De regering moet zorgen voor nieuwe technieken om de uitstoot van melkveebedrijven te verlagen. Duizenden boeren moeten hun stallen verbouwen om aan de strenge regels te voldoen. De overheid moet daarom sneller vergunningen geven, financiële steun bieden en duidelijke regels maken via een nieuwe spoedwet. Zo kunnen boeren tijdig investeren in duurzame stallen.
Motie van de leden Grinwis en Goudzwaard over stimuleringsbeleid voor innovaties met emissiefactoren
De kamer,
constaterende dat het kabinet zodanig ambitieuze emissienormen voor
ogen heeft dat naast managementmaatregelen ook duurdere technische
innovaties nodig zullen zijn om de normen te halen, wat alleen al betekent
dat er tot 2035 vele duizenden melkveebedrijven verbouwd moeten
worden, waarvoor het noodzakelijk is dat de rijksoverheid tijdig
helderheid biedt over emissiefactoren van (nieuwe) innovaties, vergunningen verleent en concrete ondersteuning biedt;
overwegende dat hier het beroemde en beruchte kip-en-eiprobleem
dreigt;
verzoekt de regering stimuleringsbeleid te ontwikkelen om te zorgen dat
er sneller en voldoende (nieuwe) innovaties met emissiefactoren
beschikbaar komen, en prioriteit te geven aan het mogelijk maken van
vergunningen voor aanpassing van stallen, ondersteuning daarvoor op
bedrijfsniveau beschikbaar te stellen, en de Kamer hierover bij de
aangekondigde spoedwet duidelijk te maken hoe en wanneer de
rijksoverheid deze randvoorwaarden invult.
Argumenten voor: De partij wil bedrijven perspectief bieden door middel van duidelijke wetgeving [1]. Ze benadrukken het belang van investeren in innovatie [2] en noemen
Argumenten tegen: De partij benadrukt dat beleid en maatregelen de emissiereductie vooraf moeten
Bronnen:
"Het kabinet dat na de verkiezingen aantreedt, moet Nederland van het slot halen. Met dappere keuzes, doortastend beleid, grootschalige investeringen in onderhoud, uitvoering, (energie)infrastructuur en duidelijke wetgeving, komt Nederland uit het stikstofmoeras en krijgen bedrijven perspectief op een duurzame toekomst."
"Om onze toekomstige welvaart zeker te stellen is het van belang om nu te investeren in innovatie en productiviteit. Dat vraagt om een beter samenspel van wetenschap, kennisinstituten, opleidingen en bedrijven. Er komt een nationale investeringsbank, als voortzetting van InvestNL. Op macroniveau bedragen op termijn de publieke en private uitgaven aan innovatie en onderzoek 3% van het nationaal inkomen. We verbeteren de toegang van het mkb, start-ups en scale-ups tot groeikapitaal, ook via nonbancaire financiers als Qredits. We versterken de regionale industrieclusters, bijvoorbeeld via een investeringsdeal waar huisvesting onderdeel van is. Hierbij valt te denken aan de herbestemming van ongebruikte kantoorpanden."