De regering moet arbeidsmigranten van buiten de EU alleen in het uiterste geval inzetten. Dit mag alleen voor sectoren die cruciaal zijn voor de economie van de toekomst. Er is namelijk nog genoeg werkpotentieel binnen Nederland zelf om tekorten op de arbeidsmarkt op te lossen.
Motie van het lid Flach over bij beleid enkel in het uiterste geval de inzet van arbeidsmigranten van buiten de EU overwegen
De kamer,
constaterende dat een proef wordt opgestart waarbij arbeidsmigranten
van buiten de EU actief naar Nederland worden gehaald;
overwegende dat arbeidsmigratie moet worden gezien als sluitstuk voor
het oplossen van de arbeidsmarktkrapte, aangezien er aanzienlijk
binnenlands potentieel beschikbaar is;
verzoekt de regering als uitgangspunt voor beleid te hanteren dat enkel in
het uiterste geval inzet van arbeidsmigranten van buiten de EU wordt
overwogen, en slechts uitsluitend voor sectoren die gedefinieerd zijn als
cruciaal voor de economie van de toekomst.
Argumenten voor: De partij wil de groei van een lageloneneconomie in sectoren zoals de bouw en glastuinbouw tegengaan [2]. Daarnaast stelt de partij dat tekorten in duurzame sectoren opgelost kunnen worden via omscholing en publieke baangaranties [4], wat ondersteunt dat arbeidsmigratie niet de eerste oplossing hoeft te zijn.
Argumenten tegen: Het programma legt een sterke nadruk op het waarborgen van gelijke rechten, goede huisvesting en bescherming tegen uitbuiting voor alle werknemers in Nederland, ongeacht waar ze vandaan komen [1][3].
Bronnen:
"Arbeidsmigratie is nu vaak een verdienmodel dat drijft op uitbuiting en het tegen elkaar uitspelen van werknemers. In plaats van arbeidsmigranten te gebruiken als goedkope en kwetsbare arbeidskrachten, kiezen we voor een eerlijk en menswaardig arbeidsbeleid. Iedereen die in Nederland werkt waar je ook vandaan komt - heeft recht op gelijke behandeling, goede huisvesting en bescherming tegen uitbuiting. Inmiddels is één op de tien werknemers arbeidsmigrant en dit is niet het gevolg van bewust overheidsbeleid, maar van het bedrijfsleven dat goedkope arbeidskrachten wil. Voor deze mensen moeten dezelfde rechten gelden als voor andere werknemers."
"De meeste arbeidsmigratie, namelijk die uit Midden- en Oost-Europa, heeft vooral bijgedragen aan de groei van een lageloneneconomie voor de slachthuizen, glastuinbouw, bouw en industrie. Daar hebben de bedrijven in die sectoren baat bij, maar de ruim 800.000 arbeidsmigranten hebben het nakijken. Gelijk loon en gelijke rechten voor gelijk werk wordt de norm."
"Arbeidsmigranten krijgen betere bescherming tegen uitbuiting, waaronder het recht op een eigen slaapkamer en fatsoenlijke huisvesting. Het is niet langer toegestaan dat commerciële bedrijven zowel werkgever als huisbaas zijn van arbeidsmigranten."
"Er is een groot tekort aan menskracht in duurzame sectoren. De overheid biedt aantrekkelijke omscholing, publieke baangaranties en bescherming van inkomens voor groene en zinvolle banen."