Export van kindregelingen naar EU beperken

De regering moet voorkomen dat kindregelingen naar andere EU-landen worden gestuurd. De regering moet ook in Europa lobbyen voor nieuwe regels. Nu geldt het woonlandbeginsel — het recht op regelingen van het land waar je woont — niet voor kinderen. Hierdoor worden kindregelingen ongewenst naar het buitenland verplaatst.

Motie van het lid Flach c.s. over manieren om de export van kindregelingen te verminderen

De kamer, constaterende dat het woonlandbeginsel niet kan worden toegepast op kindregelingen; overwegende dat export van kindregelingen naar andere EU-landen onwenselijk is; verzoekt de regering manieren te zoeken om de export van kindregelingen te verminderen en zich in de EU in te zetten voor aanpassing van Europese regelgeving zodat toepassing van het woonlandbeginsel voor kindregelingen mogelijk wordt.
30 juni | SGP, CU, D66, JA21, VVD | Aangenomen: 120–30 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma SGP

Stemverwachting: voor (onzeker, 65%)

Argumenten voor: De partij vindt dat de overheid het uitgangspunt dat kinderen zoveel mogelijk opgroeien bij hun biologische ouders actief moet beschermen [1]. Daarnaast wil de partij dat Nederland zich internationaal inzet om praktijken die zij als onwenselijk beschouwen (zoals commercieel draagmoederschap) te bestrijden [2].

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen directe informatie over de toepassing van het woonlandbeginsel of de specifieke regels omtrent de export van kindregelingen.

Bronnen:

  1. "Het krijgen van kinderen is geen recht, maar een geschenk van God. Ieder kind verdient zoveel als mogelijk een veilige plek in het gezin bij zijn of haar biologische vader en moeder. Draagmoederschap mag nooit het belang van het kind ondergeschikt maken aan wensen van volwassenen. Het krijgen van kinderen mag nooit een commercieel project zijn. Het uitgangspunt van de SGP blijft: we laten kinderen zoveel mogelijk opgroeien bij hun eigen biologische ouders. De overheid dient dit uitgangspunt actief te beschermen."
  2. "Het verbod op draagmoederschap blijft gehandhaafd. Verdere legalisering van draagmoederschap wordt stopgezet. Nederland spant zich in om een einde te maken aan de praktijk in landen waar (commercieel) draagmoederschap nu wel is toegestaan en waar vrouwen worden uitgebuit. De SGP zet zich in voor een internationaal verbod op draagmoederschap."