Opleidingen in de wijkverpleging betalen

De regering moet de kosten voor opleiding en begeleiding opnemen in de tarieven voor wijkverpleging. Dit moet ook in de begroting van 2027 worden opgenomen. Dit zorgt voor meer zekerheid en minder administratieve lasten dan het werken met subsidies.

Motie van het lid Coenradie over opleidings- en begeleidingskosten onderdeel maken van de tarieven voor de wijkverpleging

De kamer, constaterende dat het opleiden en begeleiden van toekomstige medewerkers een kerntaak is van zorg- en welzijnsorganisaties; constaterende dat de kosten voor opleiden en begeleiden verweven zijn met het zorgverleningsproces en dus ook met kosten voor zorgverlening; constaterende dat in het Investeringsakkoord Opleiden Wijkverpleging afspraken zijn gemaakt over structurele financiering van het opleiden van zij-instromers in de wijkverpleging; overwegende dat het in tarieven opnemen van kosten voor opleiden in de wijkverpleging zorgt voor continuïteit, voorspelbaarheid en minder administratieve lasten dan via subsidies; verzoekt de regering om met de betrokken veldpartijen afspraken te maken om de opleidings- en begeleidingskosten onderdeel te maken van de tarieven voor de wijkverpleging en deze afspraken in de ontwerpbegroting 2027 budgettair te verwerken.
24 juni | JA21 | Aangenomen: 150–0 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma GL-PvdA

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij wil de regels en de bekostiging van de zorg voor ouderen simpeler maken [2]. Daarnaast wil de partij de wijkverpleegkundige een centrale rol geven [2] en inzetten op voldoende personeel om de kwaliteit van de zorg te waarborgen en de werkdruk behapbaar te houden [5]. De motie, die streeft naar een vereenvoudiging van de bekostiging door opleidingskosten in de tarieven op te nemen in plaats van via subsidies, sluit aan bij deze wens voor een simpelere bekostiging [2]. Ook de nadruk op samenwerking in plaats van marktwerking [3] en de wens dat de overheid samen met het bedrijfsleven zorgt voor om- en bijscholing [4][1] ondersteunen de verschuiving naar structurele, verankerde bekostiging.

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen argumenten die tegen het integreren van opleidingskosten in de tarieven voor de wijkverpleging pleiten.

Bronnen:

  1. "Ontwikkelen en leren. In samenwerking met het bedrijfsleven zorgt de overheid voor een ontwikkelbudget. Zo kan het hele werkzame leven ingezet worden op het volgen van opleidingen en cursussen. Ook om- en bijscholing vallen binnen het budget. We erkennen en bekostigen brancheopleidingen voor mensen met een beperking, zodat zij ook een diploma of certificaat kunnen halen. Dat biedt erkenning en meer kansen om ook mee te kunnen doen met de samenleving. Zie hoofdstuk 'Werk, Inkomen en Economie'."
  2. "Zorg in de wijk voor ouderen. De meeste ouderen willen het liefst zo lang mogelijk thuis blijven wonen. We gaan meer woningen bouwen waar je kan blijven wonen als je ouder wordt (levensloopbestendig) en waar we wonen en zorg goed kunnen combineren. We willen de verschillende regels en bekostiging van zorg voor ouderen simpeler maken waardoor het makkelijker wordt voor ouderen om thuis te blijven wonen. Financiering voor vrijwillige burgerinitiatieven voor zorgzame buurten wordt zowel landelijk als lokaal structureel verankerd. De wijkverpleegkundige krijgt een centrale rol. Bij complexe zorg kunnen ook specialisten bijspringen en de huisarts ontlasten. Ook vergroten we de kennis over dementie en zetten in op een dementievriendelijke omgeving. Belemmeringen in WLZ, ZVW en WMO voor integrale zorg op wijkniveau worden weggenomen."
  3. "Wijkgerichte ouderenzorg. Wijkgerichte ouderenzorg biedt grote kansen om samen prettig oud te worden: met focus op zorgzame buurten, bestaanszekerheid, eenzaamheid, leefomgeving en zingeving. Daarom steunen en stimuleren wij wijkgerichte ouderenzorg: lokale burgerinitiatieven en maatschappelijke organisaties die zich samen met gemeentes en zorgverzekeraars richten op het verbeteren van de levenskwaliteit van ouderen door zorg dichter bij huis te brengen. Samenwerking staat centraal in plaats van marktwerking en concurrentie."
  4. "De handen ineenslaan. Het wordt steeds belangrijker dat we blijven leren, ook als we van school af zijn. Onze productiviteit staat onder druk en we zullen steeds meer te maken krijgen met vergrijzing en krapte. Daarom moet de overheid samen met het bedrijfsleven de handen ineenslaan. Er komt een leerrecht voor iedere Nederlander voor om- en bijscholing. Ook vaardigheden die buiten het directe beroep liggen komen daarvoor in aanmerking. Daarnaast is het steeds belangrijker dat werknemers bijblijven met digitale vaardigheden en innovaties als AI, zie hoofdstuk 'Werk, Inkomen en Economie'."
  5. "Wachtlijsten worden langer, personeelstekorten zijn nijpend en door vergrijzing neemt die druk alleen maar toe. Bovendien liggen commerciële kapers op de kust die misbruik maken van ons zorgsysteem. Voor hen staat niet het leveren van goede zorg op de eerste plaats, maar het maken van zoveel mogelijk winst. Om onze zorg van topkwaliteit te houden, moeten we nu ingrijpen. We moeten de jeugdzorg hervormen om onze kinderen recht te doen. Om ieders gezondheid te verbeteren, zetten we in op preventie, vroegsignalering en samenwerking. En we zorgen voor voldoende personeel om de werkdruk behapbaar te maken. We werken toe naar een stelsel waarin we zorg breder bezien en meer leunen op samenwerking en solidariteit. Dat is een sterke publieke zorg, waarin iedereen toegang heeft tot goede zorg, betaalbaar en dichtbij."