Meer stageplekken voor mbo-studenten

De regering moet de goedkeuring van stageplekken door de SBB (de organisatie die stages keurt) versoepelen en versnellen. Nederland heeft dringend vakmensen nodig. Nu kunnen mbo-studenten van verwante opleidingen niet op alle stageplekken terecht door de huidige regels. Door deze regels te versoepelen, komen er meer mogelijkheden voor stages.

Motie van het lid Boomsma over de goedkeuring van stageplaatsen voor mbo-opleidingen door de SBB versoepelen en versnellen

De kamer, overwegende dat Nederland goed opgeleide vakmensen dringend nodig heeft en dat voldoende mogelijkheden voor stages hierbij cruciaal zijn; overwegende dat de huidige systematiek voor de accreditatie van stages zoals die wordt toegepast door de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) ervoor zorgt dat geaccrediteerde stageplaatsen die verbonden zijn met een bepaalde opleiding, niet toegankelijk zijn voor mbo’ers van een verwante opleiding; overwegende dat een goede verdeling van de verantwoordelijkheden tussen opleiding, bedrijf en SBB noodzakelijk is om de kwaliteit van leren op de werkplek goed te kunnen borgen; verzoekt de regering de goedkeuring van stageplaatsen voor mbo-opleidingen door SBB te versoepelen en te versnellen, in ieder geval door geaccrediteerde stageplekken ook voor aanverwante opleidingen toe te staan.
23 juni | JA21 | Aangenomen: 79–71 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma BBB

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij streeft naar een versterking van het beroepsonderwijs, waarbij stages een essentieel onderdeel zijn [1]. Er is een sterke nadruk op het aanpakken van personeelstekorten in sectoren zoals de bouw door het ondersteunen van het MBO [2] en het meer waarderen van vakmensen [5785, 6634]. Daarnaast pleit de partij voor regionale regie op opleidingen en stages [3] en een versterkte samenwerking tussen onderwijs, bedrijven en de gemeente [4]. Het toegankelijker maken van stageplaatsen voor verwante opleidingen sluit aan bij het doel om het onderwijs beter te laten aansluiten op de praktijk en de maatschappelijke behoefte aan vakmensen [5].

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen argumenten die pleiten voor het behoud van strikte accreditatiebeperkingen of bureaucratische controle op stageplaatsen.

Bronnen:

  1. "Versterking van beroepsonderwijs. Het beroepsonderwijs kan worden versterkt met leermeesters, stages en regionale samenwerking tussen Praktijkonderwijs, VMBO, MBO, werkgevers en gemeenten."
  2. "Vernieuwing en vakmanschap. De bouw kan niet zonder het bevorderen van vakmanschap en vernieuwing. We zetten in op fabrieksmatige en tijdelijke woningbouw om efficiënter te bouwen. Op dat gebied is er nog veel meer mogelijk om de woningbouw te versnellen. We ondersteunen het MBO en het regionaal vakonderwijs in de bouwsector om het tekort aan praktisch opgeleid personeel aan te pakken."
  3. "Regionale regie op opleidingen. Zorgverleners die een stage of zelfs hele opleiding in een ziekenhuis of zorginstelling hebben gevolgd, blijven vaker behouden voor de regio. Om die reden moet er regionale regie komen op opleidingen en stages."
  4. "Samenwerking onderwijs, bedrijfsleven en overheid. BBB is voorstander van het versterken van regionale samenwerking tussen bedrijven, onderwijsinstellingen en de gemeente om innovatieve kracht en hoogwaardige werkgelegenheid voor de jeugd in hun eigen regio, stad en dorp te behouden en te ontwikkelen."
  5. "Daarnaast verdient het praktijkonderwijs meer waardering. Niet iedereen hoeft een theoretisch diploma te behalen. Timmerlieden, elektriciens, koks, zorgverleners en andere vakmensen zijn onmisbaar voor onze samenleving. Jarenlang is het praktijkonderwijs ondergewaardeerd, terwijl juist daar de vakmensen van de toekomst worden opgeleid. BBB pleit voor een fundamentele herwaardering van ambacht en vakmanschap, van het vmbo tot het mbo. Jongeren die goed zijn in doen, bouwen, zorgen, repareren en creëren, verdienen net zoveel respect als denkers en schrijvers. Een samenleving draait niet op papier alleen, maar op mensen die het werk doen. Onderwijs moet daarop aansluiten - met ruimte voor talent, waardering voor vakmanschap en aandacht voor de basis."