Leefbaarheid beschermen bij grote projecten

De regering moet leefbaarheid en bestaanszekerheid meewegen bij grote economische projecten in de ruimte. Deze ontwikkelingen hebben namelijk een grote impact op de gebieden waar mensen wonen. Het is belangrijk dat de kwaliteit van de leefomgeving in deze gebieden behouden blijft.

Motie van het lid Mooiman c.s. over het behoud van leefbaarheid en bestaanszekerheid van bestaande leefgebieden borgen in beleid voor ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang

De kamer, constaterende dat ruimtelijke economische ontwikkelingen van nationaal belang grote impact kunnen hebben op bestaande leefgebieden; overwegende dat het behoud van leefbaarheid en bestaanszekerheid van bestaande woon- en leefgebieden van groot belang is; verzoekt de regering in beleid voor ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang expliciet te borgen dat het behoud van leefbaarheid en bestaanszekerheid van bestaande leefgebieden zwaar wordt meegewogen bij besluitvorming.
25 juni | PVV, BBB, FVD, JA21, Markusz, SGP | Aangenomen: 150–0 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma PvdD

Stemverwachting: voor (erg zeker, 95%)

Argumenten voor: De partij wil dat de belangen van mensen die een woning nodig hebben prevaleren boven financiële belangen van de agro-industrie of private investeerders [1]. Ook wil de partij het karakter van wijken en de rechten van de huidige bewoners beschermen [3] en de gebouwde omgeving baseren op brede welvaart in plaats van economische kortetermijnbelangen [4]. Daarnaast streeft de partij naar het beschermen van de natuur en open ruimte door bewuste ruimtelijke keuzes [2] en het tegengaan van de bouw van grote distributiecentra en kantoorpanden [5]. De algemene visie is dat de economie moet werken voor de mens en de planeet, in plaats van ten koste van hen [6].

Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten om tegen de motie te stemmen; de aangehaalde standpunten ondersteunen juist de focus op leefbaarheid en bestaanszekerheid boven puur economische ontwikkelingen.

Bronnen:

  1. "De wooncrisis kan alleen worden opgelost als gevestigde financiële belangen plaatsmaken voor de belangen van mensen die een woning nodig hebben, van woningmarkt naar volkshuisvesting. De agro-industrie en particuliere investeerders zullen pas op de plaats moeten maken, zodat de overheid de grondwettelijke taak om te zorgen voor woongelegenheid ook echt kan gaan waarmaken."
  2. "Daarnaast gaan we bestaande bebouwing beter benutten om de natuur en de open ruimte te beschermen. Ook wordt er binnenstedelijk natuurinclusief gebouwd, zodat bewoners voldoende groen in de buurt krijgen. Daarnaast zorgen we ervoor dat bebouwing aan de rand van bestaande woonkernen plaatsvindt. Zo scheppen we ruimte voor de natuur en verbeteren we tegelijkertijd het leefklimaat, de woonomgeving en de biodiversiteit."
  3. "Gentrificatie wordt tegengegaan door het karakter van wijken en de rechten van degenen die daar al wonen te beschermen. Ook wordt aangestuurd op gemengde wijken, waar bewoners van verschillende inkomensgroepen, achtergronden en leefstijlen elkaar ontmoeten."
  4. "De architectuur van onze gebouwde omgeving doet ertoe. Het maakt het verschil in hoe mensen hun woonplaats beleven, of deze veilig lijkt en is, en voor het welzijn en de participatie van inwoners. Keuzes in architectuur worden daarom niet langer vooral op basis van economische kortetermijnbelangen gemaakt, maar op basis van de brede welvaart."
  5. "We gaan de verdozing van ons landschap tegen. Er komt een stop op de bouw van distributiecentra, megadatacentra en grote kantoorpanden. Er komen ook geen nieuwe bedrijfshallen zolang er nog leegstaande bedrijfshallen in de regio zijn."
  6. "We kiezen voor een economie die werkt vóór dier, mens en planeet, in plaats van ten koste van hen. Dat betekent: het maken en gebruiken van spullen binnen de draagkracht van de Aarde, met respect voor leven en toekomst. Het betekent ook dat we de economie democratiseren, en publieke voorzieningen niet langer overlaten aan de markt maar in handen van de samenleving brengen. Hiervoor zullen we ook heel duidelijke keuzes moeten maken over welke industrie wél een toekomst heeft in Nederland en welke industrie niet. Strategische autonomie is van belang op Europees niveau, maar niet haalbaar voor Nederland alleen. Er zijn sectoren, zoals staalproductie en andere energie-intensieve basisindustrie, die beter passen in landen waar meer ruimte is en goedkope groene energie. Nederland kan zich richten op hoogwaardige maakindustrie, waarvoor hier de juiste kennis, kunde en ruimte is. Een visie vanuit de overheid op hoe Nederland er in de toekomst uit zal zien is hiervoor onmisbaar."