Landelijke aanpak mentalegezondheidsnetwerken

De regering moet een landelijk plan maken voor mentalegezondheidsnetwerken. In deze netwerken werken mentale zorg en welzijnsorganisaties samen. Veel mentale problemen ontstaan namelijk door sociale problemen. Nu hangt de hulp te veel af van lokale financiering en initiatieven. Een landelijk plan zorgt voor de nodige financiële middelen en capaciteit.

Motie van het lid Coenradie over een plan voor de brede landelijke uitrol van mentalegezondheidsnetwerken

De kamer, constaterende dat in verschillende regio’s wordt gewerkt met mentalegezondheidsnetwerken, waar ggz-partijen gezamenlijk met welzijnspartijen bekijken welke hulp er precies nodig is; overwegende dat er vaak sociale problemen ten grondslag liggen aan mentale problemen die middels de werkwijze van de mentalegezondheidsnetwerken binnen het sociaal domein opgepakt kunnen worden; overwegende dat het succes en de uitrol van mentalegezondheidsnetwerken nu vaak afhankelijk zijn van lokale initiatieven en financiering; verzoekt de regering een plan uit te werken voor de bredere landelijke uitrol van mentalegezondheidsnetwerken, inclusief een overzicht van de daarvoor benodigde financiële middelen, capaciteit en uitvoeringsvoorwaarden.
18 juni | JA21 | Aangenomen: 122–27 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij wil dat gemeenten afspraken maken met zowel zorg- als welzijnsorganisaties over onder andere de invulling van zorg, ondersteuning en gezamenlijke financiering [4]. Er is behoefte aan nabije zorg die wordt versterkt door samenwerking tussen diverse lokale partijen zoals buurtorganisaties [2]. Bovendien ondersteunt de partij het idee dat het Rijk moet investeren in regionale zorgvoorzieningen [3] en dat er voor bepaalde GGZ-zorg een landelijk dekkend systeem moet komen [1].

Argumenten tegen: De partij stelt dat de overheid zaken zoals het samenleven in gemeenschappen niet van bovenaf moet organiseren, maar juist ruimte moet geven en moet ondersteunen [5]. Een landelijk plan voor de uitrol van netwerken zou als een vorm van sturing van bovenaf kunnen worden gezien die de lokale autonomie beperkt.

Bronnen:

  1. "Ongeveer 1 op de 13 Nederlanders maakt jaarlijks gebruik van GGZ. Deze zorg is hard nodig, zeker voor de meest kwetsbare cliënten. Tegelijkertijd zijn de wachtlijsten fors en is er een gebrek aan capaciteit. Dat vraagt een andere benadering van omgaan met GGZvraagstukken om onnodige medicalisering van levensvragen tegen te gaan. Er komen meer praktijkondersteuners GGZ bij de huisarts om verergering van mentale gezondheidsproblemen en inzet van zwaardere gespecialiseerde zorg te voorkomen. Herstelacademies gerund voor en door mensen met een psychische kwetsbaarheid krijgen prioriteit in de financiering. Voor ernstig psychiatrische patiënten komt er een adequaat en landelijk dekkend systeem waarvan de financiering op beschikbaarheid wordt geregeld. Er komt een einde aan de cherry-picking door GGZinstellingen. Zorgaanbieders blijven patiënten ondersteunen in hun zoektocht naar passende zorg, ook als de zorgaanbieder zelf niet de beste zorg kan bieden."
  2. "We investeren in nabije zorg die pedagogische relaties rond jeugd versterkt. Geen losse programma's, maar samenwerking tussen ouders, scholen, kerken en buurtorganisaties. Denk aan gezamenlijke opvoedgesprekken over thema's als social media en prestatiedruk en ondersteuning bij kinderen met onbegrepen gedrag. Kerken, scholen, lokale teams, opbouwwerkers en jongerenwerkers spelen daarin een belangrijke rol."
  3. "Investeringen van het Rijk moeten meer bijdragen aan sterke regio's. Het Rijk stelt met regiodeals geld beschikbaar om de kwaliteit van leven, wonen en werken in de regio te verhogen. Uitvoeringsorganisaties van het Rijk worden door heel het land gevestigd. Elke regio heeft genoeg OV, zorg- en onderwijsvoorzieningen en krijgt hiervoor geld van het Rijk. Zo houden we gebieden leefbaar. We behouden de toeslag voor kleine scholen. Hogescholen krijgen geld om kleine en kwetsbare opleidingen in de regio overeind te houden. We houden posten voor spoedeisende hulp en andere vormen van acute zorg open door het hele land."
  4. "Geclusterd wonen van ouderen met een (beginnende) zorgvraag gebeurt nog op te kleine schaal. Daarom maakt elke gemeente afspraken met zorg- en welzijnsorganisaties, kerken, woningcorporaties en verenigingen over huisvesting, zinvolle dagbesteding, bestrijding van eenzaamheid en de invulling van zorg en ondersteuning. Deze afspraken gaan ook over gezamenlijke zorgfinanciering en de bouw van geclusterde woningen waar verpleeghuiszorg thuis geleverd kan worden. Gemeenten krijgen meer beleidsruimte om echt regie te kunnen nemen."
  5. "Want samenleven gebeurt niet in systemen, maar in gemeenschappen: in straten, buurten, families, kerken en sportverenigingen. Nederland heeft een rijke traditie van vrijwilligerswerk, mantelzorg en onderlinge betrokkenheid. Juist in regio's waar de onderlinge verbondenheid sterk is, zijn mensen minder eenzaam en gelukkiger. De overheid kan dit niet van bovenaf organiseren, maar moet wel ruimte geven, aanmoedigen en ondersteunen."