De regering moet in de routekaart voor de WLC-GWP (een methode om de klimaatimpact van bouwmaterialen te berekenen) zorgen dat materialen die heel lang meegaan, een betere score krijgen. De huidige berekening gaat namelijk uit van 50 jaar, maar bakstenen en dakpannen gaan veel langer mee. Dit is nodig om duurzaam bouwen en hergebruik te stimuleren.
Motie van het lid Clemminck over ervoor zorgen dat modules zo worden ingericht dat materialen en bouwelementen met een aantoonbaar langere technische levensduur dan de gehanteerde beschouwingsperiode ook zwaarder worden beloond in de WLC-GWP-systematiek
De kamer,
constaterende dat bakstenen en dakpannen beeldbepalende bouwmaterialen zijn voor de Nederlandse leefomgeving;
constaterende dat de Minister momenteel de routekaart WLC-GWP
uitwerkt;
constaterende dat de WLC-GWP-berekening uitgaat van een beschouwingsperiode van 50 jaar, terwijl bouwkeramische materialen, zoals
bakstenen en dakpannen, in de praktijk een aanzienlijk langere technische
levensduur kunnen hebben;
overwegende dat een lange levensduur een wezenlijke bijdrage levert aan
circulariteit op de lange termijn en dat de WLC-GWP-systematiek
circulariteit dient te stimuleren;
overwegende dat de weging van levenscyclusfasen voor gebruik,
onderhoud, sloop, hergebruik en recycling bepalend is voor de mate
waarin levensduur en hergebruik worden meegewogen;
verzoekt de regering bij de uitwerking van de routekaart WLC-GWP,
waaronder de bepalingsmethoden, ervoor te zorgen dat de modules die
zien op levensduur, onderhoud, hergebruik en recycling zo worden
ingericht dat materialen en bouwelementen met een aantoonbaar langere
technische levensduur dan de gehanteerde beschouwingsperiode ook
daadwerkelijk zwaarder worden beloond in de WLC-GWP-systematiek, en
de Kamer hierover te informeren voorafgaand aan indiening van de
routekaart bij de Europese Commissie.
Argumenten voor: De partij wil dat producten zo lang mogelijk meegaan [4] en streeft naar een verbod op het opzettelijk verkorten van de levensduur van producten [2]. Daarnaast wil de partij bij het vaststellen van CO2-grenswaarden voor de gebouwde omgeving kijken naar de volledige levenscyclus [1], om te voorkomen dat energiezuinige gebouwen te veel materiaalgebonden emissies veroorzaken. Het verzoek om materialen met een lange levensduur zwaarder te belonen in de WLC-GWP-systematiek sluit aan bij de wens om hergebruik en circulariteit te stimuleren [3][1][5].
Argumenten tegen:
Bronnen:
"We voeren ambitieuze CO₂-grenswaarden in voor de gebouwde omgeving, waarbij rekening wordt gehouden met zowel de gebruiksfase als de uitstoot van materialen. Ook komt er een eerlijke waardering voor de CO₂-opslag in biobased materialen. Zo kijken we naar de volledige levenscyclus, v oorkomen we dat energiezuinige gebouwen alsnog veel materiaalgebonden emissies veroorzaken, en stimuleren we het gebruik van hernieuwbare grondstoffen. Daarnaast sorteren we hiermee voor op Europese regelgeving (EPBD IV)."
"Er komen verplichte productgaranties van tien jaar in plaats van twee jaar, en verbod op opzettelijk verkorten van productlevensduur. Dit vermindert het energie- en materiaalgebruik drastisch."
"In de bouwwereld is de afgelopen jaren hard gewerkt aan recycling, innovaties en technieken die minder energie gebruiken en aan materialen die makkelijk te hergebruiken zijn. We zetten vol in op bio-based bouwen met zo veel mogelijk natuurlijke en hernieuwbare grondstoffen, zoals hout, vlas en bamboe. Hierdoor kunnen gebouwen zelfs CO2 opslaan. Bovendien zetten we in op gebouwen die weinig extra energie nodig hebben. Dat doen we door te bouwen volgens natuurlijke bouwprincipes, met zo min mogelijk apparaten. De overheid heeft veel invloed op de bouw, want zij is vaak opdrachtgever en bepaalt de regels. Toch kiezen overheden voor goedkoop, wat uiteindelijk duurkoop is. Klassieke bouwmaterialen zoals beton en staal hebben een grote CO2-voetafdruk. Een nieuwe bouwcrisis dreigt als op de huidige manier doorgebouwd wordt. Met de gevestigde partijen rennen we naar de volgende bouwcrisis, maar het kan anders:"
"Er komen strengere eisen voor het ontwerp van nieuwe producten. Producten moeten gemaakt worden van zo min mogelijk materialen en de materialen moeten bewezen veilig zijn om te worden hergebruikt. Ook moeten producten zo lang mogelijk meegaan en eenvoudig te repareren zijn, de Right to Repair wetgeving wordt nageleefd."
"De bouwsector is verantwoordelijk voor een groot deel van het afval in Nederland, waaronder sloop- en renovatiemateriaal, verpakkingen en reststromen op de bouwplaats. Daarom komen er heldere regels en kaders voor sloop en renovatie, waarbij hergebruik en hoogwaardige recycling centraal staan."