De regering moet een verbod op uitzendkrachten in de vleessector heel gericht invoeren. Een algemeen verbod straft goede bedrijven onnodig af. Misstanden komen namelijk niet in de hele sector voor, maar alleen bij bepaalde bedrijven. De regering moet daarom strenge regels en goede controles gebruiken om alleen de bedrijven met problemen aan te pakken.
Motie van het lid Flach over een eventueel uitzendverbod zo risicogericht mogelijk en met strikte handhaving en criteria vormgeven
De kamer,
constaterende dat het kabinet een sectoraal uit- en inleenverbod voor de
vleessector overweegt, vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Wtta
per 1 januari;
overwegende dat een generiek uitzendverbod de gehele vleessector treft,
terwijl de sector bestaat uit verschillende deelsectoren, waaronder de
roodvlees-, pluimvee- en vleeswarensector, alsmede een groot aantal
individuele bedrijven;
overwegende dat de misstanden zich niet in gelijke mate in deze
deelsectoren en bedrijven voordoen;
verzoekt de regering, indien wordt overgegaan tot invoering van een
uitzendverbod, dit zo risicogericht mogelijk en met strikte handhaving en
criteria vorm te geven, zodat goed presterende bedrijven niet worden
getroffen door maatregelen die bedoeld zijn voor bedrijven waar
misstanden zijn vastgesteld.
Argumenten voor: De partij streeft naar een landbouwbeleid dat niet strenger is dan dat van de buurlanden [1]. Een risicogerichte uitvoering van een verbod, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen bedrijven met misstanden en goed presterende bedrijven, voorkomt dat de regels voor de sector als geheel onnodig streng worden.
Argumenten tegen: Er zijn in de beschikbare fragmenten geen argumenten te vinden die pleiten voor een generiek, niet-risicogericht verbod of die een strenger landbouwbeleid zouden ondersteunen.
Bronnen:
"Een Nederlands landbouwbeleid dat niet strenger is dan dat van onze buurlanden."