Meer grip op arbeidsmigratie

De regering moet een bandbreedte voor arbeidsmigratie uitwerken om meer grip op migratie te krijgen. Zo blijft er ruimte voor migranten die bijdragen aan innovatie en de maatschappij. Tegelijkertijd moet de afhankelijkheid van laagbetaalde arbeid afnemen. De Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 adviseert deze bandbreedte om migratie beter te sturen.

Motie van het lid Tijs van den Brink over uitwerken hoe een richtinggevende bandbreedte voor arbeidsmigratie kan bijdragen aan meer grip op arbeidsmigratie

De kamer, constaterende dat het coalitieakkoord inzet op meer grip op arbeidsmigratie; overwegende dat arbeidsmigratie niet van de ene op de andere dag kan worden afgebouwd, omdat vakmensen van buiten Nederland op sommige plekken nodig blijven; overwegende dat de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 adviseert te werken met een bandbreedte voor migratie; verzoekt de regering uit te werken hoe een richtinggevende bandbreedte voor arbeidsmigratie kan bijdragen aan meer grip op arbeidsmigratie; verzoekt de regering daarbij ruimte te houden voor arbeidsmigratie die aantoonbaar bijdraagt aan productiviteit, innovatie en maatschappelijke opgaven, en tegelijk de afhankelijkheid van laagbetaalde en laagproductieve arbeidsmigratie terug te dringen.
18 juni | CDA | Aangenomen: 114–35 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma BBB

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij pleit voor een gerichte en doelmatige aanpak van arbeidsmigratie, waarbij de nadruk ligt op vakmensen met een aantoonbare economische en maatschappelijke meerwaarde [1]. Het beleid moet sturen op de soort migratie [3] en gericht zijn op beroepsgroepen waar structurele tekorten bestaan [1]. Daarnaast vindt de partij dat migratie beheersbaar moet zijn [5] om de druk op de woningmarkt, zorg, integratie en de sociale samenhang te beperken [4][2]. Een instrument dat de afhankelijkheid van laagproductieve arbeidsmigratie terugdringt en ruimte laat voor vakmensen, sluit aan bij de wens voor een selectief en circulair arbeidsmigratiebeleid [1].

Argumenten tegen: De beschikbare fragmenten bieden geen directe argumenten om tegen het instellen van een bandbreedte voor arbeidsmigratie te stemmen.

Bronnen:

  1. "Gerichte en doelmatige arbeidsmigratie. Voor sommige sectoren, zoals de bouw, techniek, zorg en horeca, zijn arbeidsmigranten noodzakelijk. Binnenlandse arbeid en migratie binnen de EU volstaan daarvoor niet altijd. BBB wil daarom een zorgvuldig, selectief en circulair arbeidsmigratiebeleid van buiten de EU, gericht op vakmensen met aantoonbare economische en maatschappelijke meerwaarde; van verpleegkundigen tot elektriciens en van lassers tot gespecialiseerde koks. Ambacht en praktisch vakmanschap verdienen net zoveel erkenning als academische kennis. Arbeidsmigratie moet bijdragen aan het oplossen van knelpunten op de arbeidsmarkt, zonder te leiden tot overbelasting van integratie en huisvesting. We maken daarbij onderscheid tussen arbeidsmigratie en andere vormen van migratie, zoals asiel- en gezinsmigratie. Circulaire arbeidsmigratie, waarbij vakmensen tijdelijk legaal in Nederland werken en daarna terugkeren, biedt kansen voor wederzijdse ontwikkeling. Dit vraagt om duidelijke selectiecriteria en samenwerking met werkgevers, gebaseerd op behoefte, vaardigheden en maatschappelijke impact. Arbeidsmigratie moet gericht zijn op die beroepsgroepen waar structurele tekorten bestaan én waar de inzet van vakbekwame mensen bijdraagt aan duurzame economische ontwikkeling. Huisvesting van arbeidsmigranten moet mogelijk zijn bij het bedrijf waarvoor zij werken, mits fatsoenlijk en tegen marktconforme prijzen."
  2. "Arbeidsmigratie draagt bij aan het vervullen van vacatures, maar leidt ook tot druk op huisvesting, integratie, zorg en sociale samenhang. Tegelijkertijd wordt het arbeidspotentieel van migranten die hier al verblijven - zo'n 330.000 mensen - onvoldoende benut. BBB vindt dat Nederland meer werk moet maken van het activeren van mensen die hier al zijn. Wie hier woont, moet naar vermogen meedoen en bijdragen."
  3. "Beleid inrichten op soort migratie. Als land moeten we behalve sturen op aantallen ook sturen op soort migratie. Dat vraagt om beleidsmatig onderscheid tussen vluchtelingen, arbeidsmigranten en asielmigranten."
  4. "De grootschalige immigratie naar Nederland is al ruim vijftig jaar onderwerp van debat, in de politiek én aan de keukentafel. Toch is het nog altijd niet gelukt om een realistisch, uitvoerbaar en consistent migratiebeleid te voeren. De druk op onze samenleving neemt al decennialang toe: op de woningmarkt, in de zorg, in het onderwijs en bij politie en justitie. Terwijl de instroom van migranten vrijwel onverminderd doorgaat, wordt onze verzorgingsstaat stap voor stap uitgehold. Gemeenten in het hele land worden geconfronteerd met overvolle opvanglocaties en onduldbare overlast. En met name in de steden zorgt falende integratie voor vergaande problematiek en ontstaan parallelle samenlevingen. Dit is oncontroleerbaar en onhoudbaar."
  5. "Migratie beheersbaar maken. Groei is geen natuurverschijnsel en er zijn harde grenzen. Het is dringend nodig om grenzeloze groei te veranderen in beheersbaar migratiebeleid."