De regering moet de Bedrijfseffectentoets (een onderzoek naar de gevolgen van regels voor bedrijven) uitbreiden. Er moet een toets komen op het gelijke speelveld met buurlanden. Strengere regels in Nederland dan in het buitenland zorgen namelijk voor hogere kosten en onzekerheid. De concurrentiepositie van de Nederlandse industrie staat nu al onder grote druk.
Motie van het lid Flach over de Bedrijfseffectentoets per 1 november 2026 uitbreiden met een toets op gelijk speelveld
De kamer,
constaterende dat in het coalitieakkoord is afgesproken nieuw industriebeleid standaard te toetsen op de gevolgen voor het gelijke speelveld met
omringende landen teneinde het tempo van de verduurzaming van
industrie te borgen, maar dat hiervoor geen uniforme toets bestaat;
overwegende dat een striktere nationale invulling dan in buurlanden kan
leiden tot hogere kosten, langere procedures en meer onzekerheid voor
bedrijven, terwijl de concurrentiepositie van onze industrie al onder grote
druk staat;
verzoekt de regering de Bedrijfseffectentoets per 1 november 2026 uit te
breiden met een toets op gelijk speelveld bij nieuw beleid en regelgeving
met substantiële gevolgen voor industriële bedrijven, waarbij in ieder
geval verschillen met relevante buurlanden worden beoordeeld op
gevolgen voor onder meer concurrentiepositie, kosten en werkbaarheid,
waaronder verschillen in de invulling van open normen, lidstaatopties,
lagere regelgeving, beleidsregels, vergunningverlening, toezicht en
handhaving;
verzoekt de regering tevens bij de nationale invulling van Europese
beleidsruimte als uitgangspunt te hanteren dat deze niet strikter is dan in
buurlanden, tenzij zwaarwegende publieke belangen anders vereisen, en
afwijkingen expliciet te motiveren.
Argumenten voor: De partij wil de markt beschermen tegen producten die niet voldoen aan de gestelde normen [5]. Daarnaast streeft de partij naar een groene industriepolitiek die samen met Europese bondgenoten werkt [2], waarbij een gelijk speelveld kan helpen om bedrijven die de transitie naar een schone economie maken te ondersteunen [11246, 11047].
Argumenten tegen: De partij wil actief de industrie transformeren door de impact van vervuilende sectoren te beperken [1] en door te kiezen voor een schone en eerlijke economie [2]. Er is een duidelijke wens om maatschappelijk verantwoord ondernemen als plicht vast te leggen [3] en om bij aanbestedingen kwaliteit en milieu belangrijker te maken dan enkel de kosten [4]. Een verplichting om niet strikter te zijn dan buurlanden kan de mogelijkheid beperken om deze noodzakelijke transitie en sociale standaarden effectief te sturen [11047, 11253, 11174].
Bronnen:
"Industrieën van de toekomst. Schaarste in ruimte, energie en arbeid vraagt om fundamentele economische keuzes. Wij kiezen voor duurzame bedrijven met fatsoenlijk werk en toekomstperspectief. We brengen de CO2- en milieuimpact van industrieën zoals de chemie-, staal- en Defensie-industrie in kaart en beperken de impact van deze sectoren zoveel mogelijk."
"Keuzes maken met groene industriepolitiek. Wij kiezen voor bedrijven die toekomst hebben in Nederland. Ruimte, personeel, energie, netcapaciteit en grondstoffen zijn namelijk schaars en de wereld verandert snel. Daarom helpen we bedrijven die passen in de schone en eerlijke economie van de toekomst, samen met Europese bondgenoten. Voor grootvervuilers die niet tijdig verduurzamen is geen plek in ons land. Zo maken we Nederland en de EU wereldleider in schone economie. We maken duidelijke afspraken met de industrie over hun toekomst. In de groene industriepolitiek mag een transitieplan voor de Rotterdamse haven dat in lijn is met de klimaatdoelen van Parijs niet ontbreken. Hierin moeten ook indirecte ketenemissies worden meegenomen."
"Maatschappelijk verantwoord ondernemen. We leggen de plicht tot maatschappelijk verantwoord ondernemen vast. Zo voorkomen we kinderarbeid, landroof, uitbuiting, seksueel geweld en intimidatie op de werkvloer of schade aan kritieke ecosystemen, Nederland geeft geen exportsteun aan projecten die geen positieve bijdrage leveren aan mens, milieu en klimaat. We maken werk van een bindend verdrag Mensenrechten en Bedrijfsleven bij de Verenigde Naties."
"Sociaal en groen aanbesteden: Bij aanbestedingen moeten niet alleen de kosten meewegen, maar ook de kwaliteit. We willen een aanpassing van Europese aanbestedings- en mededingingsregels waarbij arbeidsvoorwaarden, de impact op de planeet en strategische autonomie meewegen. Aanbestedingen vanuit de (semi)overheid en overheidsbedrijven worden alleen gegund aan bedrijven die cao-lonen betalen."
"Een duurzaam, krachtig en innovatief Europa. Europa heeft kans om koploper te worden in een schone wereldeconomie. Dat kan met een krachtigere interne markt gecombineerd met slim industriebeleid, dat ons autonomer, productiever en duurzamer maakt. We kiezen voor kwaliteit en beschermen onze markt tegen producten die onder onze normen duiken. We maken financiering van startups eenvoudiger. Daarnaast pleiten we in de EU voor uitbreiding van CBAM, de Europese CO₂-grensheffing. Daarmee wordt de CO₂-uitstoot die gepaard gaat met de productie van geïmporteerde goederen eerlijk beprijsd en lokale alternatieven aantrekkelijker."