Financiering voor gemeenten en provincies

De regering moet in de samenwerkingsagenda met concrete voorstellen voor voorspelbare financiering voor gemeenten en provincies. Deze overheden hebben namelijk grote investeringen te doen, zoals in woningbouw en bereikbaarheid. Voor een goede planning en uitvoering is financiële zekerheid voor de lange termijn nodig.

Motie van het lid Huizenga over de voorspelbaarheid in het meerjarige financiële perspectief voor decentrale overheden versterken

De kamer, constaterende dat provincies en gemeenten voor grote investeringsopgaven staan op het gebied van onder meer woningbouw, bereikbaarheid en maatschappelijke voorzieningen; overwegende dat voorspelbare meerjarige financiering van belang is om deze investeringen verantwoord te plannen en uit te voeren; overwegende dat de regering samen met decentrale overheden werkt aan een interbestuurlijke samenwerkingsagenda; verzoekt de regering om in de samenwerkingsagenda met concrete voorstellen te komen die de voorspelbaarheid in het meerjarige financiële perspectief voor decentrale overheden versterken, met als uitgangspunt dat ambities, taken, middelen, zowel financieel als qua bevoegdheden, en uitvoeringskracht in balans zijn.
1 juli | D66 | Aangenomen: 150–0 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij stelt dat de Rijksoverheid gemeenten voldoende geld moet geven om hun werk te kunnen doen en hanteert daarbij het principe 'geen taken zonder knaken' [1]. Daarnaast moet het Rijk via investeringen bijdragen aan sterke regio's door geld beschikbaar te stellen voor voorzieningen zoals wonen, zorg en openbaar vervoer [2]. Ook wordt aangegeven dat onvoorspelbaarheid in beleid en regels schadelijk is [3], wat de noodzaak voor een voorspelbaar financieel perspectief ondersteunt.

Argumenten tegen:

Bronnen:

  1. "De Rijksoverheid moet recht doen aan gemeenten als eerste overheid. Van alle overheden krijgen burgers vaak het meest te maken met de eigen gemeente, van de wieg tot het graf. Het Rijk geeft gemeenten daarom ruimte, vertrouwen en voldoende geld om hun werk te kunnen doen. De Rijksoverheid stopt met het overhevelen van taken aan gemeenten zonder toereikend budget en herstelt waar dit de afgelopen jaren is misgegaan: geen taken zonder knaken. Gemeenten worden beter gefinancierd zodat ze ruimte hebben voor eigen beleid."
  2. "Investeringen van het Rijk moeten meer bijdragen aan sterke regio's. Het Rijk stelt met regiodeals geld beschikbaar om de kwaliteit van leven, wonen en werken in de regio te verhogen. Uitvoeringsorganisaties van het Rijk worden door heel het land gevestigd. Elke regio heeft genoeg OV, zorg- en onderwijsvoorzieningen en krijgt hiervoor geld van het Rijk. Zo houden we gebieden leefbaar. We behouden de toeslag voor kleine scholen. Hogescholen krijgen geld om kleine en kwetsbare opleidingen in de regio overeind te houden. We houden posten voor spoedeisende hulp en andere vormen van acute zorg open door het hele land."
  3. "De overheid wijzigt te vaak van koers, bijvoorbeeld als het gaat over belastingtarieven, subsidieregelingen of regelgeving. Die onvoorspelbaarheid is fnuikend voor ondernemers. Zij hebben behoefte aan een duidelijk en voorspelbaar beleid. Regels en belastingtarieven moeten daarom voor langere periodes worden vastgesteld. Dat leidt tot meer zekerheid en draagt bij aan een gezond vestigingsklimaat."