Gelijke rechten voor mbo-studenten

De regering moet mbo-studenten dezelfde studiefinanciering en reisopties geven als hbo- en wo-studenten. Mbo-studenten hebben namelijk dezelfde kosten voor hun dagelijkse leven als studenten aan hogere opleidingen. Ook leveren zij een onmisbare bijdrage aan de samenleving. Discriminatie op basis van het type opleiding is onacceptabel.

Motie van de leden Van der Plas en Tseggai over mbo-studenten dezelfde studiefinancierings- en studentenreisopties geven als hbo- en wo-studenten

De kamer, constaterende dat mbo-studenten een opleiding volgen waarmee zij een onmisbare bijdrage kunnen leveren aan de Nederlandse samenleving; constaterende dat mbo-studenten dezelfde kosten voor levensonderhoud hebben als andere studenten; constaterende dat discriminatie op basis van opleiding onacceptabel is; verzoekt de regering mbo-studenten dezelfde studiefinancieringsopties en studentenreisopties te geven als hbo- en wo-studenten.
23 juni | BBB | Verworpen: 57–93 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij benadrukt dat vakmensen uit het mbo onmisbaar zijn voor de samenleving en de arbeidsmarkt [1]. Daarnaast wil de partij volop investeren in het beroepsonderwijs [4] en streeft zij naar het creëren van gelijke kansen door middel van gerichte investeringen [3]. De wens om het openbaar vervoer goedkoper te maken en het aanbod te versterken [2] sluit bovendien aan bij het verzoek om betere studentenreisopties.

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen argumenten die het gelijkstellen van mbo-studenten aan hbo- en wo-studenten op het gebied van studiefinanciering of reisopties tegengaan.

Bronnen:

  1. "Of het nu in de zorg, techniek of bouw is: onze samenleving en arbeidsmarkt kan niet zonder vakmensen. We zetten in op positieve beeldvorming en stimuleren jongeren om vol vertrouwen te kiezen voor het vmbo en het mbo. Er komt gericht beleid voor meer praktisch gericht onderwijs, bijvoorbeeld de techniekhavo. Het mbo moet toegankelijk zijn voor instromers zonder startkwalificatie na beoordeling door de opleiding. De samenwerking tussen mboinstellingen en werkgevers wordt versterkt, zodat elke jongere verzekerd is van een kwalitatief goede stageplaats, inclusief stagevergoeding."
  2. "Er dreigt een kaalslag in het OV: buslijnen verdwijnen, ritten worden steeds duurder. We willen dorpen, buitenwijken en voorzieningen beter bereikbaar maken met het openbaar vervoer. We draaien de bezuiniging op het openbaar vervoer terug en stellen in navolging van de Bikker-gelden 300 miljoen euro per jaar beschikbaar voor versterking van het aanbod van busvervoer en goedkopere kaartjes. Er komt een landelijk netwerk van frequente snelle busverbindingen tussen middelgrote steden. We zetten ons in voor een structurele verbetering van het doelgroepenvervoer, inclusief het leerlingenvervoer."
  3. "Voor het creëren van gelijke kansen is het belangrijk om gericht te investeren. Via de bekostiging en het onderwijsachterstandenbeleid blijven we extra middelen vrijmaken voor scholen waar veel uitdagingen en achterstanden zijn. De ouderbijdrage blijft vrijwillig en de inspectie ziet erop toe dat scholen dit respecteren, niet discrimineren, en dat het vrijwillig karakter voor iedereen duidelijk is. Komen scholen tekort, dan kunnen ze worden gecompenseerd zodat er geen onacceptabele verschillen tussen scholen ontstaan. Het is onwenselijk als er een omvangrijk buitenschools circuit van bijlesorganisaties ontstaat ('schaduwonderwijs'), mede als symptoom van een prestatiecultuur. Als een leerling bijles of extra ondersteuning nodig"
  4. "We investeren volop in het beroepsonderwijs en geven ruimte aan jonge ondernemers. Dat is nodig, nu veel kennis met pensioen gaat. Elke provincie verdient een techniekhavo en technasia. Bedrijven worden via samenwerkingen actief betrokken bij het onderwijs, zowel in het voortgezet als vervolgonderwijs. We stimuleren ondernemerschap vanuit het hoger en wetenschappelijk onderwijs, bijvoorbeeld door het mogelijk maken van afspraken over het intellectueel eigendom van tijdens een studie ontwikkelde innovaties."