Veiligheid van kinderen in de jeugdzorg

De regering moet ervoor zorgen dat jeugdzorgbeschermers elke zes maanden met elk kind een veiligheidsbarometer gebruiken. Dit is een hulpmiddel om te meten hoe veilig een kind zich voelt. Nu is er te weinig zicht op de veiligheid van kinderen en worden zij niet genoeg gehoord.

Motie van het lid Coenradie over een halfjaarlijkse veiligheidsbarometer bij kinderen in de jeugdbescherming

De kamer, constaterende dat er voorheen door GI’s werd gewerkt met veiligheidsbarometers om de veiligheidsbeleving van kinderen structureel in kaart te brengen en hierdoor door organisaties ook werd overgegaan tot verbeteracties; overwegende dat er uit vele inspectierapporten blijkt dat er onvoldoende zicht is op de veiligheid van kinderen en kinderen onvoldoende zelf gesproken worden; verzoekt de regering te organiseren dat jeugdzorgbeschermers halfjaarlijks bij hun gehele caseload een veiligheidsbarometer afnemen in een een-op-eengesprek met een jeugdige.
24 juni | JA21 | Aangenomen: 77–73 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma SGP

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 75%)

Argumenten voor: De partij vindt dat de overheid verantwoordelijk is voor deugdelijk toezicht op het kind wanneer ingrijpen in de gezinssituatie noodzakelijk is [1]. Daarnaast streeft de partij naar het versterken van het landelijke inzicht in de kwaliteit en effectiviteit van behandelingen [2].

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen argumenten die tegen het vergroten van het toezicht op de veiligheid van kinderen of het vergroten van het inzicht in de jeugdzorg pleiten.

Bronnen:

  1. "Het is een pijnlijke realiteit dat het ondersteunen van gezinnen en gemeenschappen en de inzet van vrijwillige jeugdhulp niet altijd toereikend is om kinderen een veilige situatie te bieden. De omstandigheden thuis kunnen zo bedreigend worden dat ingrijpen noodzakelijk is. Die situaties dienen zoveel mogelijk beperkt te worden. Als toch ingegrepen moet worden, is de overheid verantwoordelijk voor deugdelijk toezicht op het kind en beschikbaarheid van voldoende goede hulp. De inzet is zoveel mogelijk gericht op terugkeer naar het gezin, tenzij duidelijk blijkt dat dit in strijd is met het belang van het kind."
  2. "De SGP versterkt het landelijk inzicht in de kwaliteit en effectiviteit van behandelingen."