Betrekken bedrijfsleven bij industrieel bouwen

De regering moet het bedrijfsleven en leveranciers van bouwmaterialen tijdig betrekken bij industrieel bouwen. Dit is nodig om de doelen voor 2030 te halen. Dan moet de helft van de nieuwbouw uit fabrieken komen en moeten vergunningen twee keer zo snel worden verleend.

Motie van het lid Mooiman c.s. over er zorg voor dragen dat het bedrijfsleven, producenten, leveranciers en installateurs van bouwmaterialen- en installaties tijdig worden betrokken bij het voornemen tot uitbreiding van industrieel bouwen

De kamer, constaterende dat het kabinet streeft naar 50% industrieel gebouwde nieuwbouwwoningen en een gehalveerd ontwerp- en vergunningstraject per 2030; overwegende dat goede en tijdige samenwerking met en tussen verschillende betrokken sectoren van essentieel belang is om deze doelen daadwerkelijk waar te kunnen maken; verzoekt de regering er zorg voor te dragen dat het bedrijfsleven en de producenten, leveranciers en installateurs van bouwmaterialen en installaties tijdig worden betrokken bij het voornemen tot uitbreiding van industrieel bouwen.
2 juli | PVV, JA21, SGP | Aangenomen: 124–26 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma GL-PvdA

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij wil het aantal nieuwbouwwoningen fors verhogen [10939, 10936] en streeft naar het wegnemen van belemmeringen door procedures voor woningbouw te verkorten en te vereenvoudigen [10939, 10988]. Daarnaast benadrukt de partij het belang van samenwerking met diverse partners, waaronder het mkb en het grootbedrijf, om een duurzame en innovatieve economie te realiseren [1]. Het tijdig betrekken van de bouwketen sluit aan bij dit streven naar versnelling en samenwerking met economische partners.

Argumenten tegen: Er zijn in de verstrekte tekst geen argumenten te vinden die tegen de betrokkenheid van het bedrijfsleven, leveranciers of installateurs pleiten.

Bronnen:

  1. "De economie en arbeidsmarkt van morgen. We bouwen aan een sterke, schone en sociale economie. Op de arbeidsmarkt gaan we krapte te lijf en slaan we de handen ineen met de sociale partners, het onderwijs en de regio's om te komen tot een 'werkontwikkel-aanpak'. Daarin maken we afspraken om mensen op te leiden, vitaal te houden en innovatief te werken. Zo kunnen we mensen inzetten waar we ze het hardst nodig hebben, zoals voor de klas, aan het bed en in uniform. Met een Toekomstfonds van 25 miljard euro geven we de economie een impuls, door te investeren in een duurzame, innovatieve industrie, wetenschap, onderzoek en nieuwe spoorlijnen. We werken samen met mkb en het grootbedrijf, die met ons de stap naar een duurzame economie willen zetten."