De regering moet het mbo laten aansluiten bij het hoger onderwijs (h.o.) en wetenschappelijk onderwijs (w.o.). In wetten en beleid mag het mbo niet worden samengevoegd met het basisonderwijs (p.o.) of voortgezet onderwijs (v.o.). Mbo sluit namelijk beter aan bij hoger onderwijs dan bij het basisonderwijs of het voortgezet onderwijs.
Motie van de leden Tseggai en Kostić over in beleid en wetgeving het mbo bij voorkeur niet samentrekken met p.o en vo
De kamer,
constaterende dat in het kabinetsbeleid wordt gestreefd naar een
gelijkwaardiger behandeling van verschillende onderwijstypen, waarbij
vooral de positie van het middelbaar beroepsonderwijs een focuspunt is;
van mening dat gelijkwaardige behandeling van onderwijstypen met zich
meebrengt dat daarvoor de aansluiting van mbo bij hoger en wetenschappelijk onderwijs méér voor de hand ligt dan aansluiting bij primair en
voortgezet onderwijs, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de in belang toenemende mbo-h.o.-samenwerkingsvormen rond praktijkgericht onderzoek;
verzoekt de regering om in beleid en wetgeving het mbo bij voorkeur niet
samen te trekken met p.o. en vo, maar te laten aansluiten bij h.o. en wo.
Argumenten voor: De partij wil het beroepsonderwijs versterken [2] en streeft naar meer waardering en gelijkwaardigheid voor het mbo [5][6][1]. In het programma wordt een 'verticale leerlijn' benoemd waarbij de ontwikkeling van leerlingen doorgaat van het mbo naar het hbo [4][3]. De motie, die vraagt om de aansluiting van het mbo bij het hbo en wo te prioriteren, sluit aan bij deze visie op een doorgaande ontwikkeling naar hoger onderwijs [3].
Argumenten tegen: De partij pleit voor een 'verticale leerlijn' die een doorgaande ontwikkeling mogelijk maakt van het praktijkonderwijs via vmbo en mbo tot en met hbo [4][3]. Dit kan worden geïnterpreteerd als een voorkeur voor een nauwe verbinding tussen alle onderwijstypen, wat mogelijk botst met het verzoek in de motie om het mbo in beleid en wetgeving juist niet langer samen te trekken met het po en vo [4][3].
Bronnen:
"Gelijkwaardigheid praktijkonderwijs, VMBO en MBO. Praktijkonderwijs, VMBO en MBO verdienen meer gelijkwaardigheid en waardering met een sterke regionale spreiding."
"Versterking van beroepsonderwijs. Het beroepsonderwijs kan worden versterkt met leermeesters, stages en regionale samenwerking tussen Praktijkonderwijs, VMBO, MBO, werkgevers en gemeenten."
"Verticale leerlijn. Een verticale leerlijn is een opbouw van leerstof waarbij leerlingen stap voor stap verder leren over hetzelfde onderwerp. Dit gaat van eenvoudiger naar moeilijker door verschillende schooltypen heen. Dit maakt een doorgaande ontwikkeling mogelijk van praktijkonderwijs via VMBO, MBO tot en met HBO."
"Naast een goed primair en voortgezet onderwijs speelt het beroepsonderwijs een belangrijke rol in de regio. Een verticale leerlijn van praktijkonderwijs via VMBO, MBO tot en met HBO, zorgt voor een goed vestigingsklimaat en veel werkgelegenheid. De essentie van goed leren lezen, schrijven, rekenen en praktische vaardigheden opdoen, is ondergesneeuwd. Jongeren moeten worden voorbereid op het leven en dat begint met een stevige basis en zicht op hun talenten. Dat geldt voor zowel praktisch als theoretisch onderwijs. BBB kiest voor een duidelijke koers: minder randzaken, meer vakmanschap en waardering voor onze doeners en denkers in een veilige onderwijs omgeving."
"Daarnaast verdient het praktijkonderwijs meer waardering. Niet iedereen hoeft een theoretisch diploma te behalen. Timmerlieden, elektriciens, koks, zorgverleners en andere vakmensen zijn onmisbaar voor onze samenleving. Jarenlang is het praktijkonderwijs ondergewaardeerd, terwijl juist daar de vakmensen van de toekomst worden opgeleid. BBB pleit voor een fundamentele herwaardering van ambacht en vakmanschap, van het vmbo tot het mbo. Jongeren die goed zijn in doen, bouwen, zorgen, repareren en creëren, verdienen net zoveel respect als denkers en schrijvers. Een samenleving draait niet op papier alleen, maar op mensen die het werk doen. Onderwijs moet daarop aansluiten - met ruimte voor talent, waardering voor vakmanschap en aandacht voor de basis."
"Waardering voor vakmensen. Praktisch opgeleiden verdienen extra waardering in taal en beleid. Te lang zijn leerlingen richting het hoogste theoretische niveau gestuurd, terwijl de samenleving juist zit te springen om vakmensen. Tijd voor erkenning en gerichte steun."