De regering moet concrete doelen maken om het gebruik van grondstoffen te verminderen. Deze doelen moeten in de Nationale Grondstoffenstrategie komen, het landelijke plan voor grondstoffen. Minder grondstoffen gebruiken maakt Nederland minder afhankelijk van andere landen. Ook daalt de vraag naar energie als er minder grondstoffen nodig zijn.
Motie van de leden Kostić en Teunissen over concrete reductiedoelen voor grondstoffengebruik
De kamer,
constaterende dat de Nederlandse economie sterk afhankelijk is van
import van kritieke grondstoffen;
overwegende dat reductie van grondstoffengebruik leidt tot lagere
energievraag en minder geopolitieke afhankelijkheden;
overwegende dat onderzoek van TU Delft en het Centre for Materials &
Resilience wijst op grote potentie aan de vraagzijde;
verzoekt de regering om concrete reductiedoelen voor grondstoffengebruik te ontwikkelen en deze te integreren in de Nationale Grondstoffenstrategie.
Argumenten voor: De partij streeft naar het versterken van de strategische autonomie [4][6][5] en wil de afhankelijkheid van landen zoals Rusland en China in vitale ketens volledig afbouwen [7]. Het verminderen van de afhankelijkheid van geïmporteerde grondstoffen kan bijdragen aan dit doel om de nationale weerbaarheid te vergroten [7].
Argumenten tegen: De partij benadrukt dat Nederland een 'maakland' moet blijven en dat de industrie essentieel is om te blijven bouwen en produceren [5][1]. Er is grote zorg dat extra regelgeving en complex beleid de productie duurder maakt, de concurrentiekracht aantast en bedrijven naar het buitenland jaagt [2][3]. Het instellen van concrete reductiedoelen kan worden gezien als extra regelgeving die de productiecapaciteit en de economische slagkracht belemmert [3][5].
Bronnen:
"Deze koers zorgt ervoor dat Nederland niet alleen een kenniseconomie is, maar ook een maakland blijft: innovatief, weerbaar en regionaal verankerd."
"De Nederlandse industrie staat onder druk. Klimaatbeleid maakt productie duurder en complexer, terwijl internationale concurrenten met lagere standaarden wél ruimte krijgen. Hierdoor verdwijnen essentiële maakbedrijven naar lagelonenlanden of raken strategische ketens versnipperd. Dat maakt Nederland kwetsbaar."
"De concurrentiekracht van Nederland neemt af door extra regelgeving, hoge lasten en een gebrek aan economisch strategisch beleid. Europese regels worden vaak vergaand doorvertaald en nationaal verzwaard. We zetten in op een economie die past bij de kracht van Nederland: slimme landbouw, technische innovatie, hoogwaardige productie en sterke regio's. Economisch beleid moet gericht zijn op versterking van ons concurrentie- en verdienvermogen."
"Versterking van de Nederlandse defensie-industrie en strategische autonomie;"
"BBB vindt dat Nederland moet blijven maken en bouwen. De industrie is onmisbaar voor de voedselproductie, woningbouw, energietransitie, defensie, maritieme slagkracht en de regionale economie. Zonder sterke industrie géén strategische autonomie, geen fatsoenlijke werkgelegenheid en geen duurzame toekomst. We vinden het belangrijk om te investeren in sectoren met zowel civiele als militaire toepassingen om zowel de economische als defensieve slagkracht te versterken."
"Strategische autonomie bewaken. Essentiële productiecapaciteit en kritieke kennis behouden we in Nederland of Europa."
"We investeren in robuuste, toekomstbestendige voedselsystemen, zodat Nederland altijd goed, voldoende en betaalbaar voedsel heeft, ook bij blokkades, conflicten of internationale schaarste. Dat betekent: bescherming van onze boeren, behoud van vruchtbare landbouwgrond en versterking van de productiecapaciteit. We bouwen op termijn alle afhankelijkheden van Rusland, China en gelieerde landen in de voedselketen volledig af. Uiteindelijk streven we naar een zo hoog mogelijke voedselonafhankelijkheid. Dat betekent dat we handel blijven aanmoedigen maar we zorgen dat we in Nederland voldoende voedsel produceren om honger te voorkomen als handel stilvalt."