Export van kindregelingen naar EU beperken

De regering moet voorkomen dat kindregelingen naar andere EU-landen worden gestuurd. De regering moet ook in Europa lobbyen voor nieuwe regels. Nu geldt het woonlandbeginsel — het recht op regelingen van het land waar je woont — niet voor kinderen. Hierdoor worden kindregelingen ongewenst naar het buitenland verplaatst.

Motie van het lid Flach c.s. over manieren om de export van kindregelingen te verminderen

De kamer, constaterende dat het woonlandbeginsel niet kan worden toegepast op kindregelingen; overwegende dat export van kindregelingen naar andere EU-landen onwenselijk is; verzoekt de regering manieren te zoeken om de export van kindregelingen te verminderen en zich in de EU in te zetten voor aanpassing van Europese regelgeving zodat toepassing van het woonlandbeginsel voor kindregelingen mogelijk wordt.
30 juni | SGP, CU, D66, JA21, VVD | Aangenomen: 120–30 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma D66

Stemverwachting: voor (onzeker, 60%)

Argumenten voor: De partij streeft naar simpelere en duidelijkere Europese regels en geeft de voorkeur aan één gezamenlijke Europese regel (een verordening) die overal geldt, in plaats van 27 verschillende nationale uitvoeringen van Europese richtlijnen [1].

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma biedt geen argumenten tegen het aanpassen van de Europese regelgeving of het beperken van de export van kindregelingen.

Bronnen:

  1. "De Europese regels moeten simpeler en duidelijker. Nu maken landen vaak elk hun eigen versie van een Europese richtlijn. Het resultaat daarvan is dat er 27 verschillende regels komen. D66 wil vaker één gezamenlijke Europese regel die overal geldt: de verordening."