Planning Tweede Kamer en religieuze rituelen

Voorzitters van de Tweede Kamer moeten de vergaderkalender baseren op landelijke feestdagen. De vergadering mag niet worden onderbroken voor persoonlijke religieuze rituelen, zoals de iftar (de maaltijd tijdens de ramadan). De planning van de Kamer mag niet worden bepaald door de persoonlijke overtuiging van één lid.

Motie van het lid Keijzer c.s. over uitspreken dat de Tweede Kamer in de vergaderkalender en de vergaderorde uitgaat van de nationaal erkende feestdagen

De kamer, constaterende dat zich recent een incident heeft voorgedaan met betrekking tot een verzoek om schorsing van een vergadering met het oog op deelname aan de iftar; overwegende dat de Kamer de overtuiging van alle leden respecteert, maar dat de individuele overtuiging geen maatstaf kan zijn voor de vergaderkalender en de vergaderorde; spreekt uit dat de Tweede Kamer in de vergaderkalender en de vergaderorde uitgaat van de nationaal erkende feestdagen en dat leden die aandacht willen besteden aan voor hen bijzondere vieringen en rituelen daaraan op eigen wijze en in eigen tijd invulling dienen te geven; verzoekt voorzitters dienovereenkomstig te handelen.
22 juni | Keijzer, CU, JA21, Markusz, VVD | Aangenomen: 76–74 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma D66

Stemverwachting: tegen (onzeker, 50%)

Argumenten voor: De partij erkent het belang van het instellen van nationale feestdagen [1].

Argumenten tegen: De partij streeft naar een samenleving waarin menselijk maatwerk en autonomie centraal staan en waarbij politiek niet gebaseerd moet zijn op dogma's [2]. Dit zou kunnen duiden op een voorkeur voor meer flexibiliteit in de vergaderkalender om aan individuele behoeften tegemoet te komen, in plaats van een strikte koppeling aan nationale feestdagen.

Bronnen:

  1. "Op 1 juli is het Keti Koti. Dat wordt een nationale feestdag, net als Bevrijdingsdag op 5 mei. We staan stil bij het slavernijverleden en vieren de vrijheid."
  2. "D66 staat voor een samenleving waarin ieder mens het recht heeft om zelf te beslissen over het begin en het einde van het leven, over vruchtbaarheidsbehandelingen en ouderschap, over identiteit en medische behandelingen. Dat vraagt om politiek die niet wegkijkt van lastige vragen, maar die morele moed toont en menselijk maatwerk biedt. Geen regels gebaseerd op angst of dogma's, maar op mededogen, redelijkheid en vertrouwen in autonomie."