De regering moet onderzoeken hoe alle basisscholen dezelfde eisen krijgen voor het kennisniveau van leerlingen. Nu krijgen sommige scholen een voldoende, terwijl veel leerlingen het niveau niet halen. Dit komt doordat de eisen afhangen van de achtergrond van de leerlingen, wat de kansengelijkheid schaadt. Hoge verwachtingen moeten leidend zijn in de Versterkingsagenda Taal en andere Basisvaardigheden.
Motie van het lid Biekman c.s. over uitgaan van hoge verwachtingen van alle leerlingen, ongeacht hun achtergrond
De kamer,
constaterende dat de inspectie voor het streefniveau (1S/2F) in het primair
onderwijs een signaleringswaarde hanteert die per school afhangt van de
schoolweging en uiteenloopt van 30,3% tot 68,3%, waardoor een school
een voldoende kan hebben terwijl minder dan een derde van de leerlingen
het streefniveau haalt;
overwegende dat de referentieniveaus beschrijven wat elke leerling zou
moeten beheersen en geen relatieve maat zijn en dat een norm die
gekoppeld is aan de achtergrond van de leerlingenpopulatie lagere
verwachtingen institutionaliseert en de kansengelijkheid ondermijnt;
verzoekt de regering uit te gaan van hoge verwachtingen van alle
leerlingen, ongeacht hun achtergrond, te onderzoeken hoe voor alle
scholen dezelfde signaleringswaarde kan gelden en dit uitgangspunt
leidend te laten zijn in de Versterkingsagenda Taal en andere Basisvaardigheden.
Argumenten voor: De partij streeft naar gelijke kansen voor elk kind, ongeacht achtergrond, inkomen of woonplaats [4][5]. Zij willen de onderwijskwaliteit verhogen door specifiek te investeren in scholen in kansarme wijken [1][2]. Bovendien ziet de partij centrale toetsen als een middel om kansengelijkheid te bevorderen door een objectieve check te bieden voor het schooladvies [3]. De motie, die vraagt om hoge verwachtingen voor alle leerlingen en een eenduidigere manier van signaleren om kansengelijkheid te waarborgen, sluit direct aan bij deze doelstellingen.
Argumenten tegen: De partij waarschuwt dat centrale toetsen niet zwaarder mogen wegen dan de bredere ontwikkeling van het kind en pleit voor een breed adviesproces dat ook kijkt naar de leerontwikkeling die leraren waarnemen [3]. Een strikt uniforme en enkel op cijfers gebaseerde signaleringswaarde zou mogelijk strijdig kunnen zijn met dit streven naar een meer holistisch en ondersteunend adviesproces [3].
Bronnen:
"We verhogen de kwaliteit van het primair en middelbaar onderwijs door structureel te investeren in kleinere klassen en meer onderwijsondersteuners. We beginnen op scholen in kansarme wijken waar de onderwijsdruk het hoogst is. Daarbij zetten we in op extra opleidingsplaatsen voor onderwijsassistenten en een verruiming van zij-instroomtrajecten, zodat er voldoende handen in de klas beschikbaar komen. Ook ondersteunen we het maken van regionale samenwerkingsafspraken tussen schoolbesturen, gemeenten en lerarenopleidingen over de spreiding van personeel, stageplaatsen en werkdrukverlichting."
"Daarnaast investeren we in onderwijs en menselijk kapitaal: kleinere klassen op scholen met achterstanden en een hogere lumpsum in het primair onderwijs. Zo vergroten we de kans dat jongeren een startkwalificatie of hbo-/wo-diploma behalen."
"Volt gaat de overgang van basis naar voortgezet onderwijs eerlijker en kindgerichter maken. Centrale toetsen dragen bij aan kansengelijkheid door als objectieve check het schooladvies te versterken of bij te stellen. Tegelijkertijd mag de toets niet zwaarder wegen dan de bredere ontwikkeling van het kind. Volt pleit daarom voor een breder adviesproces, gebaseerd op de leerontwikkeling die leraren door de jaren heen waarnemen, in combinatie met doorstroomgesprekken met ouders en leerlingen. Volt stimuleert de ontwikkeling van alternatieve toetsvormen, zoals kleinschalige, diagnostische toetsen die gericht zijn op ondersteuning in plaats van selectie. Scholen krijgen hierbij inhoudelijke en professionele begeleiding om deze toetsen op een eerlijke en stressvrije manier te integreren in hun schooladvies."
"Gelijke kansen beginnen in de klas. Ieder kind moet zich kunnen ontwikkelen, ongeacht inkomen, afkomst of woonplaats. Maar niet iedereen start met dezelfde kansen. Toegang tot onderwijs en kinderopvang verschilt nog te vaak per regio of gezinssituatie. Ook sluit het onderwijs niet altijd aan op de vaardigheden die in de toekomst nodig zijn."
"Een goede start in het leven begint op school. Ieder kind moet dezelfde kansen krijgen om talenten te ontwikkelen, ongeacht achtergrond of inkomen. Ook studeren moet voor iedereen toegankelijk zijn, zonder financiële drempels. De afgelopen jaren hadden studenten te maken met hoge kosten en onzekerheid. Dat moet veranderen. We zorgen dat studeren toegankelijker wordt, met een hogere basisbeurs en een verplichte stagevergoeding. Studenten krijgen meer ruimte om zich te ontwikkelen."