IKC-regeling openstellen voor raffinaderijen

De regering moet de indirectekostencompensatieregeling (IKC) in 2027 ook openstellen voor de raffinagesector. Door hoge kosten worden nu belangrijke projecten stopgezet. Dit brengt de economische en militaire veiligheid van Nederland in gevaar.

Motie van het lid Müller c.s. over de indirectekostencompensatieregeling in 2027 ook openstellen voor de raffinagesector

De kamer, constaterende dat de raffinagesector geen toegang heeft tot de indirectekostencompensatieregeling, terwijl de sector wel in de IKC-richtsnoeren van de Europese Commissie is opgenomen en andere lidstaten de sector toestaan; overwegende dat de raffinagesector eveneens wordt geconfronteerd met hoge kosten, dat verschillende raffinaderijen mede hierom hun projecten hebben moeten stopzetten en dat deze de sector van groot belang is voor onze strategische autonomie en de economische en militaire veiligheid van Nederland; verzoekt de regering de indirectekostencompensatieregeling voor de nieuwe openstellingsronde in 2027, conform de IKC-richtsnoeren van de Europese Commissie, ook open te stellen voor de raffinagesector.
30 juni | VVD, JA21, SGP |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma GL-PvdA

Stemverwachting: tegen (vrij zeker, 75%)

Argumenten voor: De partij streeft naar meer strategische autonomie en wil de afhankelijkheid van externe partners voor cruciale goederen verkleinen [1]. Daarnaast vindt de partij dat de EU een inventarisatie moet maken van essentiële producten, waarbij de productie van belangrijke chemische stoffen wordt genoemd [5].

Argumenten tegen: De partij wil fossiele subsidies zo snel mogelijk afbouwen [2]. In hun groene industriepolitiek maken zij expliciet duidelijk dat er geen plek is voor grootvervuilers die niet tijdig verduurzamen [3]. Daarnaast wil de partij de CO2- en milieuimpact van sectoren zoals de chemische industrie beperken [4] en grote vervuilers die internationaal niet duurzaam concurrerend zijn, stapsgewijs afbouwen [5].

Bronnen:

  1. "Meer strategische autonomie. De EU is voor te veel goederen te afhankelijk van externe partners. Daarom zorgen we voor meer diverse toeleveringsketens, gaan we efficiënter om met energie en grondstoffen en produceren we meer cruciale goederen zelf. We delven en verwerken grondstoffen in Europa met respect voor mensenrechten en bescherming van natuur en biodiversiteit. We investeren daarnaast in onze concurrentiepositie en onafhankelijkheid via technologie en onderzoek."
  2. "Vervuiling heeft een prijs. Vervuiling heeft een prijs. Fossiele vervuilers ontvangen nu tientallen miljarden aan subsidies voor hun vervuilende activiteiten. Deze fossiele subsidies zetten duurzame bedrijven op achterstand en houden de fossiele economie in stand. We bouwen fossiele subsidies zo snel mogelijk af, zoveel mogelijk in Europees verband, maar met de afbouw van Nederlandse fossiele subsidies wachten we niet op Europa. We voeren een volledig verbod in op reclames voor fossiele producten en diensten."
  3. "Keuzes maken met groene industriepolitiek. Wij kiezen voor bedrijven die toekomst hebben in Nederland. Ruimte, personeel, energie, netcapaciteit en grondstoffen zijn namelijk schaars en de wereld verandert snel. Daarom helpen we bedrijven die passen in de schone en eerlijke economie van de toekomst, samen met Europese bondgenoten. Voor grootvervuilers die niet tijdig verduurzamen is geen plek in ons land. Zo maken we Nederland en de EU wereldleider in schone economie. We maken duidelijke afspraken met de industrie over hun toekomst. In de groene industriepolitiek mag een transitieplan voor de Rotterdamse haven dat in lijn is met de klimaatdoelen van Parijs niet ontbreken. Hierin moeten ook indirecte ketenemissies worden meegenomen."
  4. "Industrieën van de toekomst. Schaarste in ruimte, energie en arbeid vraagt om fundamentele economische keuzes. Wij kiezen voor duurzame bedrijven met fatsoenlijk werk en toekomstperspectief. We brengen de CO2- en milieuimpact van industrieën zoals de chemie-, staal- en Defensie-industrie in kaart en beperken de impact van deze sectoren zoveel mogelijk."
  5. "Europese industriepolitiek gebaseerd op maatschappelijke behoefte. Een Europese industriepolitiek betekent niet alleen dat Europa minder afhankelijk moet zijn van autoritaire regimes. Het betekent ook dat we de vraag stellen: welke industrieën zijn maatschappelijk écht noodzakelijk en hoe kunnen we deze zo snel mogelijk verduurzamen? Wij willen dat de EU een inventarisatie maakt van welke producten en processen essentieel zijn voor de samenleving zoals de productie van staal voor windmolens, treinen of essentiële chemische stoffen. Deze inventarisatie moet democratisch tot stand komen, met inbreng van vakbonden, milieuorganisaties, wetenschappers en lokale gemeenschappen, in plaats van door industriële lobby's en kapitaaleigenaren. De Europese Unie stuurt de verduurzaming van deze industrie via openbare aanbestedingen op lange termijn. Bedrijven en landen die het duurzaamst en meest efficiënt produceren krijgen voorrang. Grote vervuilers die internationaal niet concurrerend blijken, worden stapsgewijs afgebouwd, met een rechtvaardige transitie en nieuwe kansen voor werknemers. Zo bouwen we aan een Europese industriepolitiek die de klimaatcrisis aanpakt en de belangen van mensen en milieu boven winst stelt."