Afstandsnormen bij geitenboeren beëindigen

De regering moet vastleggen dat afstandsnormen rond geitenhouderijen stoppen zodra effectieve maatregelen tegen emissies (schadelijke stoffen) zijn ingevoerd. Deze regels zijn tijdelijk en mogen niet zomaar permanent worden. Het succes mag niet alleen afhangen van minder longontsteking, maar moet vooral gaan over het uitvoeren van de juiste maatregelen.

Motie van het lid Wiersma over afstandsnormen rond geitenhouderijen heroverwegen zodra is aangetoond dat er effectieve maatregelen geïmplementeerd zijn

De kamer, constaterende dat de Gezondheidsraad adviseert om afstandsnormen rondom geitenhouderijen te hanteren zolang onvoldoende duidelijk is welke emissies verantwoordelijk zijn voor het gevonden verband tussen geitenhouderijen en longontstekingen en welke maatregelen effectief zijn om deze emissies te reduceren; constaterende dat de geitensector werkt aan onderzoek naar emissiereducerende maatregelen en de implementatie daarvan; overwegende dat tijdelijke maatregelen niet ongemerkt permanent beleid mogen worden; verzoekt de regering vooraf vast te leggen dat afstandsnormen rond geitenhouderijen worden heroverwogen en beëindigd zodra voldoende is aangetoond welke maatregelen effectief zijn en deze maatregelen aantoonbaar zijn geïmplementeerd, waarbij het voortbestaan van deze afstandsnormen niet afhankelijk wordt gemaakt van het op dat moment al aantoonbaar afnemen van het aantal geregistreerde longontstekingen.
18 juni | BBB | Verworpen: 29–120 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma VVD

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij wil af van middelvoorschriften en wil overstappen op doelsturing, waarbij regels worden afgeschaft zodra er aantoonbaar resultaat wordt behaald met de gekozen maatregelen [4]. Daarnaast streeft de partij naar het verminderen van onnodige regels [6] en het bieden van meer duidelijkheid en ruimte voor ondernemers om de huidige onzekerheid te beëindigen [2]. De wens om regels en vergunningen te baseren op feitelijke monitoring van emissies in plaats van op modellen sluit aan bij de motie [1][5].

Argumenten tegen: De partij benadrukt de noodzaak van concrete resultaten op het gebied van emissiereductie om de stikstofproblematiek aan te pakken [3]. Er is echter geen tekstfragment dat zich uitspreekt tegen het beëindigen van een specifieke regel mits aan de reductiedoelen wordt voldaan.

Bronnen:

  1. "Wet- en regelgeving werkbaar maken: Op het moment dat een structurele emissiereductie wettelijk is geborgd, zorgt de overheid voor de noodzakelijke randvoorwaarden. Zo worden PAS-melders, ondernemers die te goeder trouw hebben gehandeld maar nu zonder vergunning zitten, gelegaliseerd met bijvoorbeeld een juridisch houdbare rekenkundige ondergrens. We willen per sector bekijken of een drempelwaarde mogelijk is - om te beginnen voor de bouw, die slechts tijdelijk een geringe uitstoot veroorzaakt. Er moeten weer vergunningen komen voor agrariërs om aan de slag te gaan met stikstofreducerende innovaties, waarvan het grote potentieel recent is aangetoond door onderzoek van de Wageningen Universiteit. En uiteindelijk moeten we waar mogelijk af van de eenzijdige focus op stikstof door op basis van onafhankelijke en langdurige monitoring de feitelijke staat van de natuur leidend te maken bij vergunningverlening."
  2. "Nederland zit bovendien op een stikstofslot. Ondernemers snakken naar ruimte en duidelijkheid. Boeren zitten al te lang in onzekerheid. Recent onderzoek toont aan dat de stikstofproblematiek tot tientallen miljarden euro's aan economische schade leidt. We moeten daarom op korte termijn concrete resultaten boeken om te voorkomen dat de bouw van woningen en wegen langer stilligt en dat boeren in nog meer onzekerheid komen. Keuzes die leiden tot forse vermindering van de stikstofuitstoot en het werkbaar maken van de complexe wet- en regelgeving zijn noodzakelijk, zodat Nederland van het slot gaat. Alleen dan krijgen onze ondernemers de broodnodige ruimte om te groeien."
  3. "Fors verminderen van de stikstofuitstoot: We gaan zorgen voor concrete, generieke stikstofreductie door te sturen op emissies waarbij alle sectoren evenredig bijdragen. Zo komt er weer ruimte voor vergunningverlening. De huidige wetgeving kent reductiedoelen voor de berekende hoeveelheid neerslag op natuurgebieden. We gaan deze KDW-doelen vervangen door sectorgebonden emissieplafonds, inclusief wettelijke tussendoelen, die optellen tot 50% geborgde emissiereductie in 2035. Daarnaast is er een gebiedsgerichte aanpak nodig voor de gebieden waar de problematiek het zwaarst speelt, zoals bij De Peel en De Veluwe, met regionale betrokkenheid noodzakelijke keuzes over aanvullende emissiereductie en extensivering. Rijk, provincies en gemeenten moeten samenwerken om te komen tot een effectieve uitvoering, onder meer met ruimtelijke ordeningsinstrumentarium, ondersteuning van nieuwe verdienmodellen, vrijwillige regelingen en gerichte inzet van middelen voor agrarisch natuurbeheer."
  4. "Ondernemerschap op basis van doelsturing: We willen een agrarische sector die past bij de draagkracht van de omgeving. Vervuiling en emissies willen we waar nodig dus verminderen. Daarvoor zijn middelvoorschriften, zoals verplichte oogstdata, makkelijk voor de overheid, maar die beperken ondernemerschap. We gaan de handen ineenslaan met het bedrijfsleven om over te gaan op afrekenbare doelen en metingen op bedrijfsniveau. Doelen op het gebied van bodemvruchtbaarheid en waterkwaliteit worden het uitgangspunt van ons bemestingsbeleid. Op het moment dat doelsturing aantoonbaar tot resultaat leidt, schaffen we middelvoorschriften af."
  5. "De boer aan het roer: Op basis van een nationaal stikstofemissieplafond krijgen landbouwbedrijven een reductiedoelstelling met afrekenbare normen per hectare of per dier. Agrarische ondernemers worden dan niet meer afgerekend op modelmatig berekende neerslag, maar kunnen hun emissies monitoren en krijgen de ruimte om te voldoen aan een heldere doelstelling op een manier die past bij hun bedrijf. Bijvoorbeeld met extensivering, managementmaatregelen of stikstofreducerende innovaties."
  6. "Een meetbare doelstelling voor minder en betere regels: Een kapper die papieren moet invullen, kan minder mensen knippen op een dag. Een horecabaas die kosten maakt om aan regelgeving te voldoen, moet de prijs van zijn eten verhogen. We hanteren daarom een meetbare doelstelling om het aantal onnodige regels te verminderen en houden de verantwoordelijk minister daar strak aan. Regels die anders moeten, zijn bijvoorbeeld de Risico Inventarisatie en Evaluatie, de bijschrijfplicht in de horeca en het Digitaal Opkopersregister. We schrappen de verplichting voor ondernemers om bij te houden of hun personeel met de fiets, auto of het openbaar vervoer naar kantoor is gekomen. Ook moet het voor het CBS mogelijk worden om, als de ondernemer daar toestemming voor geeft, voor onderzoeksdoeleinden automatisch relevante gegevens over de onderneming uit te lezen, zodat het minder tijd kost deze informatie aan te leveren. We ontwikkelen regelvrije zones, waar tijdelijk en gecontroleerd wet- en regelgeving kan worden opgeschort om innovatie te bevorderen. We bieden hiervoor de juiste juridische grondslag. We beperken koppen op EU-wetgeving, en interpreteren regels niet strenger dan in andere EU-lidstaten. We doen dus niet meer dan dat de EU-van ons vraagt."