Bedrijfsbijdragen voor arbeidsmigranten

De regering moet onderzoeken hoe bedrijven via een vrijwillig fonds kunnen bijdragen aan de begeleiding van arbeidsmigranten. Het IBO (het instituut voor arbeidsmigratiebeleid) noemt een fonds voor taal en huisvesting. Dit voorkomt dakloosheid in regio's met veel migranten en kost de overheid geen extra geld.

Motie van het lid Tijs van den Brink over vrijwillige bijdragen van bedrijven inzetten voor onder meer begeleiding en het voorkomen van dakloosheid in regio's met veel arbeidsmigranten

De kamer, constaterende dat het ibo een vrijwillig fonds noemt waarmee bedrijven kunnen bijdragen aan maatschappelijke kosten rond arbeidsmigratie; overwegende dat dit geen nieuwe financiële claim op de rijksbegroting is; verzoekt de regering met sociale partners, sectoren en gemeenten te verkennen hoe vrijwillige bijdragen van bedrijven praktisch kunnen worden ingezet voor taal, begeleiding, leefbaarheid en het voorkomen van dakloosheid in regio’s met veel arbeidsmigranten.
18 juni | CDA | Aangenomen: 123–26 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij stelt dat werkgevers moeten bijdragen aan integratie door te investeren in taallessen [1]. Via werkgevers en gemeenten wordt ingezet op taalonderwijs voor arbeidsmigranten [2]. Daarnaast vindt de partij dat de lasten van migratie niet worden afgewenteld op de samenleving terwijl de lusten alleen bij bedrijven liggen [4]. Ook wordt een gezamenlijke aanpak, gedragen door de polder (werkgevers, werknemers en overheid), gezien als noodzakelijk voor het aanpakken van maatschappelijke uitdagingen [5][6]. Tot slot signaleert de partij de druk op voorzieningen en woningtekorten als gevolg van het huidige beleid [3].

Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten om tegen het verkennen van vrijwillige bijdragen van bedrijven voor taal, begeleiding en leefbaarheid te stemmen.

Bronnen:

  1. "Het toezicht op de naleving van wetgeving (zoals de Wet goed verhuurderschap of de Arbowetgeving) wordt aangescherpt. Sommige sectoren bestaan in Nederland dankzij het grote aanbod van goedkope arbeidskrachten van andere EU-lidstaten of daarbuiten. In die sectoren is Nederland verslaafd aan goedkope arbeidsmigranten. Dit is niet houdbaar. De groei van laagbetaalde arbeid en het aanbod van arbeidsmigranten remt innovatie en robotisering en legt een te grote druk op voorzieningen die schaars zijn. Om meer grip te krijgen op arbeidsmigratie moet er allereerst een einde komen aan de slechte arbeidsvoorwaarden. Daarnaast zijn er aparte Schengen-afspraken en een arbeidsmigratiepact in de Europese Unie nodig. Binnen de Europese Unie pleiten we voor de invoering van tewerkstellingsvergunningen, in eerste instantie voor bepaalde sectoren zoals de bouw of uitzendsector. In Europees verband zetten we ons in om belastingvoordelen voor expats gezamenlijk af te schaffen. Werkgevers dragen bij aan integratie door te investeren in taallessen."
  2. "Arbeidsmigranten zijn nu niet verplicht Nederlands te leren en in te burgeren. In Europees verband gaan we hier het gesprek over aan en aan verblijfsvergunningen voor niet EU-arbeidsmigranten verbinden we voorwaarden aan integratie, zoals het leren van de Nederlandse taal. Het gevaar dreigt dat EU-arbeidsmigranten in een parallel circuit blijven leven, met kans op herhaling van de migratiegolven uit de jaren '70 en '80 van de vorige eeuw. Via werkgevers en gemeenten zetten we in op taalonderwijs voor deze groep vanuit de overtuiging dat een goede taalbeheersing noodzakelijk is voor een succesvolle integratie."
  3. "Onze samenleving ondervindt de gevolgen van het falende (migratie)beleid: druk op sociale voorzieningen, woningtekorten en gebrekkige integratie. Arbeidsmigranten worden vaak ondergebracht in te kleine woningen. Vluchtelingen wachten te lang op een beslissing en worden met hun kinderen van de ene tijdelijke plek naar de andere verplaatst, met hoge kosten tot gevolg. Kwetsbare wijken in grote steden kampen met zware integratieproblemen en in Ter Apel en Budel is overlast van een kleine groep, vaak kansloze, asielzoekers. Ondertussen komt de regering niet met werkende en werkbare wetsvoorstellen, die recht doen aan migrant en samenleving. Terwijl deze er wel zijn."
  4. "De grootste groep migranten komt naar Nederland vanwege werk. Het gaat hier niet alleen om arbeid in sectoren als de logistiek of agrarische sector, maar ook om kennismigranten voor de Zuidas of Brainport Eindhoven. De ChristenUnie staat voor een 'economie van genoeg' waar welvaart hand in hand gaat met welzijn en de kwaliteit van leven. Lasten worden niet afgewenteld op de samenleving, terwijl de lusten alleen bij bedrijven liggen. Bedrijven kunnen floreren mits dit gepaard gaat met de bloei van werknemers. Dit is nu vaak nog niet het geval. Er moet een einde komen aan schrijnende leefomstandigheden en uitbuiting van"
  5. "De krimpende beroepsbevolking, bestaande arbeidsmarktkrapte, grote maatschappelijke uitdagingen (bijvoorbeeld verduurzaming) en groeiende vraag naar personeel in publieke sectoren zoals defensie en zorg, is een grote puzzel voor de arbeidsmarkt en economie. Deze structurele krapte vraagt om een gezamenlijke, met 'de polder' gedragen, aanpak. Werkgevers, werknemers, overheid en maatschappelijke organisaties maken samen de arbeidsmarkt toekomstbestendig. In goed polderoverleg maken we eerlijke keuzes over hoe we arbeid anders organiseren, arbeid eerlijker verdelen en welke prioriteiten we stellen in publieke dienstverlening. Arbeidsmigratie is daarbij geen eenvoudig antwoordvoor de oplossing van onze structurele tekorten."
  6. "Ons land kent een lange traditie van overleg tussen werkgevers en werknemers. In de befaamde Nederlandse polder zijn werkgevers en werknemers belangrijke partners bij grote hervormingsbesluiten over de arbeidsmarkt en sociale zekerheid. In tijden van polarisatie en verwijdering blijven we samen zoeken naar overeenstemming en het gezamenlijk algemeen belang."