Financiering voor gemeenten en provincies

De regering moet in de samenwerkingsagenda met concrete voorstellen voor voorspelbare financiering voor gemeenten en provincies. Deze overheden hebben namelijk grote investeringen te doen, zoals in woningbouw en bereikbaarheid. Voor een goede planning en uitvoering is financiële zekerheid voor de lange termijn nodig.

Motie van het lid Huizenga over de voorspelbaarheid in het meerjarige financiële perspectief voor decentrale overheden versterken

De kamer, constaterende dat provincies en gemeenten voor grote investeringsopgaven staan op het gebied van onder meer woningbouw, bereikbaarheid en maatschappelijke voorzieningen; overwegende dat voorspelbare meerjarige financiering van belang is om deze investeringen verantwoord te plannen en uit te voeren; overwegende dat de regering samen met decentrale overheden werkt aan een interbestuurlijke samenwerkingsagenda; verzoekt de regering om in de samenwerkingsagenda met concrete voorstellen te komen die de voorspelbaarheid in het meerjarige financiële perspectief voor decentrale overheden versterken, met als uitgangspunt dat ambities, taken, middelen, zowel financieel als qua bevoegdheden, en uitvoeringskracht in balans zijn.
1 juli | D66 | Aangenomen: 150–0 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma 50plus

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij streeft naar een efficiëntere inzet van overheidsuitgaven door verspilling en ondoelmatigheden aan te pakken [2]. Daarnaast wordt in het programma gesteld dat grote opgaven, zoals de bouw van woningen, gefaseerd moeten worden met oog voor de feitelijke capaciteit [1].

Argumenten tegen: Het programma bevat geen specifieke argumenten die de voorspelbaarheid van financiering voor decentrale overheden tegengaan.

Bronnen:

  1. "De doelstelling van 290.000 levensloopbestendige woningen wordt gefaseerd gerealiseerd met oog voor netcongestie en bouwcapaciteit om de doorstroming weer écht op gang te krijgen."
  2. "Een topteam ambtenaren en ondernemers onderzoekt alle overheidsuitgaven van alle ministeries op effectiviteit met als doel ten minste 10 miljard euro aan fraude, verspilling en ondoelmatigheden op te sporen aan de uitgavenkant van de collectieve sector."