Belastingvrijstelling voor duurzame lunches

De regering moet onderzoeken of er een belastingvrijstelling komt voor duurzame en biologische lunches. Hiermee worden ook andere werkgevers gestimuleerd om duurzame en biologische producten te kopen. De verantwoordelijkheid voor een duurzame keten moet namelijk groter zijn dan alleen de catering voor de overheid.

Motie van het lid Dassen over een belastingvrijstelling voor duurzame en biologische lunches

De kamer, overwegende dat de beoogde ketenverantwoordelijkheid verder moet reiken dan de rijkscatering alleen en dat aanvullende maatregelen nodig zijn om ook andere werkgevers te stimuleren duurzame en biologische producten af te nemen; verzoekt de regering te onderzoeken of een belastingvrijstelling voor duurzame en biologische lunches mogelijk gemaakt kan worden, zoals dit eerder ook voor gezonde lunches mogelijk was, zodat ook andere werkgevers worden gestimuleerd om duurzame en biologische lunches aan te bieden.
1 juli | Volt | Verworpen: 30–120 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma Volt

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij streeft naar een toekomstbestendig voedselsysteem waarin biologische en duurzame producten centraal staan [2][6]. Er wordt expliciet gesteld dat de opbrengsten van heffingen op minder duurzame producten gebruikt moeten worden om het gebruik en de productie van duurzame producten te stimuleren [5]. Daarnaast wil de partij via fiscale maatregelen duurzame producten aantrekkelijker maken voor de consument [4] en de afzet voor duurzame producenten garanderen [1].

Argumenten tegen: De partij legt de nadruk op het laten reflecteren van de werkelijke kosten van producten door de prijs te laten meewegen met de negatieve effecten op milieu en maatschappij [3]. De strategie is primair gericht op het verhogen van de kosten van onduurzame zaken via heffingen op bijvoorbeeld kunstmest, vlees en zuivel [5][7].

Bronnen:

  1. "Binnen overheidsorganisaties wordt het gebruik van vegetarische en biologische producten de standaard, met duurzame streekproducten waar mogelijk. Zo ondersteunen we deze markten en is afzet voor duurzame producenten gegarandeerd."
  2. "De toekomst van ons eten is biologisch. Daarom streeft Volt ernaar dat 25% van de landbouw in 2030 biologisch is. De wetgeving moet makkelijker en daarvoor is er versimpeling gekomen in de Europese wet. Door dit streefgetal op te nemen geeft de overheid de sector perspectief."
  3. "De prijs van voedsel moet de werkelijke kosten weerspiegelen, dus ook rekening houden met de kosten van negatieve effecten van een product op het milieu, dierenwelzijn of de samenleving. Dit maakt het voor consumenten makkelijker om te kiezen voor duurzame producten en boeren krijgen een eerlijkere prijs voor hun product. Volt stelt voor om onderzoek te doen naar de wijze waarop dit gerealiseerd kan worden."
  4. "We stimuleren zuiniger gebruik van kunstmest en krachtvoer door de kostprijs te verhogen, door middel van een kunstmestheffing en krachtvoerheffing. Via deze maatregel wordt de stikstofuitstoot verminderd en worden duurzame producten in de supermarkt aantrekkelijker om te kopen."
  5. "We plaatsen een heffing op kunstmest, niet-afbreekbare smeermiddelen, en belastingen op vlees, zuivel en suikerhoudende alcoholvrije dranken. De opbrengsten hiervan worden gebruikt om gebruik en productie van duurzame producten te stimuleren."
  6. "Wij kiezen voor landbouw die eerlijker is voor mens en natuur. Biologisch en duurzaam. Dat vraagt om een combinatie van gedragsverandering en slimme technologie. Door kleine aanpassingen van zowel consumenten als producenten bouwen we samen aan een toekomstbestendig voedselsysteem."
  7. "De landbouw wordt eerlijker en toekomstbestendig met heffingen op broeikasgas, slacht en kunstmest. We willen ook een verplichte vrije uitloop voor alle dieren."