De regering moet niet akkoord gaan met onomkeerbare stappen bij de herziening van de KRW (Kaderrichtlijn Water). De gevolgen voor de waterkwaliteit, de natuur en de kosten voor drinkwater en gezondheid zijn nog onduidelijk. De Kamer moet eerst volledig geïnformeerd worden over de plannen van de Europese Commissie.
Motie van het lid Zalinyan c.s. over tijdens de Milieuraad niet akkoord gaan met onomkeerbare stappen ten aanzien van de herziening van de KRW zolang onvoldoende duidelijk is wat de gevolgen zijn voor de waterkwaliteit
De kamer,
constaterende dat er nog veel onduidelijk is over de voorstellen vanuit de
Europese Commissie ten aanzien van de mogelijke herziening van de
KRW;
overwegende dat herziening van de KRW grote gevolgen kan hebben voor
de maatschappelijke kosten ten aanzien van drinkwater, biodiversiteit en
gezondheid;
verzoekt de regering om tijdens de Milieuraad niet akkoord te gaan met
onomkeerbare stappen ten aanzien van de herziening van de KRW zolang
onvoldoende duidelijk is wat de gevolgen zijn voor de waterkwaliteit en
voordat de Kamer hierover geïnformeerd is.
Argumenten voor: De partij pleit voor meer controle van de Tweede Kamer op de Europese politiek en wil dat ministers in Brussel gebonden zijn aan een dwingend onderhandelingsmandaat [4]. Daarnaast benadrukt de partij dat de normen binnen de Kaderrichtlijn Water (KRW) uitvoerbaar en haalbaar moeten zijn [1]. Er is ook aandacht voor de mogelijke negatieve neveneffecten van KRW-maatregelen, zoals verzilting door maatregelen met betrekking tot vismigratie [2].
Argumenten tegen: Het programma biedt weinig directe argumenten om tegen de motie te stemmen, afgezien van de algemene ambitie om de wereldwijde leidende positie van Nederland op het gebied van watermanagement te behouden [3].
Bronnen:
"Waterkwaliteit meten aan ecologie. Een goede waterkwaliteit meten wij af aan een goede plantengroei, goede visstand en dus een goede ecologie. Cijfers op papier ontleend aan de modellenwerkelijkheid zijn niet leidend. De Kaderrichtlijn Water (KRW) moet in Nederland gelijk aan de buurlanden worden toegepast, met uitvoerbare en haalbare normen. Waar de waterkwaliteit op orde is, worden gebieden niet langer als kwetsbaar gebied aangemerkt."
"Verhoogde aandacht voor zoet water. In Nederland passeert veel zoet water vanuit meerdere Europese landen. Om de hoeveelheid zoet water in onze rivieren op peil te houden voor een leefbaar Nederland, dienen er afspraken te worden gemaakt in Europa die de verdeling van water organiseren. We zullen moeten inzetten op stuwen en sluizen om de waterafvoer beter te kunnen controleren. Zeeland heeft een zoetwaterbuffer nodig zodat kostbaar zoet water kan worden vastgehouden in plaats van dat het de zoute Scheldes in stroomt. Aandacht is ook nodig voor verzilting door maatregelen in het kader van de KRW met betrekking tot vismigratie. Een voorbeeld hiervan is het Lauwersmeer, dat een zoetwaterbuffer kan zijn maar door natuurbeleid (vismigratie) wordt verzilt, met gevolgen voor de pootaardappelteelt en voor de natuur. Dit geldt ook voor de inlaat van zout water in het grootste zoetwaterbekken van Nederland, het IJsselmeer."
"Behoud vooraanstaande positie in ruimte en water. Ook de samenwerking op het terrein van de verkenning en inrichting van de ruimte wordt steeds belangrijker. Nederland streeft hierin naar een vooraanstaande rol. Dat geldt ook voor de wereldwijde leidende positie die Nederland heeft op het gebied van water: van baggeren tot watermanagement. Deze rol moet behouden blijven én verder uitgebouwd worden."
"Meer controle over Europese politiek. Nederlandse ministers stemmen in Brussel over nieuwe EU-wetgeving, maar zijn daarbij niet verplicht te handelen volgens de lijn van de Tweede Kamer. In de afgelopen jaren gebeurde het steeds vaker dat de wil van de Tweede Kamer werd genegeerd. Om die reden pleit BBB voor de invoering van een dwingend onderhandelingsmandaat voor Europese wetgevingsvoorstellen, zoals dat gebruikelijk is in het Deense en het Duitse Parlement. Het door de Tweede Kamer verleende mandaat bepaalt de ruimte van de minister bij onderhandelingen en stemmingen op Europees niveau. Bovendien vindt vroegtijdig afstemming plaats tussen ministeries ten behoeve van een nationaal standpunt richting Brussel."