Meer stageplekken voor mbo-studenten

De regering moet onderzoeken hoe er meer stageplekken kunnen komen voor mbo-studenten in sectoren met personeelstekort. Nu moeten scholen te weinig studenten toelaten omdat er te weinig stageplekken en begeleiders zijn. Als dit niet verandert, wordt het tekort aan personeel in deze sectoren alleen maar groter.

Motie van het lid Boomsma over inventariseren hoe meer stageplaatsen kunnen worden gerealiseerd voor studierichtingen die opleiden voor tekortsectoren

De kamer, constaterende dat sommige mbo-opleidingen voor beroepen waar ernstige personeelstekorten bestaan, de toegang tot die opleidingen moeten beperken wegens een tekort aan stageplekken; constaterende dat juist in sectoren met een personeelstekort bedrijven en instellingen minder tijd hebben om stagiairs te begeleiden; constaterende dat het Stagefonds Zorg vanaf 2028 wordt beëindigd vanwege het tekort aan stagebegeleiders; overwegende dat de personeelstekorten verder dreigen toe te nemen door het tekort aan stageplekken; verzoekt de regering in overleg met mbo-opleidingen en de betreffende tekortsectoren te inventariseren op welke manieren meer stageplaatsen kunnen worden gerealiseerd voor studierichtingen die opleiden voor tekortsectoren en die nu de instroom van studenten noodgedwongen moeten beperken, bijvoorbeeld door betere ondersteuning te bieden, en de Kamer hierover voor de behandeling van de begroting 2027 te informeren.
23 juni | JA21 | Aangenomen: 143–7 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij stelt dat de samenleving en de arbeidsmarkt niet kunnen zonder vakmensen, specifiek in de zorg, techniek en bouw [1]. Om de instroom te bevorderen, wil de partij de samenwerking tussen mbo-instellingen en werkgevers versterken, zodat elke jongere verzekerd is van een kwalitatief goede stageplaats [1]. Ook wil de partij bedrijven via samenwerkingen actief betrekken bij het onderwijs [3]. Daarnaast is de visie dat de structurele arbeidsmarktkrapte een gezamenlijke aanpak vereist van de overheid, werkgevers en maatschappelijke organisaties [2].

Argumenten tegen:

Bronnen:

  1. "Of het nu in de zorg, techniek of bouw is: onze samenleving en arbeidsmarkt kan niet zonder vakmensen. We zetten in op positieve beeldvorming en stimuleren jongeren om vol vertrouwen te kiezen voor het vmbo en het mbo. Er komt gericht beleid voor meer praktisch gericht onderwijs, bijvoorbeeld de techniekhavo. Het mbo moet toegankelijk zijn voor instromers zonder startkwalificatie na beoordeling door de opleiding. De samenwerking tussen mboinstellingen en werkgevers wordt versterkt, zodat elke jongere verzekerd is van een kwalitatief goede stageplaats, inclusief stagevergoeding."
  2. "De krimpende beroepsbevolking, bestaande arbeidsmarktkrapte, grote maatschappelijke uitdagingen (bijvoorbeeld verduurzaming) en groeiende vraag naar personeel in publieke sectoren zoals defensie en zorg, is een grote puzzel voor de arbeidsmarkt en economie. Deze structurele krapte vraagt om een gezamenlijke, met 'de polder' gedragen, aanpak. Werkgevers, werknemers, overheid en maatschappelijke organisaties maken samen de arbeidsmarkt toekomstbestendig. In goed polderoverleg maken we eerlijke keuzes over hoe we arbeid anders organiseren, arbeid eerlijker verdelen en welke prioriteiten we stellen in publieke dienstverlening. Arbeidsmigratie is daarbij geen eenvoudig antwoordvoor de oplossing van onze structurele tekorten."
  3. "We investeren volop in het beroepsonderwijs en geven ruimte aan jonge ondernemers. Dat is nodig, nu veel kennis met pensioen gaat. Elke provincie verdient een techniekhavo en technasia. Bedrijven worden via samenwerkingen actief betrokken bij het onderwijs, zowel in het voortgezet als vervolgonderwijs. We stimuleren ondernemerschap vanuit het hoger en wetenschappelijk onderwijs, bijvoorbeeld door het mogelijk maken van afspraken over het intellectueel eigendom van tijdens een studie ontwikkelde innovaties."