De regering moet een verbod op uitzendkrachten in de vleessector heel gericht invoeren. Een algemeen verbod straft goede bedrijven onnodig af. Misstanden komen namelijk niet in de hele sector voor, maar alleen bij bepaalde bedrijven. De regering moet daarom strenge regels en goede controles gebruiken om alleen de bedrijven met problemen aan te pakken.
Motie van het lid Flach over een eventueel uitzendverbod zo risicogericht mogelijk en met strikte handhaving en criteria vormgeven
De kamer,
constaterende dat het kabinet een sectoraal uit- en inleenverbod voor de
vleessector overweegt, vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Wtta
per 1 januari;
overwegende dat een generiek uitzendverbod de gehele vleessector treft,
terwijl de sector bestaat uit verschillende deelsectoren, waaronder de
roodvlees-, pluimvee- en vleeswarensector, alsmede een groot aantal
individuele bedrijven;
overwegende dat de misstanden zich niet in gelijke mate in deze
deelsectoren en bedrijven voordoen;
verzoekt de regering, indien wordt overgegaan tot invoering van een
uitzendverbod, dit zo risicogericht mogelijk en met strikte handhaving en
criteria vorm te geven, zodat goed presterende bedrijven niet worden
getroffen door maatregelen die bedoeld zijn voor bedrijven waar
misstanden zijn vastgesteld.
Argumenten voor: De partij wil misstanden bij arbeidsmigranten aanpakken [1356, 1357, 1368] en streeft naar een eerlijk speelveld voor goedwillende ondernemers die zich aan de regels houden [2].
Argumenten tegen: De partij ziet een sectoraal verbod op uitzendkrachten als een 'stok achter de deur' om de vraag naar laagbetaald werk te verminderen [1].
Bronnen:
"De vraag naar arbeidsmigranten die laagbetaald werk doen willen westerk verminderen. De overheid maakt bindende afspraken met sectoren om te werken aan arbeidsbesparende innovaties en verbetering van de arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden. Stok achter de deur is een sectoraal verbod op uitzendkrachten."
"Voor laagbetaald werk zijn we te vaak afhankelijk van arbeidsmigranten uit andere delen van de EU, of daarbuiten. Veel werkgevers en opdrachtgevers zijn van goede wil, maar te vaak worden arbeidsmigranten behandeld op een manier die Nederland onwaardig is. De lusten voor de ondernemer, de lasten voor de samenleving en de risico's voor de arbeidsmigrant. Hier treden we streng tegen op. Ook om goedwillende ondernemers een eerlijk speelveld te geven. Onze norm is helder: behandel mensen fatsoenlijk en houd je aan de regels - ook op de dagen dat de Arbeidsinspectie niet langskomt."