Stop stimulering van elektrificatie

De regering moet stoppen met beleid dat elektrificatie stimuleert of verplicht stelt. Het elektriciteitsnet is in grote delen van Nederland namelijk overvol.

Motie van het lid Prickaertz over stoppen met beleid dat elektrificatie stimuleert of verplicht stelt

De kamer, constaterende dat het kabinet inzet op verdere elektrificatie van huishoudens en bedrijven; constaterende dat het elektriciteitsnet in grote delen van Nederland overvol is; verzoekt de regering te stoppen met beleid dat elektrificatie stimuleert of verplicht stelt.
30 juni | PVV | Verworpen: 37–113 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: tegen (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: Het verkiezingsprogramma biedt geen argumenten om te stoppen met het stimuleren of verplichten van elektrificatie.

Argumenten tegen: De partij wil juist inzetten op het aanjagen van de warmtetransitie [2] en projecten die de energietransitie bevorderen [4]. Dit omvat onder andere het herinvoeren van de normering voor hybride warmtepompen [6] en het realiseren van gasloze nieuwbouw [6]. Hoewel de partij erkent dat het stroomnet overvol is [1][5], ligt de oplossing voor hen in het versterken van het net [2], het bieden van nationale regie over de energie-infrastructuur [2] en het stimuleren van flexibiliteit en energieopslag [4][3].

Bronnen:

  1. "Het volle stroomnet vormt een groot obstakel voor woningbouw, maatschappelijke voorzieningen en verdere verduurzaming. De elektriciteitsvraag en congestie in het stroomnet stijgen naar verwachting nog verder. We kunnen het ons niet veroorloven om dit machteloos over ons heen te laten komen. Overheden, netbeheerders, bouwers en het bedrijfsleven trekken samen op om de netcongestie aan te pakken. Het netwerk en werk van netbeheer wordt verstevigd, slim gemaakt en omgebouwd voor het toekomstige meer decentrale systeem. We weten dat het een opgave van decennia is en daarom moeten we nu aan de slag."
  2. "De netverzwaring wordt een kwestie van nationaal belang. De overheid neemt nationale regie over de energie-infrastructuur, zet in op het vereenvoudigen van de vergunnings- en beroepsprocedures en heeft oog voor het belang van uitvoering bij netbeheerders, provincies en gemeenten. We stellen extra geld uit het Klimaatfonds beschikbaar om netverzwaring en de warmtetransitie een noodzakelijke impuls te geven. Netbeheerders krijgen snel vergunningen en meer fysieke ruimte om transformatorhuisjes en kabels te realiseren. Vergunningen worden sneller verleend en kritische infrastructuur wordt via nationale coördinatie afgestemd op verwachte vraag en lokale opwekking en opslag."
  3. "Een andere prioritering en zekerheidsklassen is nodig: ziekenhuizen krijgen gegarandeerd vermogen, gevolgd door woningen, industrie, utiliteit en tot slot laadvoorzieningen. Er wordt capaciteit gereserveerd in het net voor nieuw te bouwen zorginstellingen, kritische infrastructuur en woningbouw, zodat investeringen vooraf meer zekerheid krijgen. Warmtepompen, laadpalen en batterijen krijgen een verplichte schakelmogelijkheid waardoor de netbeheerder lokaal, regionaal en landelijk stuurmogelijkheden krijgt. Inzet van het hoogspanningsnetwerk voor transport van en voor het buitenland wordt ondergeschikt gemaakt aan binnenlandse transportbehoefte."
  4. "De overheid zet in op flexibilisering van de elektriciteitsvraag, netbewuste verduurzaming, aanjagen van de warmtetransitie en regie voeren op energieopslag. Projecten die de energietransitie bevorderen en het elektriciteitsnet ontlasten, zoals waterstofproductie en batterijen, krijgen een lager nettarief. Voor thuisbatterijen komt een helder kader voor brandveiligheid, garanties en levensduur, normering voor het gebruik van zeldzame materialen en verplichte mogelijkheid voor de netbeheerder om aan- en af te schakelen. De netbeheerder mag zelf energieopslag inzetten en krijgt ruimte om in deze projecten financieel te participeren. Ook ondersteunt de overheid projecten die netverzwaring kunnen voorkomen, zoals het valmeerproject Delta21, slimme gebouwsturing en slimme waterboilers. Energiebedrijven krijgen ruimte om energie op wisselende piek- en daltarieven aan te bieden, maar wel per seizoen met hetzelfde patroon. Verslimmen van het net gebeurt door monitoring, aansturen van de netten, flexibiliteit in aansluitingen en gebruik, en het verplicht teruggeven van netcapaciteit die niet gebruikt wordt."
  5. "De klimaat- en energietransitie zit in een taaie fase. Klimaatdoelen afspreken bleek nog vrij eenvoudig, klimaatdaden stellen en volhouden blijkt een stuk ingewikkelder. Dat heeft deels te maken met de ingewikkelde internationale context, maar ook met het feit dat Nederland zijn randvoorwaarden voor vergroening van de economie niet op orde heeft: het elektriciteitsnet zit overvol, de vergunningverlening zit op slot en er is een gebrek aan goed opgeleide vakmensen. Die randvoorwaarden moeten met voorrang op orde worden gebracht, anders komen burgers en bedrijven in de knel, omdat er geen reëel handelingsperspectief is (zie ook hoofdstuk 2 'Nederland van het slot')."
  6. "Het Nationaal Isolatieprogramma wordt voortgezet en uitgebreid, richting een gerichte wijk-voor-wijkaanpak samen met woningcorporaties. Bij isoleren wordt gezond ventileren de norm. Slecht geïsoleerde huizen pakken we met voorrang aan, straat voor straat, zonder ingewikkelde procedures of subsidieaanvragen, met verplichte sturing op energielabels. Per wijk wordt bepaald wat de beste manier is om van het aardgas af te komen: met individuele opties zoals een (hybride) warmtepomp of via een collectieve voorziening zoals een warmtenet. Waar een warmtenet maatschappelijk optimaal is, moet dit ook voor de bewoner financieel de aantrekkelijkste optie zijn. Nieuwbouw is altijd gasloos, voorziet in ecologische oplossingen en is klimaatbestendig. De geschrapte normering voor hybride warmtepompen voeren we weer in per 2029."