De regering moet het mbo laten aansluiten bij het hoger onderwijs (h.o.) en wetenschappelijk onderwijs (w.o.). In wetten en beleid mag het mbo niet worden samengevoegd met het basisonderwijs (p.o.) of voortgezet onderwijs (v.o.). Mbo sluit namelijk beter aan bij hoger onderwijs dan bij het basisonderwijs of het voortgezet onderwijs.
Motie van de leden Tseggai en Kostić over in beleid en wetgeving het mbo bij voorkeur niet samentrekken met p.o en vo
De kamer,
constaterende dat in het kabinetsbeleid wordt gestreefd naar een
gelijkwaardiger behandeling van verschillende onderwijstypen, waarbij
vooral de positie van het middelbaar beroepsonderwijs een focuspunt is;
van mening dat gelijkwaardige behandeling van onderwijstypen met zich
meebrengt dat daarvoor de aansluiting van mbo bij hoger en wetenschappelijk onderwijs méér voor de hand ligt dan aansluiting bij primair en
voortgezet onderwijs, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de in belang toenemende mbo-h.o.-samenwerkingsvormen rond praktijkgericht onderzoek;
verzoekt de regering om in beleid en wetgeving het mbo bij voorkeur niet
samen te trekken met p.o. en vo, maar te laten aansluiten bij h.o. en wo.
Argumenten voor: De partij wil het MBO erkennen door mbo-studenten zoveel mogelijk dezelfde kansen te bieden als studenten in het hbo en wo [1]. Daarnaast streeft de partij naar betere doorstroomkansen voor mbo-studenten [1].
Argumenten tegen: De partij geeft aan dat alle onderwijsniveaus waar mogelijk onder één dak moeten zijn [2].
Bronnen:
"Erkenning van het MBO door de investeringen hierin op peil te houden, betere doorstroomkansen en mbo-studenten zo veel mogelijk dezelfde kansen als hbo'ers en wo'ers te bieden."
"Alle onderwijsniveaus onder één dak waar mogelijk."