Planning Tweede Kamer en religieuze rituelen

Voorzitters van de Tweede Kamer moeten de vergaderkalender baseren op landelijke feestdagen. De vergadering mag niet worden onderbroken voor persoonlijke religieuze rituelen, zoals de iftar (de maaltijd tijdens de ramadan). De planning van de Kamer mag niet worden bepaald door de persoonlijke overtuiging van één lid.

Motie van het lid Keijzer c.s. over uitspreken dat de Tweede Kamer in de vergaderkalender en de vergaderorde uitgaat van de nationaal erkende feestdagen

De kamer, constaterende dat zich recent een incident heeft voorgedaan met betrekking tot een verzoek om schorsing van een vergadering met het oog op deelname aan de iftar; overwegende dat de Kamer de overtuiging van alle leden respecteert, maar dat de individuele overtuiging geen maatstaf kan zijn voor de vergaderkalender en de vergaderorde; spreekt uit dat de Tweede Kamer in de vergaderkalender en de vergaderorde uitgaat van de nationaal erkende feestdagen en dat leden die aandacht willen besteden aan voor hen bijzondere vieringen en rituelen daaraan op eigen wijze en in eigen tijd invulling dienen te geven; verzoekt voorzitters dienovereenkomstig te handelen.
22 juni | Keijzer, CU, JA21, Markusz, VVD | Aangenomen: 76–74 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma PVV

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij wil de invloed van de islam in overheidsgebouwen, waaronder de Staten-Generaal, beperken [1] en streeft naar een seculiere overheid waarbij religieuze invloeden op officiële processen worden geminimaliseerd [3][2]. Het vasthouden aan een vergaderkalender op basis van de nationale feestdagen, in plaats van rekening te houden met individuele religieuze rituelen, sluit aan bij het streven om de invloed van religie op de staatsinstellingen te beperken [1][3].

Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten om religieuze rituelen of individuele religieuze overtuigingen een plek te geven in de formele vergaderorde of de nationale feestdagenlijst.

Bronnen:

  1. "Verbod op het dragen van islamitische hoofddoekjes in alle overheidsgebouwen inclusief de Staten-Generaal"
  2. "70% van de moslims in Nederland vindt de eigen religieuze regels, de sharia, belangrijker dan onze seculiere wetgeving. De sharia leidt tot onderdrukking, discriminatie en het verdwijnen van vrijheden."
  3. "Verbod op het afleggen van de eed op Allah voor overheidspersoneel en militairen"