Langere levensduur van bouwmaterialen belonen

De regering moet in de routekaart voor de WLC-GWP (een methode om de klimaatimpact van bouwmaterialen te berekenen) zorgen dat materialen die heel lang meegaan, een betere score krijgen. De huidige berekening gaat namelijk uit van 50 jaar, maar bakstenen en dakpannen gaan veel langer mee. Dit is nodig om duurzaam bouwen en hergebruik te stimuleren.

Motie van het lid Clemminck over ervoor zorgen dat modules zo worden ingericht dat materialen en bouwelementen met een aantoonbaar langere technische levensduur dan de gehanteerde beschouwingsperiode ook zwaarder worden beloond in de WLC-GWP-systematiek

De kamer, constaterende dat bakstenen en dakpannen beeldbepalende bouwmaterialen zijn voor de Nederlandse leefomgeving; constaterende dat de Minister momenteel de routekaart WLC-GWP uitwerkt; constaterende dat de WLC-GWP-berekening uitgaat van een beschouwingsperiode van 50 jaar, terwijl bouwkeramische materialen, zoals bakstenen en dakpannen, in de praktijk een aanzienlijk langere technische levensduur kunnen hebben; overwegende dat een lange levensduur een wezenlijke bijdrage levert aan circulariteit op de lange termijn en dat de WLC-GWP-systematiek circulariteit dient te stimuleren; overwegende dat de weging van levenscyclusfasen voor gebruik, onderhoud, sloop, hergebruik en recycling bepalend is voor de mate waarin levensduur en hergebruik worden meegewogen; verzoekt de regering bij de uitwerking van de routekaart WLC-GWP, waaronder de bepalingsmethoden, ervoor te zorgen dat de modules die zien op levensduur, onderhoud, hergebruik en recycling zo worden ingericht dat materialen en bouwelementen met een aantoonbaar langere technische levensduur dan de gehanteerde beschouwingsperiode ook daadwerkelijk zwaarder worden beloond in de WLC-GWP-systematiek, en de Kamer hierover te informeren voorafgaand aan indiening van de routekaart bij de Europese Commissie.
2 juli | JA21 | Verworpen: 74–76 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij wil actief meewerken aan een nieuwe Europese rekenmethode die de totale impact van een woning meet, waarbij de CO2-uitstoot van bouwmaterialen wordt meegewogen [1]. In deze methode moeten zij juist de keuze voor herbruikbare of circulaire materialen belonen [1]. Daarnaast staat de partij voor een economie waarin producten duurzaam zijn en (levens)lang meegaan [2][4], met een focus op repareerbare en duurzame producten [5]. Het stimuleren van de circulaire economie door middel van Europese normering wordt door de partij als noodzakelijk beschouwd [3].

Argumenten tegen: De partij benadrukt dat er bij het stimuleren van de circulaire economie geen onnodig zware administratieve verplichtingen mogen worden opgetuigd [3] en dat de overheid de regeldruk voor bedrijven moet reduceren [5].

Bronnen:

  1. "Bouwen in risicovolle gebieden wordt vermeden, bijvoorbeeld bij een kwetsbare bodem, overstromingsgevaar of ongezond leefklimaat. Rijk en gemeenten kijken minimaal 50 jaar vooruit in de keuzes waar wel en niet wordt gebouwd. Er wordt rekening gehouden met zaken zoals lokaal klimaat, voldoende schaduw door bomen, tegengaan van verstening en stedelijke oververhitting. Inpassen van verkoelende maatregelen wordt de standaard werkwijze. We willen dat nieuwbouwwoningen niet alleen energiezuinig zijn, maar ook duurzaam gebouwd worden. Daarom werken we mee aan een nieuwe Europese rekenmethode die kijkt naar de totale impact van een woning: van de CO2 uitstoot van de gebruikte bouwmaterialen tot het energieverbruik en de energieopwekking per uur. Wie kiest voor herbruikbare (circulaire) of biobased materialen, zoals duurzaam hout of hennep, wordt daarvoor beloond. Zo stimuleren we innovatief bouwen: klimaatbestendig, natuurinclusief en kostenefficiënt. We werken samen met de bouwsector en kennisinstellingen om dit verder te ontwikkelen. Zo verlagen we de woonlasten én versterken we de positie van Nederland als koploper in duurzame bouw."
  2. "De ChristenUnie is voor repareerbare een duurzame producten. We moeten terug naar de situatie dat mensen spullen kopen die (levens)lang meegaan. Niet-repareerbare gebruiksproducten worden geweerd van de Nederlandse markt: fabrikanten worden verplicht om tien jaar reserveonderdelen aan te houden en hierbij service te bieden. Hiermee gaan we 'geplande veroudering' van producten en onnodig milieubeslag tegen. We maken ons hard voor een Europese wettelijke grondslag die regelt dat producten én (online aanbieders) met minder dan 5 jaar garantie kunnen worden verboden op de Nederlandse markt. Waar nodig zetten we hiervoor ook nationaal stappen."
  3. "Circulaire bedrijven hebben het zwaar terwijl de circulaire economie de toekomst is. Circulaire producten zijn duurder dan wegwerpproducten en de vraag blijft achter. Normering van de vraag op Europees niveau is noodzakelijk om het circulair maken van de economie te laten slagen. We stimuleren de circulaire capaciteit van de industrie, bijvoorbeeld met ketenafspraken. Ketenafspraken met onvoldoende resultaat, zoals statiegeld op blikjes, worden dwingender opgelegd. Producenten worden waar mogelijk verantwoordelijk voor identificeerbare stromen, zoals luiers of plastics. Bij dit alles is van belang dat een eerlijk speelveld ontstaat en dat geen onnodig zware administratieve verplichtingen worden opgetuigd. Bestaande, soms prille hergebruikketens worden indien nodig financieel ondersteund. Met verplichte bronscheiding of nasortering en een verbrandingsverbod op recyclebare materialen, blijven deze langer beschikbaar voor de economie. Er komt een heffing op het gebruik van nieuw plastic (virgin plastic), zodat hergebruik van plastic lonend wordt."
  4. "**Recht op reparatie.** Producten worden duurzaam en repareerbaar en dat wordt de norm. We moeten terug naar de situatie dat spullen (levens)lang meegaan. Niet-repareerbare gebruiksproducten worden geweerd en fabrikanten moeten tot tien jaar verplicht reserveonderdelen aanhouden en hierbij service bieden."
  5. "We koesteren de rol van familiebedrijven, die vaak geworteld zijn in lokale gemeenschappen. Deze focus op welvaart in de brede zin van het woord draagt bij aan het bloeien van maatschappij, mens en milieu, ook op de lange termijn. Een Rentmeesterseconomie van genoeg, waarin vakmanschap en mooie, duurzame, repareerbare producten centraal staan. We zetten in op de nieuwe economie via innovatie en nemen afscheid van het consumentisme dat de grenzen van de schepping niet respecteert. We willen een einde aan de overconsumptie van goedkope prullaria die horen bij een wegwerpeconomie. De overheid reduceert de regeldruk en wordt een stabiele en betrouwbare partner voor bedrijven. Het uitblijven van (snelle) vergunningverlening, een gebrek aan netcapaciteit en veel regeldruk staan een goed ondernemersklimaat in de weg. Deze obstakels worden met vaart aangepakt, zie hiervoor hoofdstuk 2 'Nederland van het slot'."