Zekerheid van brandstoffen en chemie

De regering moet in de visie brandstoffen- en chemiegrondstoffenproductie concrete doelen opnemen voor de omvang van (bio)raffinage in Nederland en voor Europese zelfvoorziening. Dit is nodig omdat een sterke sector voor raffinage en chemie de levering van brandstoffen garandeert, ook tijdens crises of oorlog.

Motie van het lid Van den Berg over concrete doelstellingen voor de omvang van (bio)raffinage in Nederland en voor een Europese zelfvoorzieningsgraad

De kamer, constaterende dat het Nationaal Plan Energiesysteem richtinggevende keuzes bevat over strategische leveringszekerheid en duurzame koolstofdragers, en dat het kabinet een visie brandstoffen- en chemiegrondstoffenproductie in 2026 heeft aangekondigd; overwegende dat een robuuste Nederlandse (bio)raffinage- en chemiecapaciteit bijdraagt aan de leveringszekerheid in zowel vredestijd als in tijden van crisis of oorlog; verzoekt de regering om in de visie brandstoffen- en chemiegrondstoffenproductie concrete doelstellingen op te nemen voor de omvang van (bio)raffinage in Nederland en voor een Europese zelfvoorzieningsgraad; verzoekt de regering tevens om belanghebbenden te consulteren over het concept en de cijfers onder de visie brandstoffen- en chemiegrondstoffenproductie, en de Kamer hierover na de zomer te informeren.
30 juni | JA21 |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma Volt

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij vindt een strategische en duurzame Europese industrie essentieel in een tijd van geopolitieke spanningen [1]. Daarnaast pleit de partij voor het hergebruik van CO₂ om nieuwe producten te maken, zoals brandstoffen en chemische producten [2]. De roep om een Europese zelfvoorzieningsgraad en het vastleggen van doelstellingen sluit aan bij de wens voor een Europese grondstoffenstrategie en het beveiligen van toeleveringsketens [3].

Argumenten tegen: De partij geeft aan dat Nederland zich voor een hoogwaardige maakindustrie moet richten in plaats van de huidige energie-intensieve basisindustrie [1]. Indien de gevraagde (bio)raffinagecapaciteit wordt gezien als onderdeel van die energie-intensieve basisindustrie, zou dit tegen de wens van de partij kunnen ingaan.

Bronnen:

  1. "In een tijdperk van klimaatverandering en geopolitieke spanningen is een strategische, duurzame Europese industrie essentieel. We kiezen voor een Europees industriebeleid met een productie op plaatsen waar voldoende ruimte en betaalbare groene energie beschikbaar is en met een slimme spreiding. Nederland richt zich daarbij op een hoogwaardige maakindustrie in plaats van de huidige energie-intensieve basisindustrie. Dat is beter voor het klimaat, de netcapaciteit, de gezondheid en de Nederlandse economie."
  2. "Volt pleit voor een Nederlandse en Europese strategie op het gebied van CO₂. De opslag van CO₂ (Carbon Capture Storage, CCS) is nodig als transitiemodel om uitstoot te verminderen en om klimaatpositief te worden. Daarnaast moet CO₂ hergebruikt worden om nieuwe producten te maken in de vorm van brandstoffen, chemische producten en materialen. Hiervoor is ook CO₂-infrastructuur nodig. GasUnie en Energie Beheer Nederland (EBN) moeten vooraf investeren in publieke infrastructuur zodat deze op tijd af is."
  3. "We zetten in op een Europese grondstoffenstrategie, waarbij de inkoop van kritieke grondstoffen door het Europese blok wordt gecoördineerd. We breiden het aantal strategische partners uit en beveiligen toeleveringsketens. Zo zijn we verzekerd van een stabiele en humane toevoer van grondstoffen die cruciaal zijn voor onder andere de energietransitie en defensie."