De regering moet zorgen dat instanties zoals Rijkswaterstaat en waterschappen genoeg mensen hebben voor hun werk. De overheid heeft nu te weinig zicht op welke schadelijke stoffen, zoals PFAS en ZZS (zeer zorgwekkende stoffen), bedrijven in het water lozen. Zo blijven vergunningen voor deze lozingen maximaal vijf jaar oud.
Motie van de leden Zalinyan en Kostić over voldoende capaciteit voor uitvoeringsinstanties als Rijkswaterstaat, omgevingsdiensten en waterschappen
De kamer,
overwegende dat sinds 2016 een landelijke minimalisatieplicht geldt voor
lozingen van zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) en pfas, waarbij bedrijven
verplicht zijn om elke vijf jaar een vermijdings- en reductieprogramma
(VRP) op te stellen;
overwegende dat in 2020 in de Delta-aanpak Waterkwaliteit bestuurlijk is
bekrachtigd dat vergunningen en lozingen minimaal iedere vijf jaar
kritisch tegen het licht worden gehouden;
overwegende dat het rapport Focus op industriële lozingen van de
Algemene Rekenkamer uit maart 2026 constateert dat de overheid
ondanks deze afspraken geen goed zicht heeft op wat bedrijven in het
oppervlaktewater lozen;
verzoekt de regering om te borgen dat uitvoeringsinstanties als Rijkswaterstaat, omgevingsdiensten en waterschappen voldoende capaciteit
hebben om hun wettelijke taken uit te voeren, zodat vergunningen voor
lozingen van ZZS en pfas hooguit vijf jaar oud zijn.
Argumenten voor: De partij stelt dat een gerichte aanpak van chemische vervuiling, waaronder de bestrijding van PFAS, geboden is [1]. Daarnaast streeft de partij naar een beleid dat gericht is op gezond water [3].
Argumenten tegen: Het programma bevat geen directe argumenten tegen het versterken van de uitvoeringscapaciteit, maar benadrukt wel dat normen met betrekking tot de Kaderrichtlijn Water uitvoerbaar en haalbaar moeten zijn [2].
Bronnen:
"Gerichte aanpak chemische vervuiling. Bestrijding van PFAS, medicijnresten en drugsafval uit stedelijk water is geboden om vervuiling van buitenwater tegen te gaan."
"Waterkwaliteit meten aan ecologie. Een goede waterkwaliteit meten wij af aan een goede plantengroei, goede visstand en dus een goede ecologie. Cijfers op papier ontleend aan de modellenwerkelijkheid zijn niet leidend. De Kaderrichtlijn Water (KRW) moet in Nederland gelijk aan de buurlanden worden toegepast, met uitvoerbare en haalbare normen. Waar de waterkwaliteit op orde is, worden gebieden niet langer als kwetsbaar gebied aangemerkt."
"Nederland is een waterland van terpen en wierden, een land waar waterschappen al acht eeuwen zorgen dat er kan worden gewoond en gewerkt. Dit qua oppervlakte kleine land, is groot geworden door een combinatie van nuchterheid, vakmanschap en aanpassingsvermogen. In een veranderend klimaat waarin weersextremen toenemen en de houdbaarheid van ons landschap onder druk staat, ziet BBB waterbeheer niet als sluitpost, maar als fundament voor onze veiligheid, voedselvoorziening en leefomgeving. Waterzekerheid is voor BBB een wezenlijk recht. Daarom kiezen we voor robuust en realistisch beleid: gericht op veiligheid, gezond water, samenwerking en toekomstbestendige keuzes, van de bron tot aan de monding. Zoals we kernachtig zeggen: droge voeten in natte tijden, natte voeten in droge tijden."