Doelen voor minder grondstoffengebruik

De regering moet concrete doelen maken om het gebruik van grondstoffen te verminderen. Deze doelen moeten in de Nationale Grondstoffenstrategie komen, het landelijke plan voor grondstoffen. Minder grondstoffen gebruiken maakt Nederland minder afhankelijk van andere landen. Ook daalt de vraag naar energie als er minder grondstoffen nodig zijn.

Motie van de leden Kostić en Teunissen over concrete reductiedoelen voor grondstoffengebruik

De kamer, constaterende dat de Nederlandse economie sterk afhankelijk is van import van kritieke grondstoffen; overwegende dat reductie van grondstoffengebruik leidt tot lagere energievraag en minder geopolitieke afhankelijkheden; overwegende dat onderzoek van TU Delft en het Centre for Materials & Resilience wijst op grote potentie aan de vraagzijde; verzoekt de regering om concrete reductiedoelen voor grondstoffengebruik te ontwikkelen en deze te integreren in de Nationale Grondstoffenstrategie.
30 juni | PvdD | Aangenomen: 82–68 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij pleit voor een circulaire economie en wil afscheid nemen van de wegwerpeconomie en het consumentisme dat de grenzen van de schepping niet respecteert [3]. Ze streven naar een 'Rentmeesterseconomie' waarin duurzame en repareerbare producten centraal staan en overconsumptie wordt tegengegaan [3]. Daarnaast wil de partij de strategische autonomie versterken door de afhankelijkheid van landen als China en de VS te verminderen [2] en het creëren van betere kringloopsystemen om de import van bijvoorbeeld veevoer te verminderen [4]. Ook ziet de partij een noodzaak voor normering op Europees niveau om de vraag naar circulaire producten te stimuleren [1].

Argumenten tegen: De partij waarschuwt voor het creëren van onnodig zware administratieve verplichtingen voor bedrijven [1] en benadrukt dat een goede regeldruk en stabiele vergunningverlening essentieel zijn voor een goed ondernemersklimaat [3].

Bronnen:

  1. "Circulaire bedrijven hebben het zwaar terwijl de circulaire economie de toekomst is. Circulaire producten zijn duurder dan wegwerpproducten en de vraag blijft achter. Normering van de vraag op Europees niveau is noodzakelijk om het circulair maken van de economie te laten slagen. We stimuleren de circulaire capaciteit van de industrie, bijvoorbeeld met ketenafspraken. Ketenafspraken met onvoldoende resultaat, zoals statiegeld op blikjes, worden dwingender opgelegd. Producenten worden waar mogelijk verantwoordelijk voor identificeerbare stromen, zoals luiers of plastics. Bij dit alles is van belang dat een eerlijk speelveld ontstaat en dat geen onnodig zware administratieve verplichtingen worden opgetuigd. Bestaande, soms prille hergebruikketens worden indien nodig financieel ondersteund. Met verplichte bronscheiding of nasortering en een verbrandingsverbod op recyclebare materialen, blijven deze langer beschikbaar voor de economie. Er komt een heffing op het gebruik van nieuw plastic (virgin plastic), zodat hergebruik van plastic lonend wordt."
  2. "Het Rijk moet haar rol beter pakken om bij te dragen aan verduurzaming en om het mkb en sociale ondernemingen te betrekken bij aanbestedingen. We maken lokaal, duurzaam en biologisch inkopen de norm, ook bij aanbestedingen. Aanbesteden moet anders: de grens voor directe gunning aan het mkb wordt verhoogd, teksten bij aanbestedingen worden leesbaar en we stellen praktijkvoorbeelden van eenvoudiger inkopen ter beschikking. In het kader van strategische autonomie geven we de voorkeur aan de inkoop van Europese goederen en diensten, om de afhankelijkheid van China en de VS te verminderen."
  3. "We koesteren de rol van familiebedrijven, die vaak geworteld zijn in lokale gemeenschappen. Deze focus op welvaart in de brede zin van het woord draagt bij aan het bloeien van maatschappij, mens en milieu, ook op de lange termijn. Een Rentmeesterseconomie van genoeg, waarin vakmanschap en mooie, duurzame, repareerbare producten centraal staan. We zetten in op de nieuwe economie via innovatie en nemen afscheid van het consumentisme dat de grenzen van de schepping niet respecteert. We willen een einde aan de overconsumptie van goedkope prullaria die horen bij een wegwerpeconomie. De overheid reduceert de regeldruk en wordt een stabiele en betrouwbare partner voor bedrijven. Het uitblijven van (snelle) vergunningverlening, een gebrek aan netcapaciteit en veel regeldruk staan een goed ondernemersklimaat in de weg. Deze obstakels worden met vaart aangepakt, zie hiervoor hoofdstuk 2 'Nederland van het slot'."
  4. "De komende tien jaar werken we toe naar een melkveesector in balans met de omgeving. Daarom komt er een onderbouwde norm voor de verhouding tussen productie en bijbehorende grond per bedrijf. Dit kan op verschillende manieren worden ingevuld, waarbij grasland behouden blijft en de samenwerking tussen veehouders en akkerbouwers wordt bevorderd. Door het schrappen van de derogatie blijven Nederlandse boeren met enorme mestoverschotten zitten. Om deze te dempen, streven we voor alle diersectoren naar een beter sluitend kringloopsysteem van mest, gewas, voer, voedsel en restproducten. Dat houdt ook in dat we veel minder veevoer uit bijvoorbeeld Zuid-Amerika gaan importeren. De kalverhouderij wordt in balans gebracht met de melkveehouderij en de import van kalveren wordt ingeperkt. Het verbod op nieuwe geitenstallen blijft van kracht gedurende"