  4. "PFAS-vervuiling is een ongekend probleem. De gezondheidsrisico's zijn enorm, terwijl deze stoffen al overal in onze leefomgeving en zelfs in ons lichaam zitten. We pakken het probleem bij de bron aan en zorgen voor een Europees verbod op PFAS. Zodra er van een product een PFAS-vrij alternatief is, verbieden we het PFAS-houdende product."
  5. "Het Deltaprogramma wordt voorzien van voldoende middelen om het veilig voortbestaan van ons land te garanderen. We realiseren de Hollandkering om dijkverhogingen in het achterland te beperken. Dijkversterkingen gaan gepaard met nieuwe natuuraanleg, bijvoorbeeld via groene dijken. Water en bodem worden sturend in het ruimtelijk beleid (en landgebruik) van Nederland: de structurerende keuzes uit de beleidsbrief Water en Bodem Sturend worden uitgevoerd. Bij nieuwe vergunningen moet het waterbelang dwingender doorwerken op ruimtelijke plannen en besluiten die invloed (kunnen) hebben op het watersysteem."