De regering moet voorkomen dat kindregelingen naar andere EU-landen worden gestuurd. De regering moet ook in Europa lobbyen voor nieuwe regels. Nu geldt het woonlandbeginsel — het recht op regelingen van het land waar je woont — niet voor kinderen. Hierdoor worden kindregelingen ongewenst naar het buitenland verplaatst.
Motie van het lid Flach c.s. over manieren om de export van kindregelingen te verminderen
De kamer,
constaterende dat het woonlandbeginsel niet kan worden toegepast op
kindregelingen;
overwegende dat export van kindregelingen naar andere EU-landen
onwenselijk is;
verzoekt de regering manieren te zoeken om de export van kindregelingen
te verminderen en zich in de EU in te zetten voor aanpassing van
Europese regelgeving zodat toepassing van het woonlandbeginsel voor
kindregelingen mogelijk wordt.
Argumenten voor: De partij wil kinderarmoede effectief bestrijden [1][3] en vindt dat gezinnen moeten kunnen rekenen op voldoende financiële steun [1]. Daarnaast pleit de partij voor Europese afspraken om misbruik van EU-regelingen te voorkomen, zoals het gebruik van brievenbusfirma's [2].
Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten of standpunten die de export van kindregelingen of het huidige woonlandbeginsel steunen.
Bronnen:
"**De financiële ondersteuning van gezinnen.** Wij vinden het niet acceptabel dat er kinderen in armoede opgroeien. Gezinnen moeten kunnen rekenen op voldoende en eenvoudige financiële steun. In plaats van de huidige kinderbijslag en het kindgebonden budget, komt er voor elk kind € 4.500 per jaar beschikbaar. Het verlagen van kinderarmoede wordt een wettelijk doel."
"Er zijn Europese afspraken nodig over vestigingseisen voor ondernemingen om brievenbusfirma's te voorkomen. Ook moeten er afspraken komen over doordetachering van niet-EU burgers die hier via landen als Litouwen of Roemenië komen werken."
"Het aantal mensen en kinderen dat in armoede leeft moet sterk omlaag. Voor een beter armoedebeleid is het advies van de Commissie Sociaal Minimum de leidraad. Het sociaal minimum moet voldoende zijn om van rond te kunnen komen. Periodiek wordt getoetst of het sociaal minimum nog voldoende is. Ook wordt het niet-gebruik van regelingen teruggedrongen (bijvoorbeeld via gegevensuitwisseling). De verschillen in armoederegelingen tussen gemeenten zijn nu te groot en een aantal verschillende regelingen te ingewikkeld. Dit moet eenvoudiger. Gemeenten moeten adequate financiële middelen hebben om goed, lokaal toegespitst armoedebeleid te voeren. De Rijksoverheid gaat weer werken met een doelstelling om de (kinder)armoede te verlagen in plaats van armoede niet te laten toenemen."