De regering moet voor eind 2026 een centrale opt-outregeling voor het delen van zorggegevens uitwerken. Met een opt-outregeling bepalen patiënten zelf dat hun gegevens niet gedeeld mogen worden. Dit geeft patiënten meer controle over hun eigen gegevens. Ook zorgt het voor minder administratief werk en minder juridische problemen bij zorgverleners.
Motie van het lid Wiersma over een centrale opt-outregeling voor gegevensuitwisseling en -gebruik in de zorg
De kamer,
constaterende dat voor verschillende vormen van gegevensuitwisseling
en gegevensgebruik in de zorg verschillende toestemmings- en bezwaarregelingen kunnen ontstaan;
overwegende dat een begrijpelijke, centrale en toegankelijke
opt-outregeling de regie van patiënten over hun gegevens kan versterken
en tegelijkertijd de administratieve lasten en de juridische complexiteit
voor zorgaanbieders kan beperken;
verzoekt de regering in overleg met patiëntenorganisaties, beroepsgroepen en andere betrokken partijen voor het einde van 2026 uit te
werken hoe kan worden gekomen tot een centrale, begrijpelijke en
uitvoerbare opt-outregeling voor gegevensuitwisseling en gegevensgebruik in de zorg, en de Kamer hierover te informeren.
Argumenten voor: De partij streeft naar een betere toegankelijkheid van online overheidsdiensten, waaronder zorginformatie, met duidelijke uitleg [2]. Daarnaast eist de partij dat alle digitale communicatie van overheden moet voldoen aan begrijpelijke taal (B1) en toegankelijkheidsrichtlijnen [3]. Ook is de partij al eerder voorstander geweest van het gebruik van opt-outregelingen om burgers reële zeggenschap te geven [1].
Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen argumenten tegen een centrale opt-outregeling voor gegevensuitwisseling in de zorg.
Bronnen:
"Er komt reële zeggenschap over de keuze tussen een vaste en variabele uitkering voor gepensioneerden in de vorm van een opt-out."
"Betere toegankelijkheid van online overheidsdiensten, zoals belastingaangifte en zorginformatie, met duidelijke uitleg."
"Alle digitale communicatie van overheden dient te voldoen aan begrijpelijke taal (B1) en toegankelijkheidsrichtlijnen."