De regering moet ervoor zorgen dat jeugdzorgbeschermers elke zes maanden met elk kind een veiligheidsbarometer gebruiken. Dit is een hulpmiddel om te meten hoe veilig een kind zich voelt. Nu is er te weinig zicht op de veiligheid van kinderen en worden zij niet genoeg gehoord.
Motie van het lid Coenradie over een halfjaarlijkse veiligheidsbarometer bij kinderen in de jeugdbescherming
De kamer,
constaterende dat er voorheen door GI’s werd gewerkt met veiligheidsbarometers om de veiligheidsbeleving van kinderen structureel in kaart te
brengen en hierdoor door organisaties ook werd overgegaan tot
verbeteracties;
overwegende dat er uit vele inspectierapporten blijkt dat er onvoldoende
zicht is op de veiligheid van kinderen en kinderen onvoldoende zelf
gesproken worden;
verzoekt de regering te organiseren dat jeugdzorgbeschermers halfjaarlijks bij hun gehele caseload een veiligheidsbarometer afnemen in een
een-op-eengesprek met een jeugdige.
Argumenten voor: De partij wil bouwen aan omgevingen waarin kinderen veilig kunnen opgroeien [2] en streeft naar een fors verbeterde rechtsbescherming van kinderen [1]. Daarnaast zet de partij in op 'nabije zorg' die pedagogische relaties versterkt [4].
Argumenten tegen: De partij wil de jeugdhulp beter organiseren door minder papierwerk te genereren [3]. Het verplicht afnemen van een veiligheidsbarometer bij de gehele caseload zou kunnen worden gezien als een toename van de administratieve lasten.
Bronnen:
"Uithuisplaatsing is een buitengewoon ingrijpende gebeurtenis, juist omdat die de bloedband en het diepe emotionele verbond tussen ouder en kind verbreekt. Niet voor niets is het recht op gezinsleven verankerd in mensenrechtenverdragen. Uithuisplaatsing is een allerlaatste optie wanneer de veiligheid van een kind op het spel staat. Samen met de jongere en de ouder(s) moet eerst alles op alles worden gezet om te voorkomen dat dit nodig is. Jeugdzorgorganisaties die hier succesvol werk van maken, worden beloond. Als uithuisplaatsing onvermijdelijk is, zijn pleeggezinnen en gezinshuizen te prefereren boven opvang in een instelling. Er wordt zo snel als mogelijk gewerkt aan wat er nodig is om een kind weer bij de eigen ouders op te laten groeien. De rechtsbescherming van kinderen en ouders wordt fors verbeterd. Gesloten jeugdzorg wordt zorgvuldig afgebouwd. Er komt passende aanvullende financiering voor het toekomstscenario Kind- en gezinsbescherming, waarbij professionals in de keten veel beter samenwerken rond een gezin. Een stelselwijziging is geen doel op zich."
"De ChristenUnie wil bouwen aan liefdevolle omgevingen waarin meer kinderen gezond en veilig opgroeien, zodat zorg van buitenaf minder vaak nodig is. Vragen en twijfels horen bij opgroeien en opvoeden. Jeugdhulp heeft niet voor alle vragen van het leven een oplossing. Bovendien spelen er vaak ook andere vragen in en rond een gezin, bijvoorbeeld bij relatieproblemen, schulden of gebrek aan een netwerk. Daarom versterken we de pedagogische basis van ouders, school en buurt en lossen we de daadwerkelijke problemen (armoede, schulden, relatieproblemen) op, in plaats van kinderen de boodschap te geven dat het aan hen ligt."
"We organiseren de jeugdhulp beter door slimmere regionale (en waar nodig landelijke) inkoop en minder papierwerk. Daardoor wordt juist de specialistische jeugdhulp beter beschikbaar, zodat jongeren met bijvoorbeeld suïcidale gedachten, trauma of een eetstoornis sneller geholpen worden. Gemeenten krijgen structureel voldoende financiële middelen krijgen voor passende inzet van jeugdhulp. Daarbij wordt heroverwogen of de huisarts en de jeugdbescherming zonder overleg met de gemeente jeugdzorg kunnen inzetten. De ChristenUnie is tegen de invoering van een eigen bijdrage in de jeugdzorg."
"We investeren in nabije zorg die pedagogische relaties rond jeugd versterkt. Geen losse programma's, maar samenwerking tussen ouders, scholen, kerken en buurtorganisaties. Denk aan gezamenlijke opvoedgesprekken over thema's als social media en prestatiedruk en ondersteuning bij kinderen met onbegrepen gedrag. Kerken, scholen, lokale teams, opbouwwerkers en jongerenwerkers spelen daarin een belangrijke rol."