Betere ondersteuning voor mantelzorgers

De regering moet een minimum aan ondersteuning voor mantelzorgers vaststellen en een handleiding maken voor gemeenten. Het aantal mantelzorgers (mensen die onbetaald voor naasten zorgen) groeit. De hulp die zij krijgen verschilt nu echter te veel per gemeente.

Motie van het lid Van Brenk over een ondergrens voor de mantelzorgondersteuning door gemeenten

De kamer, overwegende dat het aantal mantelzorgers in Nederland groeit en groeit; overwegende dat gemeenten deze mantelzorgers moeten ondersteunen; overwegende dat wij grote verschillen zien tussen gemeenten; verzoekt de regering een ondergrens voor mantelzorgondersteuning door gemeenten vast te stellen en daartoe een handleiding mantelzorgondersteuning te ontwikkelen.
24 juni | 50PLUS | Verworpen: 74–76 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: tegen (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij wil dat mantelzorgers beter worden ondersteund en toegerust op hun verantwoordelijkheden [1]. De overheid heeft bovendien een rol in het stimuleren van de samenwerking tussen formele en informele zorg [3].

Argumenten tegen: De partij pleit voor meer beleidsruimte en eigen regie voor gemeenten [2]. Het Rijk moet gemeenten juist ruimte, vertrouwen en voldoende middelen geven om hun eigen beleid te voeren [4]. Daarnaast stelt de partij dat de overheid zaken niet van bovenaf moet organiseren, maar juist ruimte moet bieden en moet aanmoedigen [5].

Bronnen:

  1. "Inzet van familie en naasten bij de zorg is vaak onmisbaar. Mantelzorgers krijgen meer mogelijkheden om toegerust te worden op hun verantwoordelijkheden. Mantelzorgondersteuning wordt in elke gemeente flexibeler. Respijtzorg wordt beter aangesloten op de behoeften van hulpvragers en hun mantelzorgers. Mantelzorgers krijgen meer vertrouwen en minder controle, door de bureaucratie van een mantelzorgverklaring te schrappen."
  2. "Geclusterd wonen van ouderen met een (beginnende) zorgvraag gebeurt nog op te kleine schaal. Daarom maakt elke gemeente afspraken met zorg- en welzijnsorganisaties, kerken, woningcorporaties en verenigingen over huisvesting, zinvolle dagbesteding, bestrijding van eenzaamheid en de invulling van zorg en ondersteuning. Deze afspraken gaan ook over gezamenlijke zorgfinanciering en de bouw van geclusterde woningen waar verpleeghuiszorg thuis geleverd kan worden. Gemeenten krijgen meer beleidsruimte om echt regie te kunnen nemen."
  3. "De overheid kan deze onderlinge betrokkenheid stimuleren en ondersteunen, als aanvulling op goede, toegankelijke zorg. De overheid faciliteert een goede samenwerking tussen formele en informele zorg. Hierdoor krijgen mensen passende zorg en ondersteuning op een manier die toegankelijk, warm en op de lange termijn betaalbaar is."
  4. "De Rijksoverheid moet recht doen aan gemeenten als eerste overheid. Van alle overheden krijgen burgers vaak het meest te maken met de eigen gemeente, van de wieg tot het graf. Het Rijk geeft gemeenten daarom ruimte, vertrouwen en voldoende geld om hun werk te kunnen doen. De Rijksoverheid stopt met het overhevelen van taken aan gemeenten zonder toereikend budget en herstelt waar dit de afgelopen jaren is misgegaan: geen taken zonder knaken. Gemeenten worden beter gefinancierd zodat ze ruimte hebben voor eigen beleid."
  5. "Want samenleven gebeurt niet in systemen, maar in gemeenschappen: in straten, buurten, families, kerken en sportverenigingen. Nederland heeft een rijke traditie van vrijwilligerswerk, mantelzorg en onderlinge betrokkenheid. Juist in regio's waar de onderlinge verbondenheid sterk is, zijn mensen minder eenzaam en gelukkiger. De overheid kan dit niet van bovenaf organiseren, maar moet wel ruimte geven, aanmoedigen en ondersteunen."