Mbo beter laten aansluiten bij hoger onderwijs

De regering moet het mbo laten aansluiten bij het hoger onderwijs (h.o.) en wetenschappelijk onderwijs (w.o.). In wetten en beleid mag het mbo niet worden samengevoegd met het basisonderwijs (p.o.) of voortgezet onderwijs (v.o.). Mbo sluit namelijk beter aan bij hoger onderwijs dan bij het basisonderwijs of het voortgezet onderwijs.

Motie van de leden Tseggai en Kostić over in beleid en wetgeving het mbo bij voorkeur niet samentrekken met p.o en vo

De kamer, constaterende dat in het kabinetsbeleid wordt gestreefd naar een gelijkwaardiger behandeling van verschillende onderwijstypen, waarbij vooral de positie van het middelbaar beroepsonderwijs een focuspunt is; van mening dat gelijkwaardige behandeling van onderwijstypen met zich meebrengt dat daarvoor de aansluiting van mbo bij hoger en wetenschappelijk onderwijs méér voor de hand ligt dan aansluiting bij primair en voortgezet onderwijs, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de in belang toenemende mbo-h.o.-samenwerkingsvormen rond praktijkgericht onderzoek; verzoekt de regering om in beleid en wetgeving het mbo bij voorkeur niet samen te trekken met p.o. en vo, maar te laten aansluiten bij h.o. en wo.
23 juni | PvdD |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma D66

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij streeft naar gelijkwaardigheid tussen mbo-, hbo- en wo-studenten [2]. Dit uit zich in het willen geven van dezelfde toegang tot huisvesting, voordelen en voorzieningen als hbo- en wo-studenten [1], een gelijke aanvullende beurs [5] en een eerlijke, gelijke stagevergoeding voor alle studenten [4]. Daarnaast wil de partij dat mbo- en hbo-studenten elkaar vaker ontmoeten, bijvoorbeeld in de collegezaal [2], en dat er meer aandacht komt voor praktijkgericht onderzoek op het mbo en hbo [3].

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen argumenten om de aansluiting van het mbo bij het hoger onderwijs tegen te houden; de nadruk ligt juist op het verhogen van de status en de gelijkwaardigheid van het mbo ten opzichte van het hoger onderwijs.

Bronnen:

  1. "Mbo-studenten krijgen dezelfde toegang tot studentenhuisvesting, dezelfde voordelen voor studenten en toegang tot sport, cultuur en verenigingen als hbo en wo-studenten."
  2. "Studeren op het mbo, de hogeschool of aan de universiteit zou een tijd moeten zijn waarin je groeit, nieuwe mogelijkheden ontdekt en een goede basis legt voor je toekomst. Maar te vaak lopen studenten vast door stress over geld, druk om te presteren en een gebrek aan betaalbare huizen. De mentale gezondheid van studenten staat al jaren onder druk. Het mbo, hbo en wo worden nog altijd ongelijk gewaardeerd. Dat moet anders. D66 kiest voor een studietijd waarin iedereen kan leren en leven, zonder torenhoge schulden. En waar mbo'ers, hbo'ers en wo'ers elkaar ontmoeten, ook in de collegezaal."
  3. "D66 wil een goede balans tussen onderzoek met en zonder directe praktische toepassing. Daarom komt er meer ruimte voor vrij onderzoek dat niet wordt gestuurd door beleid of anderen buiten de wetenschap. We zorgen hierbij voor een eerlijke verdeling tussen de verschillende wetenschapsgebieden. Op het mbo en het hbo komt meer aandacht voor onderzoek dat op de praktijk gericht is."
  4. "Wij willen een eerlijke stagevergoeding voor elke student. Daarom komt er een wettelijke minimum stagevergoeding, die werkgevers betalen. Er mag geen verschil bestaan tussen stages in het mbo, hbo en wo. We accepteren geen stagediscriminatie en voeren daarom een geen-pardon beleid. Elke onderwijsinstelling krijgt een meldpunt voor stagediscriminatie."
  5. "D66 verhoogt de basisbeurs met €166 euro per maand, zodat studenten beter kunnen rondkomen. Een mbo-student krijgt dezelfde aanvullende beurs als een student aan de hogeschool of universiteit."