De regering moet in de visie brandstoffen- en chemiegrondstoffenproductie concrete doelen opnemen voor de omvang van (bio)raffinage in Nederland en voor Europese zelfvoorziening. Dit is nodig omdat een sterke sector voor raffinage en chemie de levering van brandstoffen garandeert, ook tijdens crises of oorlog.
Motie van het lid Van den Berg over concrete doelstellingen voor de omvang van (bio)raffinage in Nederland en voor een Europese zelfvoorzieningsgraad
De kamer,
constaterende dat het Nationaal Plan Energiesysteem richtinggevende
keuzes bevat over strategische leveringszekerheid en duurzame koolstofdragers, en dat het kabinet een visie brandstoffen- en chemiegrondstoffenproductie in 2026 heeft aangekondigd;
overwegende dat een robuuste Nederlandse (bio)raffinage- en chemiecapaciteit bijdraagt aan de leveringszekerheid in zowel vredestijd als in
tijden van crisis of oorlog;
verzoekt de regering om in de visie brandstoffen- en chemiegrondstoffenproductie concrete doelstellingen op te nemen voor de omvang van
(bio)raffinage in Nederland en voor een Europese zelfvoorzieningsgraad;
verzoekt de regering tevens om belanghebbenden te consulteren over het
concept en de cijfers onder de visie brandstoffen- en chemiegrondstoffenproductie, en de Kamer hierover na de zomer te informeren.
Argumenten voor: De partij wil dat Nederland vooroploopt in de schone maakindustrie, specifiek in sectoren zoals groene chemie en biobased plastics [1]. Er is een sterke behoefte aan duidelijke plannen en voorwaarden vanuit de overheid voor de overstap naar duurzame alternatieven [2]. Bovendien hecht de partij waarde aan het bouwen van een toekomst die zowel ecologisch als strategisch is [6], waarbij ook aandacht is voor de afhankelijkheid van internationale productieketens voor kritieke grondstoffen [4].
Argumenten tegen: De partij stelt dat de grootschalige productie van bio-brandstoffen of bio-grondstoffen niet mag leiden tot het verlies van bossen of leefgebieden voor de natuur [3]. Ook moet de vergroening van de industrie gepaard gaan met een houdbaar verdienmodel [5].
Bronnen:
"D66 wil dat Nederland vooroploopt in de schone maakindustrie: van circulaire bouwmaterialen en groene chemie tot biobased plastics en groene waterstof. Dit zijn sectoren waar innovatie, infrastructuur en afzetmarkt samenkomen."
"We stellen per sector een duidelijke einddatum voor fossiele technieken en we maken duidelijke plannen voor de overstap naar duurzame alternatieven. Zo weten bedrijven waar ze aan toe zijn en kunnen investeerders duurzame keuzes maken. De overheid zorgt voor de juiste voorwaarden: van vergunningen en netaansluiting tot passende regels."
"We willen dat nieuwe ontwikkelingen de natuur niet verder onder druk zetten. Grootschalige productie van bio-brandstoffen of bio-grondstoffen mag niet leiden tot verlies van bossen of verlies van leefgebieden."
"Kritieke grondstoffen zijn essentieel voor onze economie. In de praktijk zijn we afhankelijk van internationale productieketens. Europees zetten we in op het verbieden van wegwerpartikelen met kritieke materialen, zoals vapes of thermometers. Nationaal investeren we in recyclingcapaciteit om deze grondstoffen in de Nederlandse en Europese economie te houden."
"De industrie veroorzaakt een groot deel van de uitstoot in Nederland. Dat moet omlaag. D66 kiest daarom scherp: wie kan vergroenen met een houdbaar verdienmodel, moet dat ook doen. Een gezonde economie bestraft vervuiling en beloont werk. De overheid helpt waar dat nodig is, met slimme prikkels, infrastructuur en minder papierwerk. En we zijn ook eerlijk en realistisch: niet elke industrie past op elke plek."
"De bank investeert in wat Nederland vooruithelpt: van verzwaring van het elektriciteitsnet tot warmtenetten in dorpen en steden, van circulaire productie tot herstel van bodem en water. Ook ondersteunt de bank de opschaling van bijvoorbeeld groene waterstof, digitale autonomie, duurzame defensiecapaciteit en technologische innovatie. Zo bouwen we aan de toekomst van Nederland - ecologisch én strategisch."